Hoofdstuk 6
Paragraaf 1
Als mensen met pensioen gaan, valt inkomen uit arbeid weg. In deze fase ontvangen ouderen een
AOW. Ons pensioenstelsel wordt opgedeeld in drie delen: de AOW-uitkering, het (bedrijfs)pensioen,
eigen middelen.
Paragraaf 2
Er zijn twee manieren om de AOW te betalen:
- Het omslagstelsel: de werkenden van nu betalen premies, waarmee de uitkeringen van de
ouderen van nu worden betaald.
- Het kapitaaldekkingsstelsel: iedereen die een inkomen heeft betaalt premies aan een fonds,
waaruit je op je oude dag een uitkering krijgt.
Bij de invoering van de AOW is gekozen voor het omslagstelsel, omdat de werkenden van toen
anders dubbel de premies zouden moeten betalen.
Een uitkering kan welvaartsvast of waardevast zijn:
- Welvaartsvast: de jaarlijkse stijging van de uitkering is even groot als de gemiddelde jaarlijkse
loonstijging van bedrijven (stijgt mee met de loon).
- Waardevast: de koopkracht van de uitkering blijft gelijk (stijgt mee met de inflatie).
Paragraaf 3
Veel werknemers zijn verplicht te sparen voor de oude dag (gedwongen besparing). Dit is meestal
geregeld via een pensioenfonds, waarvan er voor elk veld één is. Over deze uitkering wordt wel
belasting betaalt, want het is uitgesteld loon (ruilen over de tijd).
Pensioenfondsen beleggen de binnengekomen premies in zoal aandelen, obligaties, etc. Zij moeten
ervoor zorgen dat er genoeg geld is om de uitkeringen te betalen, ze moeten dus bijvoorbeeld letten
op het risico van beleggen.
De dekkingsgraad geeft aan in hoeverre het huidige vermogen voldoende is om de toekomstige
uitkeringen te betalen. Bij een dekkingsgraad van 100% is het vermogen net genoeg om de
uitkeringen te betalen.
Paragraaf 4
Je kunt ook zelf sparen, door bijvoorbeeld een spaarrekening, beleggen, etc. Met name voor zzp’ers
is zelf een pensioensverzekering afsluiten interessant, zo hebben ze later genoeg geld.
Paragraaf 5
Ouderen hebben naast een inkomen ook zorg nodig. Ziektekosten (bv. medicijnen,
ziekenhuisopname) worden vergoed door een ziektekostenverzekering. Als ouderen bijvoorbeeld
thuiszorg nodig hebben of worden opgenomen in een verpleegtetehuis en dat niet kunnen betalen,
kunnen zij een beroep doen op de Wlz (wet langdurige zorg).
Paragraaf 1
Als mensen met pensioen gaan, valt inkomen uit arbeid weg. In deze fase ontvangen ouderen een
AOW. Ons pensioenstelsel wordt opgedeeld in drie delen: de AOW-uitkering, het (bedrijfs)pensioen,
eigen middelen.
Paragraaf 2
Er zijn twee manieren om de AOW te betalen:
- Het omslagstelsel: de werkenden van nu betalen premies, waarmee de uitkeringen van de
ouderen van nu worden betaald.
- Het kapitaaldekkingsstelsel: iedereen die een inkomen heeft betaalt premies aan een fonds,
waaruit je op je oude dag een uitkering krijgt.
Bij de invoering van de AOW is gekozen voor het omslagstelsel, omdat de werkenden van toen
anders dubbel de premies zouden moeten betalen.
Een uitkering kan welvaartsvast of waardevast zijn:
- Welvaartsvast: de jaarlijkse stijging van de uitkering is even groot als de gemiddelde jaarlijkse
loonstijging van bedrijven (stijgt mee met de loon).
- Waardevast: de koopkracht van de uitkering blijft gelijk (stijgt mee met de inflatie).
Paragraaf 3
Veel werknemers zijn verplicht te sparen voor de oude dag (gedwongen besparing). Dit is meestal
geregeld via een pensioenfonds, waarvan er voor elk veld één is. Over deze uitkering wordt wel
belasting betaalt, want het is uitgesteld loon (ruilen over de tijd).
Pensioenfondsen beleggen de binnengekomen premies in zoal aandelen, obligaties, etc. Zij moeten
ervoor zorgen dat er genoeg geld is om de uitkeringen te betalen, ze moeten dus bijvoorbeeld letten
op het risico van beleggen.
De dekkingsgraad geeft aan in hoeverre het huidige vermogen voldoende is om de toekomstige
uitkeringen te betalen. Bij een dekkingsgraad van 100% is het vermogen net genoeg om de
uitkeringen te betalen.
Paragraaf 4
Je kunt ook zelf sparen, door bijvoorbeeld een spaarrekening, beleggen, etc. Met name voor zzp’ers
is zelf een pensioensverzekering afsluiten interessant, zo hebben ze later genoeg geld.
Paragraaf 5
Ouderen hebben naast een inkomen ook zorg nodig. Ziektekosten (bv. medicijnen,
ziekenhuisopname) worden vergoed door een ziektekostenverzekering. Als ouderen bijvoorbeeld
thuiszorg nodig hebben of worden opgenomen in een verpleegtetehuis en dat niet kunnen betalen,
kunnen zij een beroep doen op de Wlz (wet langdurige zorg).