Voeding bij kanker
Hoofdstuk 4
Ongunstige lichaamssamenstelling = toename van vetmassa, afname van spiermassa.
Ondervoeding = een voedingstoestand waarbij waarbij sprake is van een tekort of disbalans van
energie, eiwit en/of andere nutriënten wat leidt tot meetbare nadelige effecten op de
lichaamsomvang en lichaamssamenstelling, op het functioneren en op klinische resultaten is
geassocieerd met een kortere levensverwachting bij patiënten met longkanker, kanker in het hoofd-
halsgebied, leukemie en lymfomen en gevorderde stadia van prostaat-en borstkanker
wondgenezing is trager, mortaliteit hoger en grotere kans op infecties en langdurige
ziekenhuisopname.
- Criteria: >10% onbedoeld gewichtsverlies in 6 maanden of >5% in één maand.
BMI < 18,5 (65 jaar en ouder of onder de 20).
Onvoldoende inname van voeding (drie dagen niet of nauwelijks gegeten of meer dan
een week minder gegeten dan normaal).
Precachexie = beginnende ondervoeding t.g.v. ziekte, waarbij het gewichtsverlies nog beperkt is
maar als wel bijkomende verschijnselen zijn opgetreden.
Cachexie = zeer ernstige vorm van ondervoeding t.g.v. ziekte spieratrofie en ernstig verlies van
spierkracht.
Refractaire cachexie = vergevorderd stadium in het cachexieproces met een lage performance score
en een beperkte levensverwachting.
Sacropenie = ondervoeding die wordt gekenmerkt door verlies van spiermassa en spierkracht bij
gelijkblijvende of stijgende vetmassa, waardoor geen of vrijwel geen gewichtsverlies optreedt.
Primaire: treedt op a.g.v. het normale verouderingsproces.
Secundaire: treedt op a.g.v. onvoldoende lichaamsbeweging, ziekte die gepaard gaat met
inflammatie, ondervoeding door onvoldoende inname eiwit.
Sacropene obesitas = ondervoeding verlies spiermassa en spierkracht i.c.m. hoge vetmassa of
ernstig overgewicht.
Asthenie = algemene zwakte gekenmerkt door vermoeidheid, fysieke en psychische uitputting
geheugenverlies, concentratiestoornissen en emotionele labiliteit.
Anorexie = gebrek aan eetlust die door de patiënt als hinderlijk wordt ervaren. Gaat vaak gepaard
met snelle verzadiging, smaak-en reukveranderingen en aversie tegen bepaalde voedingsmiddelen.
- Inflammatie (verzamelnaam onstekingsprocessen als reactie op prikkels zoals tumorgroei,
trauma etc.) en metabole ontregeling: deze vorm van ondervoeding ontstaat a.g.v. het
ziekteproces zelf en kan ondanks een voldoende inname van voeding optreden.
Cytokinen = eiwitten die een rol spelen in de immuun afweer.
Anorexie-cachexiesyndroom = complex samenspel van verminderde voedingsinname door allerlei
oorzaken en door ziekte gerelateerde metabole veranderingen met een gestoord koolhydraat-, vet
en eiwitmetabolisme als gevolg kan leiden tot cachexie.
Hoofdstuk 4
Ongunstige lichaamssamenstelling = toename van vetmassa, afname van spiermassa.
Ondervoeding = een voedingstoestand waarbij waarbij sprake is van een tekort of disbalans van
energie, eiwit en/of andere nutriënten wat leidt tot meetbare nadelige effecten op de
lichaamsomvang en lichaamssamenstelling, op het functioneren en op klinische resultaten is
geassocieerd met een kortere levensverwachting bij patiënten met longkanker, kanker in het hoofd-
halsgebied, leukemie en lymfomen en gevorderde stadia van prostaat-en borstkanker
wondgenezing is trager, mortaliteit hoger en grotere kans op infecties en langdurige
ziekenhuisopname.
- Criteria: >10% onbedoeld gewichtsverlies in 6 maanden of >5% in één maand.
BMI < 18,5 (65 jaar en ouder of onder de 20).
Onvoldoende inname van voeding (drie dagen niet of nauwelijks gegeten of meer dan
een week minder gegeten dan normaal).
Precachexie = beginnende ondervoeding t.g.v. ziekte, waarbij het gewichtsverlies nog beperkt is
maar als wel bijkomende verschijnselen zijn opgetreden.
Cachexie = zeer ernstige vorm van ondervoeding t.g.v. ziekte spieratrofie en ernstig verlies van
spierkracht.
Refractaire cachexie = vergevorderd stadium in het cachexieproces met een lage performance score
en een beperkte levensverwachting.
Sacropenie = ondervoeding die wordt gekenmerkt door verlies van spiermassa en spierkracht bij
gelijkblijvende of stijgende vetmassa, waardoor geen of vrijwel geen gewichtsverlies optreedt.
Primaire: treedt op a.g.v. het normale verouderingsproces.
Secundaire: treedt op a.g.v. onvoldoende lichaamsbeweging, ziekte die gepaard gaat met
inflammatie, ondervoeding door onvoldoende inname eiwit.
Sacropene obesitas = ondervoeding verlies spiermassa en spierkracht i.c.m. hoge vetmassa of
ernstig overgewicht.
Asthenie = algemene zwakte gekenmerkt door vermoeidheid, fysieke en psychische uitputting
geheugenverlies, concentratiestoornissen en emotionele labiliteit.
Anorexie = gebrek aan eetlust die door de patiënt als hinderlijk wordt ervaren. Gaat vaak gepaard
met snelle verzadiging, smaak-en reukveranderingen en aversie tegen bepaalde voedingsmiddelen.
- Inflammatie (verzamelnaam onstekingsprocessen als reactie op prikkels zoals tumorgroei,
trauma etc.) en metabole ontregeling: deze vorm van ondervoeding ontstaat a.g.v. het
ziekteproces zelf en kan ondanks een voldoende inname van voeding optreden.
Cytokinen = eiwitten die een rol spelen in de immuun afweer.
Anorexie-cachexiesyndroom = complex samenspel van verminderde voedingsinname door allerlei
oorzaken en door ziekte gerelateerde metabole veranderingen met een gestoord koolhydraat-, vet
en eiwitmetabolisme als gevolg kan leiden tot cachexie.