1
WOORDENSCHATONTWIKKELING OP DE VOORSCHOOL
Woordenschatontwikkeling op de Voorschool
Hanna Heinen (14503808)
Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, Universiteit van Amsterdam
Definitieve versie: Onderzoeksmethodologie
Marinthe Jansen (I)
8 september 2022
Aantal woorden: 808
, 2
WOORDENSCHATONTWIKKELING OP DE VOORSCHOOL
Conceptueel model
Leeftijd van het kind
Gender
Sociaal Economische Status
Laag/gemiddeld/hoog T1 T2 T3
Woordenschatontwikkeling bij kinderen tussen
(Niet-)Nederlandse 2,5 en 3,5 jaar in de voorschoolse context
achtergrond
(Hoog) opleidingsniveau
van
de docent
(Meer) jaren ervaring van
de docent
VVE-programma
Legenda
Kindfactoren
Familiefactoren
Voorschoolse
factoren
, 3
WOORDENSCHATONTWIKKELING OP DE VOORSCHOOL
Samenvatting: Woordenschatontwikkeling op de voorschool
Van Druten-Frietman et al. (2015) deden een empirisch kwantitatief onderzoek naar
hoe groei en stabiliteit de woordenschat in de loop van de tijd ontwikkelt bij kinderen die naar
de voorschool gaan. Dit in tegenstelling tot eerder onderzoek waarin de ontwikkeling van de
woordenschat tijdens het vroege stadia van het leesonderwijs was onderzocht. Uit ander
onderzoek bleek dat de voorspelling van woordenschatscores bij voorschoolse kinderen
onduidelijker was dan bij schoolgaande kinderen. Contextfactoren konden wel van grotere
invloed zijn op de woordenschatontwikkeling bij voorschoolse kinderen dan bij schoolgaande
kinderen. Daarom was dit onderzoek specifiek gericht op de rol van kind-, thuis- en
voorschoolse voorspellers. Het doel was om een benaderingswijze toe te passen waarin
meerdere factoren zich aanwenden om de individuele woordenschatontwikkeling van het
voorschoolse kind te verklaren.
In dit onderzoek stonden drie vragen centraal: Wat is het effect van de
Sociaaleconomische status (SES) en kinderen met een Niet-Nederlandse achtergrond (NNA)
op de woordenschatontwikkeling op de voorschool? In hoeverre is de woordenschat aan het
begin van de voorschool een voorspeller voor de latere woordenschat op de voorschool? In
hoeverre voorspellen kenmerken van het kind, de woordenschatsontwikkeling, de
voorschoolse context en de gezinscontext? Kijkend naar de drie bovenstaande vragen waren
er drie verwachtingen voorspeld. Ten eerste dat kinderen uit gezinnen met een hoge SES en/of
Nederlandse achtergrond (NA) hogere woordenschatscores hadden dan kinderen uit een lage
tot midden SES en/of NNA-gezinnen. Ten tweede dat aanvankelijke woordenschatscores voor
de voorschool geen volledige voorspeller was van latere woordenschatscores op de
voorschool. Tot slot dat voorschoolse contextfactoren een extra effect hadden op de
WOORDENSCHATONTWIKKELING OP DE VOORSCHOOL
Woordenschatontwikkeling op de Voorschool
Hanna Heinen (14503808)
Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, Universiteit van Amsterdam
Definitieve versie: Onderzoeksmethodologie
Marinthe Jansen (I)
8 september 2022
Aantal woorden: 808
, 2
WOORDENSCHATONTWIKKELING OP DE VOORSCHOOL
Conceptueel model
Leeftijd van het kind
Gender
Sociaal Economische Status
Laag/gemiddeld/hoog T1 T2 T3
Woordenschatontwikkeling bij kinderen tussen
(Niet-)Nederlandse 2,5 en 3,5 jaar in de voorschoolse context
achtergrond
(Hoog) opleidingsniveau
van
de docent
(Meer) jaren ervaring van
de docent
VVE-programma
Legenda
Kindfactoren
Familiefactoren
Voorschoolse
factoren
, 3
WOORDENSCHATONTWIKKELING OP DE VOORSCHOOL
Samenvatting: Woordenschatontwikkeling op de voorschool
Van Druten-Frietman et al. (2015) deden een empirisch kwantitatief onderzoek naar
hoe groei en stabiliteit de woordenschat in de loop van de tijd ontwikkelt bij kinderen die naar
de voorschool gaan. Dit in tegenstelling tot eerder onderzoek waarin de ontwikkeling van de
woordenschat tijdens het vroege stadia van het leesonderwijs was onderzocht. Uit ander
onderzoek bleek dat de voorspelling van woordenschatscores bij voorschoolse kinderen
onduidelijker was dan bij schoolgaande kinderen. Contextfactoren konden wel van grotere
invloed zijn op de woordenschatontwikkeling bij voorschoolse kinderen dan bij schoolgaande
kinderen. Daarom was dit onderzoek specifiek gericht op de rol van kind-, thuis- en
voorschoolse voorspellers. Het doel was om een benaderingswijze toe te passen waarin
meerdere factoren zich aanwenden om de individuele woordenschatontwikkeling van het
voorschoolse kind te verklaren.
In dit onderzoek stonden drie vragen centraal: Wat is het effect van de
Sociaaleconomische status (SES) en kinderen met een Niet-Nederlandse achtergrond (NNA)
op de woordenschatontwikkeling op de voorschool? In hoeverre is de woordenschat aan het
begin van de voorschool een voorspeller voor de latere woordenschat op de voorschool? In
hoeverre voorspellen kenmerken van het kind, de woordenschatsontwikkeling, de
voorschoolse context en de gezinscontext? Kijkend naar de drie bovenstaande vragen waren
er drie verwachtingen voorspeld. Ten eerste dat kinderen uit gezinnen met een hoge SES en/of
Nederlandse achtergrond (NA) hogere woordenschatscores hadden dan kinderen uit een lage
tot midden SES en/of NNA-gezinnen. Ten tweede dat aanvankelijke woordenschatscores voor
de voorschool geen volledige voorspeller was van latere woordenschatscores op de
voorschool. Tot slot dat voorschoolse contextfactoren een extra effect hadden op de