Inleidende begrippen
Materie: alles wat massa en volume heeft, vb aarde, lucht, water, …
Chemie: het studiegebied der natuurwetenschappen waarin samenstelling, bouw en
eigenschappen van de materie en de verandering ervan bestudeerd worden
Mengsels
Heterogeen mengsel: mengsel waarin men
tenminste 1 component kan onderscheiden, vb
grove mengsels, suspensies, emulsies, nevels,
rook, schuim
Homogeen mengsel: mengsel waarbij de
verschillende componenten niet van elkaar te
onderscheiden zijn. Men spreekt van een
opgeloste stof in een oplosmiddel.
Colloïdaal mengsel: mengsel dat de overgang
vormt tussen een heterogeen en een
homogeen mengsel, vb mayonaise
Zuivere stoffen
Zuivere stof: 1 stof, opgebouwd uit identieke deeltjes (atomen of moleculen), en met een
aantal stofspecifieke eigenschappen
Enkelvoudige stof: stof die opgebouwd is uit slechts 1 atoomsoort, vb stikstofgas (N 2)
Samengestelde stof: stof die meer dan 1 atoomsoort bevat, vb water (H 2O)
Atoombouw
Atoom: kleinste deeltje waaruit een stof is opgebouwd. Het is opgebouwd uit een kern en
een mantel, en is in zijn geheel elektrisch neutraal
Elementaire deeltjes: e-, p+, n0
Kern: protonen + neutronen
Schillen: elektronen
n = elektronenschil of hoofdenergieniveau
2n² = maximale bezetting of hoofdenergieniveau
Energie toevoegen: elektron naar schil met hogere energie (geëxiteerde toestand)
Drang naar zo laag mogelijke energietoestand. Terugkeer van elektron naar zijn
oorspronkelijke baan er zal energie uitgestraald worden
, X = symbool van het element
A = massagetal: aantal p+ en aantal n0 in de kern (= #nucleonen)
= p + + n0
Z = atoomnummer: aantal p+ in de kern en aantal e- in de
elektronenmantel (atoom = elektrisch neutraal → #p+ = #e- )
= p+
Vb 1123Na: 11 protonen, 11 elektronen, 12 neutronen
Isotopen: atomen die behoren tot dezelfde atoomsoort (dus met hetzelfde atoomnummer)
maar met een verschillend massagetal. Ze verschillen dus van elkaar door het aantal
neutronen.
Vb Na op buitenste schil 1 elektron = valentie-elektron. Valt deze weg Na1+-ion
Periodiek systeem der elementen
Perioden: horizontale lijnen
Groepen: verticale lijnen
Edelgassen
- Groep O buitenste schil volledig opgevuld met 8 elektronen (uitgezonderd Helium)
- Edelgasconfiguratie = octetstructuur: als de buitenste schil helemaal volzet is
- Gaan geen bindingen aan, ze zijn inert
EN-waarde
Elektronegatieve waarde: een relatieve waarde voor de aantrekkingskracht die een
gebonden atoom uitoefent op de bindingselektronen (in tabel te vinden)
Chemische bindingen
Molecule: het geheel van 2 of meerdere atomen die met elkaar een binding zijn aangegaan.
Men kan een molecule voorstellen door een formule.
Ion: een positief of negatief geladen molecule of atoom. Deze ontstaan door het opnemen of
afgeven van 1 of meerder elektronen. Bij het afgeven van een elektron krijgt men een
positief geladen ion, bij het opnemen krijgt men een negatief geladen ion
Covalente binding: binding tussen 2 niet-metalen waarbij er valantie-elektronen
gemeenschappelijk gebruikt worden
(zie foto EN-waarde)