Functie strafrecht: Bewaken van de veiligheid en het ordelijk verloop van de samenleving door
bepaalde schadelijke en gevaarlijke menselijke gedragingen tegen te gaan door middel van
vervolging en bestraffing, Voorkomen van eigenrichting, Geweldsmonopolie/monopolie op straffen
Monopolie op straffen: Een gevangenisstraf mag alleen de rechter opleggen. Soms uitzonderingen
straffen door het OM.
Formeel strafrecht: Regels over hoe politie, justitie en rechter te werk moeten gaan (hoe).
Materieel strafrecht: wet en regelgeving (wat).
Wetboek van strafrecht is materieel. Gaat over inhoud.
Wetboek van strafvordering is formeel. Gaat over procedures.
Wetboek van strafrecht heeft drie boeken.
Boek 1 is het algemeen gedeelte de straffen die kunnen worden opgelegd.
Boek 2 daarin staan alle misdrijven (er staan gevangenisstraffen op als hoogste straf). Ook ernstige
dwangmiddelen staan hierin dus aftappen telefoon.
Boek 3 hierin staan overtredingen. Dus eenvoudigere zaken. Komen altijd bij de kanton rechter.
Commune strafrecht: alles wat in het wetboek van strafrecht en in het wetboek van strafvordering
staat.
Bijzonder strafrecht: straffen die op een specifiek iets zijn gericht. Wegen verkeers wet, wapen wet,
opiumwet. Bijzonder bevat zowel formeel als materieel bepalingen.
Legaliteitsbeginsel: artikel 1 Sv: Iemand kan alleen voor iets worden vervolgd als het strafbaar is
gesteld volgens de wet. Dat staat in art 16 GW en 7 EVRM en Art. 1 WVSR.
Vier voorwaarden voor strafbaar feit:
• het moet gaan om een menselijke gedraging
• die binnen een delictsomschrijving valt Bestanddelen
• en die wederrechtelijk is Elementen
• en aan schuld te wijten Elementen
Let op wederrechtelijk en schuld kunnen ook bestanddelen zijn.
bestanddelen: specifiek geschreven voorwaarden voor strafbaarheid.
Elementen: algemene (ongeschreven) voorwaarden voor strafbaarheid.
Verdachte: artikel 27 lid 1 Sv
- een (rechts)persoon
- t.a.v. wie uit feiten of omstandigheden
- een redelijk vermoeden van schuld
- aan enig strafbaar feit voortvloeit
Onschuldpresumptie: pas als de rechter oordeelt dat een persoon iets heeft gedaan is deze persoon
dader. Volgens art 6 Evrm.
Verdachte heeft rechten: Cautie art 29 lid 2 Sv, Zwijgrecht art 29 Sv
Jurisprudentie voor verdachte: Hollende kleurling arrest, HR Stormsteeg.