Hoorcolleges Theoretische Criminologie
Arjen Blokland
Hoorcollege 1 Inleiding
Wat is jouw theorie?
Bronnen van persoonlijke theorieën:
- persoonlijke ervaringen
- media (ervaringen van anderen)
- autoriteit (ouders, leraar)
- consensus (traditie, religie, politieke stroming)
Mogelijke fouten ontwikkelen van persoonlijke theorieën:
- gebrekkige / selectieve waarneming
- over-generalisatie
- persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp
- onlogisch of onvolledig redeneren (elliptische verklaring)
- partiële verklaring (datgene dat geldt voor woninginbraken, hoeft niet te gelden
voor winkeldiefstal. Generaliseert men deze resultaten, dan is er sprake van een
partiële verklaring).
Dé theorie van criminaliteit bestaat niet!!
‘The map is not the territory’ landkaarten geven een weergave van de werkelijkheid,
maar is niet volledig. Dit is ook geval met theorieën, (criminologische) theorieën zijn een
weergave van de werkelijkheid, maar zijn vaak onvolledig.
Definitie theorie
Wetenschappelijke theorieën zijn voorlopige antwoorden op kennisvragen gebaseerd op
nauwkeurig omschreven samenhangen tussen observeerbare gebeurtenissen.
- voorlopig:
o nieuw empirisch onderzoek kan feiten opleveren die niet in
overeenstemming zijn met de huidige theorie (scepticisme).
o algemene uitspraken waarop de theorie is gebaseerd, kan zelf onderwerp
van verklaring worden gemaakt.
- antwoorden op kennisvragen
o welke kennisvragen worden op een bepaald moment als probleem
ervaren (context). Soms zijn verklaringen (theorieën) niet in
overeenstemming met de werkelijkheid, maar op dat moment, in die
context zag men dat het probleem verholpen werd. Deze verklaring bood
dus in deze context een antwoord op kennisvragen theorieën worden
geformuleerd als (voorlopige) antwoorden op bestaande kennisvragen
o antwoord op kennisvragen vaak startpunt van handelen
Verspreiding van cholera en pest door vervuiling en stank
- nauwkeurig omschreven samenhangen
o wetenschappelijke theorieën moeten zo zijn opgesteld dat toetsbare
hypothesen kunnen worden afgeleid.
Bv. verklaring voor criminaliteit door Freud: Id, ego en superego.
- Observeerbare gebeurtenissen
o In de theorie gehanteerde begrippen moeten voldoende
operationaliseerbaar zijn.
Arjen Blokland
Hoorcollege 1 Inleiding
Wat is jouw theorie?
Bronnen van persoonlijke theorieën:
- persoonlijke ervaringen
- media (ervaringen van anderen)
- autoriteit (ouders, leraar)
- consensus (traditie, religie, politieke stroming)
Mogelijke fouten ontwikkelen van persoonlijke theorieën:
- gebrekkige / selectieve waarneming
- over-generalisatie
- persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp
- onlogisch of onvolledig redeneren (elliptische verklaring)
- partiële verklaring (datgene dat geldt voor woninginbraken, hoeft niet te gelden
voor winkeldiefstal. Generaliseert men deze resultaten, dan is er sprake van een
partiële verklaring).
Dé theorie van criminaliteit bestaat niet!!
‘The map is not the territory’ landkaarten geven een weergave van de werkelijkheid,
maar is niet volledig. Dit is ook geval met theorieën, (criminologische) theorieën zijn een
weergave van de werkelijkheid, maar zijn vaak onvolledig.
Definitie theorie
Wetenschappelijke theorieën zijn voorlopige antwoorden op kennisvragen gebaseerd op
nauwkeurig omschreven samenhangen tussen observeerbare gebeurtenissen.
- voorlopig:
o nieuw empirisch onderzoek kan feiten opleveren die niet in
overeenstemming zijn met de huidige theorie (scepticisme).
o algemene uitspraken waarop de theorie is gebaseerd, kan zelf onderwerp
van verklaring worden gemaakt.
- antwoorden op kennisvragen
o welke kennisvragen worden op een bepaald moment als probleem
ervaren (context). Soms zijn verklaringen (theorieën) niet in
overeenstemming met de werkelijkheid, maar op dat moment, in die
context zag men dat het probleem verholpen werd. Deze verklaring bood
dus in deze context een antwoord op kennisvragen theorieën worden
geformuleerd als (voorlopige) antwoorden op bestaande kennisvragen
o antwoord op kennisvragen vaak startpunt van handelen
Verspreiding van cholera en pest door vervuiling en stank
- nauwkeurig omschreven samenhangen
o wetenschappelijke theorieën moeten zo zijn opgesteld dat toetsbare
hypothesen kunnen worden afgeleid.
Bv. verklaring voor criminaliteit door Freud: Id, ego en superego.
- Observeerbare gebeurtenissen
o In de theorie gehanteerde begrippen moeten voldoende
operationaliseerbaar zijn.