Samenvatting Theoretische Criminologie
Week 1
H1 De context en de betekenis van theorie
Opvattingen over (de oorzaken van) criminaliteit ontwikkelen zich impliciet door
sociale ervaringen zoals opvoeding, de weergave van criminaliteit in de media en of de
persoon zelf (indirect) met criminaliteit in aanraking is gekomen.
De relatie tussen theorie en beleid is complex. Deze relaties heeft vooral het karakter
van een wisselwerking, waarin theorie en beleid elkaar bevestigen. Beleid dat is
gebaseerd op een theorie die niet meer houdbaar is, is zelf ook niet meer houdbaar.
Veranderingen in theoretische inzichten over criminaliteit leiden tot
beleidsveranderingen. Theoretische veranderingen vinden hun oorsprong is de
veranderingen in de sociale context; het is een soort kettingreactie.
Verandering in sociale context theoretische veranderingen beleidsveranderingen.
Klassieke school
- uitbannen van spirituele ne religieuze verklaringen van criminaliteit.
- Kosten- en batenanalyse
- Iedereen is voor het strafrecht gelijk
- Strafrecht moet ervoor zorgen dat kosten van delicten toenemen.
Positivistische school
- noodzaak tot (natuur)wetenschappelijk onderzoek naar criminelen
- biologische predisposities bepalen crimineel gedrag
- Lombroso
- Oorzaken voor criminaliteit liggen in het lichaam of de hersenen van de mens
Chicago school
- verband tussen sociale omstandigheden en criminaliteit in stedelijke gebieden
- Controle theorie = ontstaan van criminaliteit wordt toegeschreven aan de afname
van sociale en persoonlijke controle
- Differentiële associatie theorie = criminaliteit ontstaat door een culturele context
die illegaal gedrag ondersteund
- Anomietheorie = criminaliteit resulteert uit de onmogelijkheid van individuen
om succes of een beter bestaan te bereiken.
Mainstream criminology
o Centrale positie en blijvende invloed van de thoerieën
o Theorieën tasten de gevestigde sociale orde niet aan
Week 1
H1 De context en de betekenis van theorie
Opvattingen over (de oorzaken van) criminaliteit ontwikkelen zich impliciet door
sociale ervaringen zoals opvoeding, de weergave van criminaliteit in de media en of de
persoon zelf (indirect) met criminaliteit in aanraking is gekomen.
De relatie tussen theorie en beleid is complex. Deze relaties heeft vooral het karakter
van een wisselwerking, waarin theorie en beleid elkaar bevestigen. Beleid dat is
gebaseerd op een theorie die niet meer houdbaar is, is zelf ook niet meer houdbaar.
Veranderingen in theoretische inzichten over criminaliteit leiden tot
beleidsveranderingen. Theoretische veranderingen vinden hun oorsprong is de
veranderingen in de sociale context; het is een soort kettingreactie.
Verandering in sociale context theoretische veranderingen beleidsveranderingen.
Klassieke school
- uitbannen van spirituele ne religieuze verklaringen van criminaliteit.
- Kosten- en batenanalyse
- Iedereen is voor het strafrecht gelijk
- Strafrecht moet ervoor zorgen dat kosten van delicten toenemen.
Positivistische school
- noodzaak tot (natuur)wetenschappelijk onderzoek naar criminelen
- biologische predisposities bepalen crimineel gedrag
- Lombroso
- Oorzaken voor criminaliteit liggen in het lichaam of de hersenen van de mens
Chicago school
- verband tussen sociale omstandigheden en criminaliteit in stedelijke gebieden
- Controle theorie = ontstaan van criminaliteit wordt toegeschreven aan de afname
van sociale en persoonlijke controle
- Differentiële associatie theorie = criminaliteit ontstaat door een culturele context
die illegaal gedrag ondersteund
- Anomietheorie = criminaliteit resulteert uit de onmogelijkheid van individuen
om succes of een beter bestaan te bereiken.
Mainstream criminology
o Centrale positie en blijvende invloed van de thoerieën
o Theorieën tasten de gevestigde sociale orde niet aan