Huiswerkopgaven les 2
1. Wanneer wordt de m.biceps brachii concentrisch aangespannen bij het maken van
een biceps curl?
a. Bij het omhoog brengen van de dumbell
2. Welke spieren worden gebruikt bij het correct uitvoeren van een side bend?
B.
3. Welke bewegingen zijn mogelijk in het ellebooggewricht?
d. Flexie, extensie, pronatie en supinatie
4. Welke spier wordt het meest getraind bij het maken van een dumbell shoulder
press?
a. M. deltoideus
5. Van waaruit vindt lengtegroei van botten plaats?
c. Vanuit de epifyairschijven
6. Welke spieren zijn duidelijk elkaars antagonisten?
c. M. biceps brachii en m. triceps brachii
7. Welke spier(en) is/zijn actief bij het maken van een push ups?
c. M. triceps brachii en m. pectoralis major
8. In welk gewricht kan extensie en pronatie plaats vinden?
B
9. Door welk gewricht loopt de bewegingsas bij het maken van een standig cal fraise?
d. geen van bovenstaande antwoorden is juist
10. Welke spier(en) is/zijn een antagonist van de m.trapezius?
D. Alleen de m. rhomboideus
E. Latijnse benaming botten
1. Os scapula
2. Os humerus
3. Columna vertebralis
4. Pelvis
5. Os patella
6. Os fibula
7. Os clavicula
8. Os costa
9. Os radius
10. Os ulna
11. Os femur
1. Wanneer wordt de m.biceps brachii concentrisch aangespannen bij het maken van
een biceps curl?
a. Bij het omhoog brengen van de dumbell
2. Welke spieren worden gebruikt bij het correct uitvoeren van een side bend?
B.
3. Welke bewegingen zijn mogelijk in het ellebooggewricht?
d. Flexie, extensie, pronatie en supinatie
4. Welke spier wordt het meest getraind bij het maken van een dumbell shoulder
press?
a. M. deltoideus
5. Van waaruit vindt lengtegroei van botten plaats?
c. Vanuit de epifyairschijven
6. Welke spieren zijn duidelijk elkaars antagonisten?
c. M. biceps brachii en m. triceps brachii
7. Welke spier(en) is/zijn actief bij het maken van een push ups?
c. M. triceps brachii en m. pectoralis major
8. In welk gewricht kan extensie en pronatie plaats vinden?
B
9. Door welk gewricht loopt de bewegingsas bij het maken van een standig cal fraise?
d. geen van bovenstaande antwoorden is juist
10. Welke spier(en) is/zijn een antagonist van de m.trapezius?
D. Alleen de m. rhomboideus
E. Latijnse benaming botten
1. Os scapula
2. Os humerus
3. Columna vertebralis
4. Pelvis
5. Os patella
6. Os fibula
7. Os clavicula
8. Os costa
9. Os radius
10. Os ulna
11. Os femur