Natuurkunde
Elektromagnetisme
10
Herh Elektra
, Herh Elektra
Stroomsterkte – I in A Spanning – U in V Weerstand – R in Ω
𝑄 Δ𝐸 𝑈=𝐼∙𝑅
𝐼= 𝑈=
𝑡 𝑄
Vermogen – P in W of kWh Geleidbaarheid – G in S
𝐸 1
𝑃 =𝑈∙𝐼 = 𝑅 = 𝑒𝑛 𝐼 = 𝐺 ∙ 𝑈
𝑇 𝐺
Stroom loopt pas bij een gesloten stroomkring. Spanning meet je over een apparaat
(parallelschakeling) en stroomsterkte meet je door een apparaat (serieschakeling)
Serie Parallel
Spanning U wordt verdeeld Spanning U blijft hetzelfde
Stroomsterkte I blijft hetzelfde Stroomsterkte I wordt verdeeld
Weerstand R wordt verdeeld Geleidbaarheid G wordt verdeeld
Ohmse weerstand Weerstandswaarde blijft hetzelfde
Niet-Ohmse weerstand Waarde kan wel veranderen, variabel, door bijv. temperatuur
𝑙
Weerstand in een draad 𝑅 =𝜌∙𝐴
Stroomwet van Kirchhoff
“Stroom wat naar een knooppunt toe loopt is positief, stroom wat van een knooppunt af loopt is
negatief.”
Voor ieder knooppunt geldt:
σ𝐼 = 0 De som van I = 0
Spanningswet van Kirchoff
“De spanning die je doorloopt van + naar – is positief, en die van – naar + is negatief”
Begin linksboven en loop met de klok mee.
Voor ieder knooppunt geldt:
σ𝑈 = 0 De som van U = 0
LED, geeft licht
Doorlaatrichting ⟺ sperrichting
Soorten weerstanden
NTC = T ↑, 𝑅 ↓ ⟺ 𝑇 ↓, 𝑅 ↑
PTC = 𝑇 ↑, 𝑅 ↑ ⟺ 𝑇 ↓, 𝑅 ↓ Bij opvangen licht, daalt R
LDR
Vermogen
Als je I zo laag mogelijk wil hebben met hetzelfde vermogen, moet U omhoog. Daarom
hoogspanningskabels, want je wil zo min mogelijk vermogen verliezen.