identiteit eigenheid van het individu en persoonlijke belang.
Voorbeeld: op persoonlijk vlak ontwikkelen.
Instrumentele agressie= agressie die wordt gemotiveerd door de wens om een concreet
doel te bereiken.
Voorbeeld: een speeltje van een ander kind afpakken.
SWK 2 deel 2
Ontwikkelingen psychologie in de schooltijd (6-12 jaar)
(Hoorcollege 7)
, Concreet-operationeel stadium (Piaget cognitieve ontwikkeling):
Sensomotorisch (0- 1,5 jaar) Ontwikkeling van objectpermanentie; weinig tot
geen vermogen om dingen symbolisch weer te
geven.
Pre-operationeel (1,5- 7 jaar) (Ontwikkeling van taal en symbolische denken;
egocentrisch denken) reageren op prikkels.
Concreet operationeel (7-12 jaar) Begrip van conservatie van transformatie,
vermogen tot reversibiliteit en decentere
Formeel operationeel denken 12 + jaar Ontwikkeling van logisch en abstract denken.
Symbolische denken= (denken waarbij je niet per se iets te hoeft te ervaren)
Voorbeeld symbolisch denken: plaatje theepot met vlammen, kind weet al dat de theepot heet
is
Conservatie= het snappen van de beschreven form van iets net zoals de inhoud.
Voorbeeld: als het snoepje langer is dan is de inhoud meer.
Decentreren: het vermogen om rekening te houden met verschillende aspecten van een
situatie.
Voorbeeld: papa zijn kleren zijn kapot, fiets is kapot conclusie= papa is gevallen.
Transformatie= het idee dat je iets kan veranderen maar dat het toch hetzelfde blijft.
Voorbeeld: als je naar de kapper gaat ben jij nog jezelf alleen je haar is veranderd.
Operationeel denken= instaat zij om cognitieve operaties uitvoeren.
Voorbeeld: denken in relaties
Reversibiliteit: Het vermogen een uitgevoerde handeling (ingedachte) weer terug te
draaien.
Voorbeeld: Hierdoor begrijpen kinderen dat een bal van klei die uitgerold is tot een slang kan
rollen, maar ook weer een bal kan worden.
Fase theorie van Piaget:
o Kinderen passen minder stelselmatig in Piagets stadia.
o Cultuurgebonden: geen universele beschrijvingen.
o Rol instructie en ervaring.
Taalontwikkeling in de schooltijd
Belangrijke ontwikkelingen in de schooltijd en effecten van meertaligheid.
Technische taalontwikkeling
o Woordschat
o Grammatica
, o Intonatie
o Wederkerigheid
Metalinguïstisch bewustzijn
o Het besef van het eigen taalgebruik.
Taal en sociaalemotionele ontwikkeling
o Taal en speciale relaties
o Taal en zelfbeheersing
Effecten meertaligheid:
o Meer linguïstische mogelijkheden.
o Meta linguïstische bewustzijn.
o Creativiteit en veelzijdige probleemoplossing.
o Meer (verschillende) hersenactiviteit.
Informatieverwerking in de schooltijd
o Functies van het geheugen
o Geheugenstadia
o Geheugen strategieën
o Structuren en processen van intelligentie
Geheugen strategieën:
o Herhaling
o Organisatie
o Cognitieve elaboratie= actief herhalen door verbanden te leggen.
o Sleutelwoordstrategie
o Mind mapping= koppelingen maken met andere kennis.
Voorbeeld: Italië is op de kaart een laars
Wat is intelligentie?
Intelligentie als structuren
o De G- factor
VS
Meervoudige intelligentie
o Interpersoonlijk, intra persoonlijk, taalkundig, lichamelijk, logisch
mathematisch, muzikaal, natuurlijk en ruimtelijk.
Intelligentie als processen
o Triargische theorie van intelligentie
Analytische, reactieve en contextuele element.
Hoe zit het dan met IQ?
o De test van Binet
o Mentale-versus kalenderleeftijd
o IQ test.