1. ‘De mens komt blanco op de wereld’ is een uitspraak die past bij:
a. de psychoanalyse;
* b. het behaviorisme;
c. de humanistische psychologie.
2. Bij welk van de psychologische stromingen past een therapeut die zichzelf omschrijft als: ‘ik geef geen
opdrachten of voorschriften, verbied niet, ben niet suggestief, reik geen oplossingen aan, diagnosticeer niet
en presenteer mezelf niet als onafhankelijke deskundige’?
a. de psychoanalyse; ;
* b. de humanistische psychologie;
c. de systeemtheorie.
3. En vanuit welke psychologische stroming zou een uitspraak over dronkenschap kunnen komen als: “Te veel
alcohol drinken maakt het ‘beest’ in de mens wakker. In de genuttigde alcohol wordt als het ware het
geweten van de drinker opgelost’?
* a. psychoanalyse;
b. behaviorisme;
c. humanistische psychologie;
4. Psychoanalyse, behaviorisme en humanistische psychologie hebben elk een bepaalde visie op het menselijk
gedrag. Deze is aan te duiden als ‘optimistisch’, ‘neutraal’ of ‘pessimistisch’. Welk van de onderstaande
uitspraken is juist?
a. psychoanalyse: optimistisch; behaviorisme: neutraal; humanistische psychologie: pessimistisch;
* b. psychoanalyse: pessimistisch; behaviorisme: neutraal; humanistische psychologie: optimistisch;
c. psychoanalyse: neutraal; behaviorisme: pessimistisch; humanistische psychologie: optimistisch.
5. De psychische structuur van de mens bestaat volgens Freud onder meer uit het Superego. Wat bedoelt hij
daarmee?
a. de rede, het gezond verstand;
b. het samenstel van seksuele en agressieve driften;
* c. het samenstel van normen en waarden.
6. Theo (23 jaar) is verstandelijk gehandicapt en woont in een instelling voor begeleid wonen. De begeleiders
hebben de handen vol aan hem. Hij is heel sterk en als hij boos is omdat hij z'n zin niet krijgt kan hij zo maar
met meubilair gaan gooien. Vanuit de psychoanalyse kan dit als volgt verklaard worden:
a. het ID laat zich te veel gelden;
b. het Superego is niet goed ontwikkeld;
* c. a. en b. zijn beide juist.
7. De psychoanalyse als hulpverlening heeft als doel:
* a. bewustwording van de onderliggende oorzaken van het gestoorde gedrag;
b. het corrigeren van abnormale seksualiteit;
c. het afleren van ongewenst gedrag.
8. De ontwikkeling van de mens loopt volgens Freud via verschillende fasen. Daarbij kan sprake zijn van
regressie. Wat is een goed voorbeeld van regressie?
a. Kees heeft een voorliefde voor snoep. Bijna al z’n zakgeld gaat er aan op. Geen wonder dat hij te
zwaar is voor z’n leeftijd;
b. Elke keer als Sara spanning voelt, krijgt ze een CARA-aanval;
* c. Debbie, die al jaren zindelijk is, gaat – tijdens ruzies tussen haar ouders over de regeling van de
scheiding – ineens weer in bed plassen.
9. Als je een planning maakt voor het huiswerk voor de studie waarbij je ook rekening houdt met je andere
wensen en verlangens wat betreft tijdbesteding, dan is volgens Freud:
a. het primaire proces actief;
* b. het secundaire proces actief;
c. het tertiaire proces actief.
10. Iemand zit op een bankje bij een vijver met eendjes. Opeens hoort hij dichtbij een fietser hard bellen.
Terwijl de eendjes luid snaterend toestromen neemt de fietser plaats op het bankje, haalt een stuk oud
brood te voorschijn en zegt: “Dat doe ik nu elke dag, en luisteren dat ze doen…” Volgens de theorie van
de klassieke conditionering is de fietsbel hier:
a. de ongeconditioneerde stimulus;
* b. de geconditioneerde stimulus;
c. de geconditioneerde respons.