7.1 Neuropsychiatrie
1. Wat is Parkinson’s Disease?
2. Welke risicofactoren en oorzaken voor Parkinson
3. Welke hersengebieden en neurotransmitters zijn betrokken bij parkinson
4. En hoe behandelen?
7.2
1. Wat is een tic stoornis (met name Tourette)
Incidentie
Beloop
Etiologie
Behandeling
2. Welke hersengebieden zijn betrokken bij Tourette?
3. Welke neurotransmitter is betrokken bij Tourette?
4. Hoe kun je Tourette behandelen?
7.1 + 7.2
Wat is deep brain stimulation
Wat zijn relaties tussen Tourette en Parkinson?
Basal ganglia en beweging
Ziektes die ontstaan na schade aan de basal ganglia vertonen een algemeen verlies van
beweging of overdreven beweging. Het zijn geen stoornissen in het produceren van
beweging (bv. verlamming) maar het zijn stoornissen in het controleren van beweging. De
basal ganglia spelen waarschijnlijk een rol in het controleren en coördineren van
bewegingspatronen, niet in het activeren van de spieren:
Overdreven bewegingen (hyperkinetisch) Huntington’s en Tourette
Verlies van beweging (hypokinetisch) Parkinson
De basal ganglia beïnvloeden de motorische cortex activiteit via 2 paden:
Remmend
Stimulerend
Deze 2 paden komen samen in een gebied van de basal ganglia; interne deel van de
globus pallidus (GPi).
De GPi projecteert naar de thalamus die vervolgens naar de motorische cortex projecteert.
De GPi werkt als een soort volumeknop want z’n output bepaald of een beweging sterk of
zwak zal zijn. Als er vooral remming is in de GPi dan is de thalamus vrij om de cortex te
stimuleren waardoor beweging heftiger wordt. Wanneer de GPi vooral stimulatie heeft dan
wordt de thalamus geremd en beweging dus rustiger.
PARKINSON
Stoornis van het motorische systeem.
Positieve symptomen (komt iets bij):
Trillen (vaak van handen en benen wanneer in rust). Dit houdt op tijdens slaap en
tijdens vrijwillige bewegingen.
Handtrillingen lijken op pill-rolling beweging: alsof je een pil rolt tussen duim en
wijsvinger.
Spierstijfheid en moeite met het initiëren van gedrag (bv. moeite met uit een stoel
komen, schuifelend lopen, rijken naar een object).
Door toenemen van spierspanning in zowel extensor (strek) en flexor (buig) spieren.
Tandradrigiditeit: beweging op gang brengen gaat heel moeizaam en gaat eigenlijk
in soort stappen.
Onwillekeurige bewegingen