Katern 3 – Marktvormen en marktfalen
1.1 - Een perfecte markt
De markt op?
Bij een marktonderzoek kijk je naar:
- Aantal aanbieders
- Soort product: homogeen of heterogeen
- Marktomvang
- Winstmarge
- Toetredingsdrempels
Met deze kenmerken kun je een markt indelen in marktvormen
De prijs is altijd hetzelfde
Bij volkomen concurrentie kun je de prijs alleen beïnvloeden met een hoeveelheidsaanpasser
Evenwicht op de markt bij proportioneel variabele kosten
GTK-lijn = P = MO = GO = winst is 0 (break-even-punt). Als de GO-lijn boven P = MO = GO ligt, kan
een aanbieder zijn winst maximaliseren.
Evenwicht op de markt en een ander kostenverloop
Bij MO = MK = maximale winst. Die teken je door te kijken hoe groot GO en GTK zijn bij ‘q’, waarbij
de winst maximaal is. Je tekent een rechthoek met lengte (q) en hoogte (GO-GTK).
1.2 - De enige aanbieder
Waarom is er één aanbieder?
Bij een monopolie is er maar 1 aanbieder op die markt, er zijn 4 soorten monopolies:
1. Natuurlijke monopolie: de productie gebeurt op een grote schaal dat het efficiënter is als er
maar 1 producent is
2. Staatsmonopolie: een monopolie is in handen van de staat
3. Technisch monopolie: bedrijven hebben alleenrecht voor productie
4. Feitelijke monopolie: een bedrijf beheerst een markt door economische macht
Hoe hoog is de prijs?
Door de afwezigheid van concurrenten kan de monopolist zelf de prijs kiezen, hij is dus prijszetter.
MO daalt 2 keer zo snel als GO. Hij snijdt GO halverwege op de horizontale as.
Prijsdiscriminatie
Een bedrijf verkoopt een product tegen verschillende prijzen (prijsdiscriminatie). Het
consumentensurplus afromen gebeurt met prijsdiscriminatie.
1.1 - Een perfecte markt
De markt op?
Bij een marktonderzoek kijk je naar:
- Aantal aanbieders
- Soort product: homogeen of heterogeen
- Marktomvang
- Winstmarge
- Toetredingsdrempels
Met deze kenmerken kun je een markt indelen in marktvormen
De prijs is altijd hetzelfde
Bij volkomen concurrentie kun je de prijs alleen beïnvloeden met een hoeveelheidsaanpasser
Evenwicht op de markt bij proportioneel variabele kosten
GTK-lijn = P = MO = GO = winst is 0 (break-even-punt). Als de GO-lijn boven P = MO = GO ligt, kan
een aanbieder zijn winst maximaliseren.
Evenwicht op de markt en een ander kostenverloop
Bij MO = MK = maximale winst. Die teken je door te kijken hoe groot GO en GTK zijn bij ‘q’, waarbij
de winst maximaal is. Je tekent een rechthoek met lengte (q) en hoogte (GO-GTK).
1.2 - De enige aanbieder
Waarom is er één aanbieder?
Bij een monopolie is er maar 1 aanbieder op die markt, er zijn 4 soorten monopolies:
1. Natuurlijke monopolie: de productie gebeurt op een grote schaal dat het efficiënter is als er
maar 1 producent is
2. Staatsmonopolie: een monopolie is in handen van de staat
3. Technisch monopolie: bedrijven hebben alleenrecht voor productie
4. Feitelijke monopolie: een bedrijf beheerst een markt door economische macht
Hoe hoog is de prijs?
Door de afwezigheid van concurrenten kan de monopolist zelf de prijs kiezen, hij is dus prijszetter.
MO daalt 2 keer zo snel als GO. Hij snijdt GO halverwege op de horizontale as.
Prijsdiscriminatie
Een bedrijf verkoopt een product tegen verschillende prijzen (prijsdiscriminatie). Het
consumentensurplus afromen gebeurt met prijsdiscriminatie.