Veel jongeren experimenteren in de adolescentiefase met uiterlijk, seksualiteit, alcohol en
drugs. Zodra het nieuwe en spannende eraf is, of de jongere een geregeld leven oppakt,
neemt het gebruik meestal snel af. Het recreatieve gebruik van een jongere hangt vaak ook
samen met de vriendengroep waarin iemand zich bevind.
Wanneer iemand frequent gaat gebruiken kan dit van invloed zijn om het functioneren op
school of thuis.
Tabak, alcohol, cannabis, harddrugs, internet en games.
Middelenmisbruik
Het gebruik gaat een centrale plaats innemen in het leven van de jongere(school, sociale
contacten en thuissituatie kan eronder leiden).
Gebruik waardoor situaties ontstaan die fysiek gevaar opleveren.
Middelenafhankelijkheid of verslaving
In dit stadium heeft de gebruiker een aanzienlijke tolerantie ontwikkeld, dat hij zeggen dat hij
steeds meer van het middel nodig heeft om het gewenste effect te bereiken.
Er is sprake van onthoudingsverschijnselen op het moment dat hij of zij stopt/mindert.
Dwangmatig gebruik waarbij veel tijd besteed wordt aan het verkrijgen van het middel.
Sociale en schoolactiviteiten komen in het gedrang.
Ondanks de ook voor de gebruiker zelf duidelijk negatieve gevolgen zet deze het gebruik toch
door.
Internet en gameverslaving
Nieuwe verslaving.
Vertonen veel overeenkomsten met middelenafhankelijkheid.
Voortzetting van het gebruik ondanks de negatieve gevolgen ervan.
Diagnostiek
Men spreekt bij jongeren eerder van middelenmisbruik dan bij volwassenen.
Jongeren laten vaak een ander patroon van middelengebruik zien. Vertonen vaak een
patroon van binge gebruik: ze gebruiken bij geïsoleerde gelegenheden hee veel.
Jongeren zijn meer geneigd om verschillende middelen door elkaar te gebruiken.
Ook hebben jongeren veel minder de neiging om hun probleem als een probleem te zien en
onderschatten het probleem.
Het is bij jongeren noodzakelijk om in kaart te brengen hoeveel en wanneer wordt gebruikt
en wat de gevolgen daarvan zijn. Ouders worden erna ook erbij betrokken om verdere
informatie te verkrijgen.
Verslaving en psychische stoornissen
Verslaving gaat vaak samen met niet aan middelen gerelateerde psychische stoornissen.
Het kan zijn dat de psychische stoornis al bestond vóór de verslaving, maar kan ook het
gevolg zijn van de verslaving of tegelijkertijd ontstaan.
Disruptieve stoornissen: ze bestaan vaak al vóór het ontstaan van het middelenmisbruik of
afhankelijkheid. Het gebruik lijkt vooral gerelateerd te zijn aan novelty seeking, en of aan
antisociaal en delinquent gedrag.
ADHD: de symptomen van ADHD kunnen versterkt of juist onderdrukt worden door
middelmisbruik- of afhankelijkheid. Het kan ook een risicofactor zijn voor de ontwikkeling
van middelenmisbruik en verslaving.