Thema: B6 Circulatie en gasuitwisseling mens/dier
BS06
Noodzakelijke bronnen
Campbell Biology 9e editie Chapter 42: Circulation and gas exchange
BINAS
Achtergrond bronnen
Leerdoelen
De startbekwame docent in de groene sector kan:
1 De verschillen tussen de verschillende systemen kunnen benoemen en
uitleggen (open en gesloten systeem).
2 De longwerking en bouw kunnen benoemen en uitleggen
3 De gasuitwisseling tussen de longen en de weefsels kunnen benoemen en
uitleggen
4 Functie van de bloedcellen kunnen benoemen en uitleggen
Voorbeeld toetsvraag:
Thema: B6 Circulatie en gasuitwisseling mens/dier Uitgewerkt
BS06
Leerdoelen
De startbekwame docent in de groene sector kan:
1 De verschillen tussen de verschillende systemen kunnen benoemen en
uitleggen (open en gesloten systeem).
1/ open systeem: insecten, veel weekdieren en geleedpotigen hebben een
open circulatiesysteem waarbij het bloed of de weefselvloeistof
(hemolymf) door de cellulaire ruimte stroomt en daarbij zijn nutriën O2
afgeeft aan de celen en de afvalstoffen weer meeneemt. Dev doorstroom
wordt geactiveerd door een pomp (hart) die het bloed naar de holtes
(sinussen) pompt. Het weefselvloeistof komy terug door de ostia’s en
wordt via de pomp (soms meerdere) opnieuw in het systeem gebracht. Er
zijn geen longen en er is geen vasculair systeem (= bloedvaten)
2/ gesloten systeem: het bloed wordt via vaten door het lichaam
gecirculeerd, waarbij het hart voor de stuwing zorgt. Bij veel
vertebraten is er veel variatie (dubbele bloedsomloop, enkele
bloedsomloop, hart met één boezem en kamer, met twee boezems en één
kamer en met twee kamers.
2 De longwerking en bouw kunnen benoemen en uitleggen
Zie daarvoor de binas, bladzijde 83 a.
De longen worden door spieren in de omgeving vergroot, het sterkst door
het middenrif, de beste ademhaling. Ademhaling wordt gestimuleerd door
een teveel aan CO2, het Ph gehalte is de boosdoener. Het regelcentrum
zit in de pons en het verlengde merg.
Bij inademing wordt co2 afgegeven en o2 opgenomen door het bloed.
Vogels hebben daarbij luchtzakken, die daardoor een veel grotere opname
van zuurstof hebben.
3 De gasuitwisseling tussen de longen en de weefsels kunnen benoemen en
uitleggen.
De lucht gaat door de luchtpijp, naar de bronchiën, naar de
bronchiolus, naar het longtrechtertje, naar de longblaasjes.
Vandaar gaat de o2 door longeptheel, vochtig gemaakt te zijn door o.a.
het slijmlaagje en het endotheel in het bloedplasme, daarna in het rode
bloedlichaampje. Per bloedlichaampje worden er 4 o2 moleculen
gebonden.
Co2 wordt op tegenovergestelde richting afgegeven.
Opname O2 en afgifte CO2 is eigenlijk diffusie, want er is gradiënt
verschil van deze stoffen.
BS06
Noodzakelijke bronnen
Campbell Biology 9e editie Chapter 42: Circulation and gas exchange
BINAS
Achtergrond bronnen
Leerdoelen
De startbekwame docent in de groene sector kan:
1 De verschillen tussen de verschillende systemen kunnen benoemen en
uitleggen (open en gesloten systeem).
2 De longwerking en bouw kunnen benoemen en uitleggen
3 De gasuitwisseling tussen de longen en de weefsels kunnen benoemen en
uitleggen
4 Functie van de bloedcellen kunnen benoemen en uitleggen
Voorbeeld toetsvraag:
Thema: B6 Circulatie en gasuitwisseling mens/dier Uitgewerkt
BS06
Leerdoelen
De startbekwame docent in de groene sector kan:
1 De verschillen tussen de verschillende systemen kunnen benoemen en
uitleggen (open en gesloten systeem).
1/ open systeem: insecten, veel weekdieren en geleedpotigen hebben een
open circulatiesysteem waarbij het bloed of de weefselvloeistof
(hemolymf) door de cellulaire ruimte stroomt en daarbij zijn nutriën O2
afgeeft aan de celen en de afvalstoffen weer meeneemt. Dev doorstroom
wordt geactiveerd door een pomp (hart) die het bloed naar de holtes
(sinussen) pompt. Het weefselvloeistof komy terug door de ostia’s en
wordt via de pomp (soms meerdere) opnieuw in het systeem gebracht. Er
zijn geen longen en er is geen vasculair systeem (= bloedvaten)
2/ gesloten systeem: het bloed wordt via vaten door het lichaam
gecirculeerd, waarbij het hart voor de stuwing zorgt. Bij veel
vertebraten is er veel variatie (dubbele bloedsomloop, enkele
bloedsomloop, hart met één boezem en kamer, met twee boezems en één
kamer en met twee kamers.
2 De longwerking en bouw kunnen benoemen en uitleggen
Zie daarvoor de binas, bladzijde 83 a.
De longen worden door spieren in de omgeving vergroot, het sterkst door
het middenrif, de beste ademhaling. Ademhaling wordt gestimuleerd door
een teveel aan CO2, het Ph gehalte is de boosdoener. Het regelcentrum
zit in de pons en het verlengde merg.
Bij inademing wordt co2 afgegeven en o2 opgenomen door het bloed.
Vogels hebben daarbij luchtzakken, die daardoor een veel grotere opname
van zuurstof hebben.
3 De gasuitwisseling tussen de longen en de weefsels kunnen benoemen en
uitleggen.
De lucht gaat door de luchtpijp, naar de bronchiën, naar de
bronchiolus, naar het longtrechtertje, naar de longblaasjes.
Vandaar gaat de o2 door longeptheel, vochtig gemaakt te zijn door o.a.
het slijmlaagje en het endotheel in het bloedplasme, daarna in het rode
bloedlichaampje. Per bloedlichaampje worden er 4 o2 moleculen
gebonden.
Co2 wordt op tegenovergestelde richting afgegeven.
Opname O2 en afgifte CO2 is eigenlijk diffusie, want er is gradiënt
verschil van deze stoffen.