In de studie ‘Routine Vaccinations and Child Survival: Follow up Study in Guinea-Bissau,
West Africa’(1) is de associatie tussen routinematige vaccinaties bij kinderen en overleving
van kinderen in Guinea-Bisseau onderzocht. Er werd een longitudinale cohort studie
uitgevoerd waarbij, gedurende 6 jaar, 15.351 vrouwen en hun nakomelingen werden gevolgd.
Gegevens werden verzameld door regelmatige bezoeken aan moeder en kinderen. De
vaccinatie status werd tijdens het eerste bezoek vastgesteld waarna informatie over
sterfgevallen werd verkregen tijdens de volgende bezoeken. De studie wees uit dat het
ontvangen van mazelen- of BCG-vaccins de overleving van zuigelingen verbeterde vanwege
gunstige niet-specifieke effecten, terwijl het ontvangen van difterie-, tetanus- en kinkhoest- en
het poliovaccin de mortaliteit verhoogde.
Na de publicatie van deze studie in de BMJ verschenen er verschillende commentaries. In één
van de commentaries beschreef Fine (2) zijn vraagtekens over de vergelijkbaarheid van de
studie. De vaccinatiestatus van de kinderen is onduidelijk, aangezien er voor een groot deel
van de zuigelingen geen vaccinatiekaart beschikbaar was. Hij merkt op dat het statistisch
significante van het effect van immunisatie op de mortaliteit niet erg overtuigend is (het heeft
een lager 95% betrouwbaarheidsinterval van 1,10 tot 3.10, waarbij 1,0 geen effect betekent).
Ook heeft hij kritiek dat moeders van ontvangers van het DTP-poliovaccin jonger bleken te
zijn dan die van ontvangers van BCG- of mazelenvaccins. Gevaccineerde kinderen zijn tot
slot mogelijk frequenter in het ziekenhuis, waardoor sterfte lager is.
Ook Folb (3) is kritisch. Hij constateerde talrijke ernstige tekortkomingen. Waarbij niet
dezelfde conclusie getrokken kan worden als de auteurs. De auteurs zijn volgens hem
vooringenomen en hebben geen poging gedaan dit aan te pakken.
Andere commentaries zijn positiever. Volgens Mulholland (4) zijn de methodologische
tekortkomingen belicht in het begeleidende hoofdartikel. Bovendien is dit een enkele studie,
die niet is ontworpen om deze kwestie aan te pakken.
Volgens Shann (5) Betekent het niet dat het geven van de vaccins de mortaliteit met 84%
verhoogd. Het houdt eerder in dat als we een gebied vergelijken waar elk kind is
geïmmuniseerd met een gebied waar geen enkel kind is ingeënt, de daling van sterfte bij de
geïmmuniseerde kinderen minder is dan verwacht.
Dit onderzoek heeft een verassende uitkomst. Om ethische redenen was dit geen randomized
controlled trial, maar is gekozen voor een longitudinale cohort studie. De vergelijkbaarheid
van de studie is hierdoor lastig vast te stellen. De toewijzing van de vaccinatiestatus en
daarmee de groepen was onduidelijk. Kinderen zonder datum op de vaccinatiekaart werden in
de ongevaccineerde groep geplaatst. Hierdoor ontstaat informatie bias en mogelijk ook
selectiebias. Het is onduidelijk uit de studie hoeveel van de kinderen in de ongevaccineerde
groep een vaccinatie kaart in het bezit hadden zonder datum. Mogelijk is het aandeel van deze
groep groot, waardoor er mogelijk andere factoren zijn die ervoor zorgen dat de
gevaccineerde groep met het DTP-poliovaccin onterecht een hogere mortaliteit ondervinden.
Indien mogelijk is het beter eerst een registratie systeem op te zetten in locaties waar
vaccinaties worden gegeven. Zo is er een database aanwezig die alle gevaccineerde kinderen
en de datum registreert. Alle ongeregistreerde kinderen, worden als ongevaccineerd
gekenmerkt. Ook kan er recall bias hebben plaatsgevonden. Wanneer informatie niet aan