Theorie
2p 1 A, C, D, E, (per fout of ontbrekende letter -1)
2p 2 A, C, D (per fout of ontbrekende letter -1)
2p 3 Bij een hoge temperatuur op aarde verdampen uit zeewater veel zware
zuurstofatomen (18O), die via wolken en neerslag in sneeuw en ijs
terechtkomen. Het aandeel van deze atomen in de verhouding 16O/18O is dan
relatief laag. Bij een lage temperatuur op aarde is het aandeel relatief hoog. 1p
In het ijs zitten luchtbellen uit het verleden, die een aanwijzing geven voor de
concentratie van CO2 in het verleden. 1p
2p 4 D en E (per fout of ontbrekende letter -1)
2p 5 Door veranderingen in de excentriciteit, obliquiteit en precessie is er over
50.000 jaar door minder zonne-energie een ijstijd te verwachten. 1p
Het warmer worden van de aarde kan de afkoeling van de aarde vertragen en
een nieuwe ijstijd uitstellen. 1p
2p 6 Veel van de uitstoot van CO2 wordt opgeslagen in de oceaan en het land.
Daardoor neemt de concentratie in de atmosfeer minder snel toe dan de
uitstoot.
1p 7 B
2p 8 Op de korte termijn zal de koolstofconcentratie door het vrijkomen van de
enorme voorraad koolstof bij verbranding ineens flink toenemen. 1p
Het jonge plantagebos neemt hierna meer koolstof uit de lucht dan het
vroegere (oudere) tropisch regenwoud. Op lange termijn zal de
koolstofconcentratie dus weer dalen. 1p
2p 9 Door het warmere klimaat zal de boomgrens hoger komen te liggen, net
onder de ondergrens van het gebied waar de sneeuw het hele jaar blijft liggen
(de sneeuwgrens). 1p
De sneeuwdikte en de lengte van het skiseizoen nemen door de lagere
sneeuwzekerheid ook af. Door dit alles neemt de aantrekkelijkheid voor het
wintertoerisme af en krijgt de toeristenklimaatindex minder punten. 1p
3p 11 Voorbeelden van juiste antwoorden (1p per antwoord, max. 3p):
een lagere productie in de landbouw in gebieden met een grotere droogte
in de droge periode
2p 1 A, C, D, E, (per fout of ontbrekende letter -1)
2p 2 A, C, D (per fout of ontbrekende letter -1)
2p 3 Bij een hoge temperatuur op aarde verdampen uit zeewater veel zware
zuurstofatomen (18O), die via wolken en neerslag in sneeuw en ijs
terechtkomen. Het aandeel van deze atomen in de verhouding 16O/18O is dan
relatief laag. Bij een lage temperatuur op aarde is het aandeel relatief hoog. 1p
In het ijs zitten luchtbellen uit het verleden, die een aanwijzing geven voor de
concentratie van CO2 in het verleden. 1p
2p 4 D en E (per fout of ontbrekende letter -1)
2p 5 Door veranderingen in de excentriciteit, obliquiteit en precessie is er over
50.000 jaar door minder zonne-energie een ijstijd te verwachten. 1p
Het warmer worden van de aarde kan de afkoeling van de aarde vertragen en
een nieuwe ijstijd uitstellen. 1p
2p 6 Veel van de uitstoot van CO2 wordt opgeslagen in de oceaan en het land.
Daardoor neemt de concentratie in de atmosfeer minder snel toe dan de
uitstoot.
1p 7 B
2p 8 Op de korte termijn zal de koolstofconcentratie door het vrijkomen van de
enorme voorraad koolstof bij verbranding ineens flink toenemen. 1p
Het jonge plantagebos neemt hierna meer koolstof uit de lucht dan het
vroegere (oudere) tropisch regenwoud. Op lange termijn zal de
koolstofconcentratie dus weer dalen. 1p
2p 9 Door het warmere klimaat zal de boomgrens hoger komen te liggen, net
onder de ondergrens van het gebied waar de sneeuw het hele jaar blijft liggen
(de sneeuwgrens). 1p
De sneeuwdikte en de lengte van het skiseizoen nemen door de lagere
sneeuwzekerheid ook af. Door dit alles neemt de aantrekkelijkheid voor het
wintertoerisme af en krijgt de toeristenklimaatindex minder punten. 1p
3p 11 Voorbeelden van juiste antwoorden (1p per antwoord, max. 3p):
een lagere productie in de landbouw in gebieden met een grotere droogte
in de droge periode