Communicatiewetenschappen:
Deadline steeds zondagavond: 20u
Schriftelijk examen, gesloten boek => 8 kort-antwoord-vragen + 1 uitgebreidere case
Minstens 5 ingevulde opdrachten moeten ingediend zijn. ( geen score, enkel
voorbereiding)
Studiemateriaal: cursus beschikbaar via Universitas
Hoofdstuk 1: Inleiding
Slankheidsideaal: wordt in de media sterk naar voor gebracht
Impact op jongeren, gezondheid en gedrag
Media, een belangrijke socialisatiebron
Vierde macht
Publieke opinie
Richtlijnen journalisten
Communicatie zit overal
CommunicatieWETENSCHAP:
Relatief jonge wetenschap (na WOII)
Communicatiewetenschappelijke fenomenen voordien onderzocht vanuit
retoriek, Psychologie, sociologie, taalkunde,…
Aristoteles: Drie intrinsieke middelen om publiek te overtuigen; ethos
(persoonlijkheid en waarden van de spreker), pathos, logos
Belang van theorieen, concepten/modellen, empirisch onderzoek
Zowel kleine als grote groepen
1) Social learning theory:
Cognitieve verklaring, leren dat bepaald gedrag beloond wordt
2) Excitation transfer theory:
Het gevoel dat je ergens door krijgt bepaald mee je gedrag.
Meta-analyse: samenvatting van bestaand onderzoek, op verschillende momenten
Verbanden => gewelddadige games en agressie
John Favreau (ex-speech-schrijver van Obama over storytelling):
Storytelling = eigen verhaal overbrengen naar een massa
Op een verhalende manier vertellen over bepaalde thema’s
Voorbeelden aanhalen
Entertainmenteducation :
Bepaald thema overbrengen via kanalen/plaatsen waar mensen al komen.
, Multidisciplinariteit ook nu nog belangrijk
Communicatiewetenschap kent diverse subdomeinen
Diversiteit komt o.m. tot uiting op vlak van definities en modellen van communicatie
Wat is communicatie?:
Etymologie van het begrip “communicatie”
Woordenboekdefinities: transmissie verusus gemeenschappelijk maken (twee
evenwaardige personen, zender & ontvanger wisselen constant van plaats)
Wetenschappelojke definities van communicatie: talrijk
Verschillende accenten:
Ontvanger, zender, verbinding, vergemeenschappelijken, transmissie,
symboolgebruik
Twee belangrijke perspectieven:
1) Processchool ziet communicatie als transmissie van boodschappen
(éénrichtingsverkeer)
Verschil tussen output en input is een ‘fout’: boodschap is niet toegekomen,
communiocatie is niet geslaagd
Basis: psychologie en sociologie
Richt zich primair op communicatieactiviteiten
2) Betekeniscreatieschool ziet communicatie als productie en uitwisseling van
betekenissen (tussen zender en ontvanger)
Nadruk op hoe boodschappen of teksten interageren met mensen om zo
betekenissen tot stand te helpen.
Centrale methode = semiotiek
Richt zich primair op de producten van communicatie
(krantenartikels, tiktok filmpjes)
Inhoud die veel betekenissen kan krijgen
Interpretaties over teksten/filmpjes veranderen over de jaren heen (bv:
friends)
Verschillende generaties interpreteren dezelfde tekst/serie anders
Proces- versus betekeniscreatieschool:
Intentie komt niet bij iedere ontvanger hetzelfde over.
Controversen en breekpunten:
1) Intentionaliteit:
Intentionaliteit: 4 situaties
Het passief-actief moden van McQuail (Intentioneel otnvangen, zender actief)
Teleologische opvatting = sterk vertegenwoordigd bij onderzoekers
massacommunicatie (enkel communicatie tussen personen)
“gedragsopvatting”: studie van interpersoonlijke communicatie (veel breder,
alles is communicatie)
2) Geslaagdheid als criterium:
Geslaagde versus niet geslaagde communicatie
Wat is geslaagde communicatie: voorwaarden
GC= E + T + Ox … ( in cursus zoeken)
Deadline steeds zondagavond: 20u
Schriftelijk examen, gesloten boek => 8 kort-antwoord-vragen + 1 uitgebreidere case
Minstens 5 ingevulde opdrachten moeten ingediend zijn. ( geen score, enkel
voorbereiding)
Studiemateriaal: cursus beschikbaar via Universitas
Hoofdstuk 1: Inleiding
Slankheidsideaal: wordt in de media sterk naar voor gebracht
Impact op jongeren, gezondheid en gedrag
Media, een belangrijke socialisatiebron
Vierde macht
Publieke opinie
Richtlijnen journalisten
Communicatie zit overal
CommunicatieWETENSCHAP:
Relatief jonge wetenschap (na WOII)
Communicatiewetenschappelijke fenomenen voordien onderzocht vanuit
retoriek, Psychologie, sociologie, taalkunde,…
Aristoteles: Drie intrinsieke middelen om publiek te overtuigen; ethos
(persoonlijkheid en waarden van de spreker), pathos, logos
Belang van theorieen, concepten/modellen, empirisch onderzoek
Zowel kleine als grote groepen
1) Social learning theory:
Cognitieve verklaring, leren dat bepaald gedrag beloond wordt
2) Excitation transfer theory:
Het gevoel dat je ergens door krijgt bepaald mee je gedrag.
Meta-analyse: samenvatting van bestaand onderzoek, op verschillende momenten
Verbanden => gewelddadige games en agressie
John Favreau (ex-speech-schrijver van Obama over storytelling):
Storytelling = eigen verhaal overbrengen naar een massa
Op een verhalende manier vertellen over bepaalde thema’s
Voorbeelden aanhalen
Entertainmenteducation :
Bepaald thema overbrengen via kanalen/plaatsen waar mensen al komen.
, Multidisciplinariteit ook nu nog belangrijk
Communicatiewetenschap kent diverse subdomeinen
Diversiteit komt o.m. tot uiting op vlak van definities en modellen van communicatie
Wat is communicatie?:
Etymologie van het begrip “communicatie”
Woordenboekdefinities: transmissie verusus gemeenschappelijk maken (twee
evenwaardige personen, zender & ontvanger wisselen constant van plaats)
Wetenschappelojke definities van communicatie: talrijk
Verschillende accenten:
Ontvanger, zender, verbinding, vergemeenschappelijken, transmissie,
symboolgebruik
Twee belangrijke perspectieven:
1) Processchool ziet communicatie als transmissie van boodschappen
(éénrichtingsverkeer)
Verschil tussen output en input is een ‘fout’: boodschap is niet toegekomen,
communiocatie is niet geslaagd
Basis: psychologie en sociologie
Richt zich primair op communicatieactiviteiten
2) Betekeniscreatieschool ziet communicatie als productie en uitwisseling van
betekenissen (tussen zender en ontvanger)
Nadruk op hoe boodschappen of teksten interageren met mensen om zo
betekenissen tot stand te helpen.
Centrale methode = semiotiek
Richt zich primair op de producten van communicatie
(krantenartikels, tiktok filmpjes)
Inhoud die veel betekenissen kan krijgen
Interpretaties over teksten/filmpjes veranderen over de jaren heen (bv:
friends)
Verschillende generaties interpreteren dezelfde tekst/serie anders
Proces- versus betekeniscreatieschool:
Intentie komt niet bij iedere ontvanger hetzelfde over.
Controversen en breekpunten:
1) Intentionaliteit:
Intentionaliteit: 4 situaties
Het passief-actief moden van McQuail (Intentioneel otnvangen, zender actief)
Teleologische opvatting = sterk vertegenwoordigd bij onderzoekers
massacommunicatie (enkel communicatie tussen personen)
“gedragsopvatting”: studie van interpersoonlijke communicatie (veel breder,
alles is communicatie)
2) Geslaagdheid als criterium:
Geslaagde versus niet geslaagde communicatie
Wat is geslaagde communicatie: voorwaarden
GC= E + T + Ox … ( in cursus zoeken)