Proefexamen 2
Meerkeuzevragen
Oorspronkelijk bevindt de economie zich in Yn. De overheid voert een
expansief budgettair beleid. Welke uitspraak is juist?
a) Op korte termijn stijgen de intrestvoet, de investeringen en de
output.
We kunnen niet eenduidig zeggen wat er met de investeringen
gebeurd.
b) Op middellange termijn daalt de intrestvoet en is Y = Yn.
De rente is gestegen.
c) Op korte termijn stijgen intrestvoet en de output en dalen de
investeringen.
Ook hier kunnen we niet eenduidig zeggen wat er gebeurd met de
investeringen.
d) Op middellange termijn stijgt de intrestvoet en dalen de
investeringen.
G ↑, waardoor op korte termijn AD verschuift naar rechts. P↑ Ms/P ↑ i↑ I
↓
Op lange termijn keren we terug naar Yn, waardoor AS verschuift naar links.
, Veronderstel dat Y < Yn en dat de economie zich in een liquiditeitsval
bevindt. Welke uitspraak is juist?
a) De geldvraagcurve wordt horizontaal en Yn wordt bereikt bij een
hogere Pe dan de oorspronkelijke Pe.
b) De geldvraagcurve wordt verticaal; de LM-curve horizontaal en Yn
wordt niet bereikt ondanks een lagere Pe dan de oorspronkelijke
Pe (Geldvraagcurve wordt horizontaal)
De geldvraagcurve wordt horizontaal
c) De geldvraagcurve wordt horizontaal, de LM-curve behoudt zijn
normale verloop en Yn wordt bereikt bij een lagere Pe dan de
oorspronkelijke Pe (LM-curve wordt horizontaal)
De LM-curve wordt horizontaal
d) De geldcurve wordt horizontaal, de AD-curve verticaal en Yn wordt
niet bereikt ondanks een lagere Pe dan de oorspronkelijke PE
Ga uit van de geldbasismultiplicator waarbij c = o,5 , 0 = 0,2 en H = 600.
welke uitspraak is juist? Wanneer c stijgt naar 1 dan
a) Vermindert de geldcreatie met 500
b) Blijven de reserves gelijk aan 100
c) Verminderen de deposito’s met 600
d) Vermindert de geldvraag met 400
De overheid wil het overheidstekort verminderen en tegelijkertijd de
output constant houden. Welke combinatie van maatregelen zal het
beoogde effect bereiken?
a) De belastingen en de reservecoëfficiënt verhogen.
Als reservecoëfficiënt wordt verhoogd, hebben de banken minder
geld om uit te
lenen, want ze moeten meer geld in kas houden.
b) De overheidsuitgaven verlagen en het publiek aanmoedigen om
een groter deel van zijn cash geld niet naar de bank te brengen.
Meerkeuzevragen
Oorspronkelijk bevindt de economie zich in Yn. De overheid voert een
expansief budgettair beleid. Welke uitspraak is juist?
a) Op korte termijn stijgen de intrestvoet, de investeringen en de
output.
We kunnen niet eenduidig zeggen wat er met de investeringen
gebeurd.
b) Op middellange termijn daalt de intrestvoet en is Y = Yn.
De rente is gestegen.
c) Op korte termijn stijgen intrestvoet en de output en dalen de
investeringen.
Ook hier kunnen we niet eenduidig zeggen wat er gebeurd met de
investeringen.
d) Op middellange termijn stijgt de intrestvoet en dalen de
investeringen.
G ↑, waardoor op korte termijn AD verschuift naar rechts. P↑ Ms/P ↑ i↑ I
↓
Op lange termijn keren we terug naar Yn, waardoor AS verschuift naar links.
, Veronderstel dat Y < Yn en dat de economie zich in een liquiditeitsval
bevindt. Welke uitspraak is juist?
a) De geldvraagcurve wordt horizontaal en Yn wordt bereikt bij een
hogere Pe dan de oorspronkelijke Pe.
b) De geldvraagcurve wordt verticaal; de LM-curve horizontaal en Yn
wordt niet bereikt ondanks een lagere Pe dan de oorspronkelijke
Pe (Geldvraagcurve wordt horizontaal)
De geldvraagcurve wordt horizontaal
c) De geldvraagcurve wordt horizontaal, de LM-curve behoudt zijn
normale verloop en Yn wordt bereikt bij een lagere Pe dan de
oorspronkelijke Pe (LM-curve wordt horizontaal)
De LM-curve wordt horizontaal
d) De geldcurve wordt horizontaal, de AD-curve verticaal en Yn wordt
niet bereikt ondanks een lagere Pe dan de oorspronkelijke PE
Ga uit van de geldbasismultiplicator waarbij c = o,5 , 0 = 0,2 en H = 600.
welke uitspraak is juist? Wanneer c stijgt naar 1 dan
a) Vermindert de geldcreatie met 500
b) Blijven de reserves gelijk aan 100
c) Verminderen de deposito’s met 600
d) Vermindert de geldvraag met 400
De overheid wil het overheidstekort verminderen en tegelijkertijd de
output constant houden. Welke combinatie van maatregelen zal het
beoogde effect bereiken?
a) De belastingen en de reservecoëfficiënt verhogen.
Als reservecoëfficiënt wordt verhoogd, hebben de banken minder
geld om uit te
lenen, want ze moeten meer geld in kas houden.
b) De overheidsuitgaven verlagen en het publiek aanmoedigen om
een groter deel van zijn cash geld niet naar de bank te brengen.