Welvaart:
Bruto binnenlands product (BBP): De totale waarde van alle goederen en diensten
die in een land in een jaar worden geproduceerd.
Welvaartsbegrip: Het begrip van welvaart kan verschillend geïnterpreteerd worden.
Bijvoorbeeld in termen van inkomen, onderwijs, gezondheidszorg en
levensverwachting.
Bbp per hoofd: Het BBP per persoon in een land. Dit geeft aan hoeveel productie er
is per persoon.
Informele sector en het BBP: De informele sector, ook wel de zwarte economie
genoemd, is de economie waarin geen belasting wordt betaald en niet wordt
geregistreerd. Dit wordt niet meegenomen in het BBP.
Human development index (HDI): Een maatstaf voor de ontwikkeling van landen op
basis van inkomen, gezondheid en onderwijs.
Groen bbp: Het BBP waarin de milieukosten worden meegenomen, zoals de kosten
voor het opruimen van vervuiling.
Bbp beperkingen: Het BBP heeft beperkingen omdat het geen rekening houdt met
zaken als kwaliteit van leven, ongelijkheid en de impact van milieuvervuiling.
Nominale & Reële economische groei: Nominale groei houdt alleen rekening met de
prijsveranderingen, terwijl reële groei de prijsveranderingen corrigeert voor inflatie.
Arbeidsinkomensquote: Het percentage van het BBP dat wordt betaald als loon aan
werknemers.
Categoriale inkomensverdeling: De verdeling van inkomens over verschillende
groepen mensen, zoals werkenden en gepensioneerden.
Geldkringloop:
Geldkringloop/economische kringloop: De stroom van geld tussen huishoudens,
bedrijven en overheden in een economie.
Nationaal spaarsaldo: Het verschil tussen het nationale inkomen en de nationale
consumptie. Als het positief is, betekent dit dat er meer wordt gespaard dan
uitgegeven.
Inkomstenverdeling:
Lorenzcurve: Een grafiek die de inkomensverdeling van een land weergeeft en laat
zien hoeveel procent van het inkomen wordt verdiend door een bepaald percentage
van de bevolking.
Nivelleren & denivelleren: Het nivelleren van de inkomensverdeling betekent dat de
inkomensverschillen kleiner worden gemaakt, terwijl denivelleren betekent dat de
inkomensverschillen groter worden.
Inkomstenbelasting (box 1): Een belasting op het inkomen van huishoudens en
individuen.
Eigenwoningforfait: Een belasting op het bezit van een eigen huis.
Bruto binnenlands product (BBP): De totale waarde van alle goederen en diensten
die in een land in een jaar worden geproduceerd.
Welvaartsbegrip: Het begrip van welvaart kan verschillend geïnterpreteerd worden.
Bijvoorbeeld in termen van inkomen, onderwijs, gezondheidszorg en
levensverwachting.
Bbp per hoofd: Het BBP per persoon in een land. Dit geeft aan hoeveel productie er
is per persoon.
Informele sector en het BBP: De informele sector, ook wel de zwarte economie
genoemd, is de economie waarin geen belasting wordt betaald en niet wordt
geregistreerd. Dit wordt niet meegenomen in het BBP.
Human development index (HDI): Een maatstaf voor de ontwikkeling van landen op
basis van inkomen, gezondheid en onderwijs.
Groen bbp: Het BBP waarin de milieukosten worden meegenomen, zoals de kosten
voor het opruimen van vervuiling.
Bbp beperkingen: Het BBP heeft beperkingen omdat het geen rekening houdt met
zaken als kwaliteit van leven, ongelijkheid en de impact van milieuvervuiling.
Nominale & Reële economische groei: Nominale groei houdt alleen rekening met de
prijsveranderingen, terwijl reële groei de prijsveranderingen corrigeert voor inflatie.
Arbeidsinkomensquote: Het percentage van het BBP dat wordt betaald als loon aan
werknemers.
Categoriale inkomensverdeling: De verdeling van inkomens over verschillende
groepen mensen, zoals werkenden en gepensioneerden.
Geldkringloop:
Geldkringloop/economische kringloop: De stroom van geld tussen huishoudens,
bedrijven en overheden in een economie.
Nationaal spaarsaldo: Het verschil tussen het nationale inkomen en de nationale
consumptie. Als het positief is, betekent dit dat er meer wordt gespaard dan
uitgegeven.
Inkomstenverdeling:
Lorenzcurve: Een grafiek die de inkomensverdeling van een land weergeeft en laat
zien hoeveel procent van het inkomen wordt verdiend door een bepaald percentage
van de bevolking.
Nivelleren & denivelleren: Het nivelleren van de inkomensverdeling betekent dat de
inkomensverschillen kleiner worden gemaakt, terwijl denivelleren betekent dat de
inkomensverschillen groter worden.
Inkomstenbelasting (box 1): Een belasting op het inkomen van huishoudens en
individuen.
Eigenwoningforfait: Een belasting op het bezit van een eigen huis.