Materieel recht: inhoud van regels
Formeel recht: procesrecht
Vermogensrecht: heeft invloed op je vermogen (koopovereenkomst), is op geld waardeerbaar.
Personenrecht: geen waarde in geld aan te koppelen (naam).
Verbintenissenrecht: de rechtsverhouding tussen partijen (rechtssubjecten).
rechtssubjecten: natuurlijk of rechtspersoon
Goederenrecht: persoon goed
Rechtsfeiten: gebeurtenissen waaraan het recht gevolgen verbind.
Blote rechtsfeiten: gebeurtenissen waar je geen invloed op hebt,maar je hebt wel een rechtsgevolg
(erfenis, geboorte).
Menselijke gedragingen/menselijk handelen: onder te verdelen in 2 categorieën
Rechtshandeling: gedragingen die een beoogd rechtsgevolg hebben (bewust). Overeenkomst
Feitelijke handeling: rechtsgevolgen maakt niet uit of je bewust was of niet, het gebeurt
gewoon. (onrechtmatige daad)
Prestaties/verbintenissen: de verplichtingen over een weer. Bijvoorbeeld het geven van geld als je
iets koopt. Maar ook dat je schade moet vergoeden.
Handelingsbekwaam: dat moet je zijn om de rechtshandelingen te mogen verrichten.(Art 3:33 BW).
Artikel 1:234 BW, Art 1:381 BW.
Bronnen van verbintenissen:
Verbintenissen kunnen slechts ontstaan, indien dit uit de wet voortvloeit (art. 6:1 BW).
Ze kunnen o.a. ontstaan door:
• een overeenkomst (art. 6:213 BW)
• een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)
• een rechtmatige daad (bijv. zaakwaarneming, zie art. 6:198 BW)
• Nietig: het beoogde rechtsgevolg treedt niet in, omdat de wet dit verbiedt.
• Vernietigbaar: de rechtshandeling is geldig, maar de nietigheid ervan kan achteraf worden
ingeroepen.
Twee soorten menselijk handelen met rechtsgevolg:
• Rechtshandelingen: handelingen die op rechtsgevolg zijn gericht. Zie art. 3:33 BW (wil +
verklaring).
- meerzijdige rechtshandelingen: verricht door twee of meer personen
- eenzijdige rechtshandelingen: verricht door één persoon
- Feitelijke handelingen: handelingen die niet op rechtsgevolg zijn gericht, maar waar
het recht wel rechten en plichten aan verbindt (zie bijv. art. 6:162 BW: de
onrechtmatige daad).
Totstandkoming overeenkomst
Aangeven of er een geldige overeenkomst tot stand is gekomen aan de
hand van de volgende elementen:
• Is er sprake van een aanbod en aanvaarding (art. 6:217 BW)? Deze eenzijdige
rechtshandelingen toetsen aan de elementen persoon, totstandkoming en inhoud:
– Zijn partijen handelingsbekwaam? (persoon)
– Komt de wil overeen met de verklaring? (totstandkoming)
– Is er sprake van een wilsgebrek? (totstandkoming)
– Is de overeenkomst in strijd met de wet, de goede zeden of de openbare orde?
(inhoud)