Opdracht 1
Geef met een korte onderbouwing aan of de volgende stelling juist of onjuist is: "Art. 117
Gemw bepaalt dat decentralisatie wordt bevorderd ten behoeve van gemeenten. Dit sluit aan
bij het democratisch beginsel."
Antwoord: Juist. Het democratisch beginsel houdt in dat bevoegdheidsuitoefening zo dicht
mogelijk bij de burger dient plaats te vinden. Door decentralisatie van bevoegdheden ten
behoeve van gemeenten worden die bevoegdheden dichter bij de burger uitgeoefend
Opdracht 2
Geef met een korte onderbouwing aan of de volgende stelling juist of onjuist is: "Art. 149
Gemw heeft betrekking op de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeenteraad. "
Antwoord: Juist. “De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente
nodig oordeelt.
Opdracht 3
Geef met een korte onderbouwing aan of de volgende stelling juist of onjuist is: "Een
vergunning van rechtswege noemen we ook wel een reële vergunning."
Antwoord: Onjuist. Een vergunning van rechtswege is geen reële vergunning, maar een
fictieve vergunning. Deze komt namelijk tot stand door het stilzitten van het bevoegd gezag.
Opdracht 4
Om de coronacrisis te lijf te gaan, zijn er in de veiligheidsregio's noodverordeningen
vastgesteld op grond van art. 176 Gemw. Zijn dit autonome verordeningen of
medebewindsverordeningen? Motiveer je antwoord.
Antwoord: Deze noodverordeningen zijn gebaseerd op de Gemeentewet. Uit art. 108 lid 2
Gemw blijkt dat er geen medebewindstaken in de Gemeentewet zelf staan. Een
noodverordening is dus een autonome verordening.
Opdracht 5
De regering heeft op 14 oktober een aantal nieuwe regels afgekondigd. Eén daarvan is het
verbod op alcohol in de openbare ruimte na 20.00u. De veiligheidsregio's hebben deze
regels in de noodverordeningen opgenomen met als doel het bestrijden van de coronacrisis.
Is deze bepaling uit de noodverordening volgens jou een vorm van eigenlijke of oneigenlijke
op de Drank- en horecawet? Motiveer je antwoord en maak daarbij gebruik van één van de
voorgeschreven uitspraken.
Antwoord: Om te bepalen of er sprake is van eigenlijke of oneigenlijke aanvulling moeten er
twee vragen beantwoord worden, namelijk:
1) Is er sprake van hetzelfde onderwerp/materie?
Nee, dan geen sprake van aanvulling. Ja, dan naar vraag twee.
2) Hebben de twee regelingen hetzelfde motief?
Ja, dan eigenlijke aanvulling. Nee, dan oneigenlijke aanvulling.
In de uitspraak Bierfietsverbod A'dam was er enerzijds sprake van twee verschillende
motieven, dus oneigenlijke aanvulling. De Wegenverkeerswet heeft als motief de
verkeersveiligheid waarborgen, terwijl de APV-bepaling als belangrijkste motief had overlast
tegengaan. In casus gaat het in beide bepalingen over alcoholgebruik. De DHW heeft echter
als doel gezondheidsschade door alcoholgebruik tegengaan, terwijl de noodverordening als
doel heeft de coronacrisis bestrijden. Conclusie: ander motief, dus oneigenlijke aanvulling.
Geef met een korte onderbouwing aan of de volgende stelling juist of onjuist is: "Art. 117
Gemw bepaalt dat decentralisatie wordt bevorderd ten behoeve van gemeenten. Dit sluit aan
bij het democratisch beginsel."
Antwoord: Juist. Het democratisch beginsel houdt in dat bevoegdheidsuitoefening zo dicht
mogelijk bij de burger dient plaats te vinden. Door decentralisatie van bevoegdheden ten
behoeve van gemeenten worden die bevoegdheden dichter bij de burger uitgeoefend
Opdracht 2
Geef met een korte onderbouwing aan of de volgende stelling juist of onjuist is: "Art. 149
Gemw heeft betrekking op de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeenteraad. "
Antwoord: Juist. “De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente
nodig oordeelt.
Opdracht 3
Geef met een korte onderbouwing aan of de volgende stelling juist of onjuist is: "Een
vergunning van rechtswege noemen we ook wel een reële vergunning."
Antwoord: Onjuist. Een vergunning van rechtswege is geen reële vergunning, maar een
fictieve vergunning. Deze komt namelijk tot stand door het stilzitten van het bevoegd gezag.
Opdracht 4
Om de coronacrisis te lijf te gaan, zijn er in de veiligheidsregio's noodverordeningen
vastgesteld op grond van art. 176 Gemw. Zijn dit autonome verordeningen of
medebewindsverordeningen? Motiveer je antwoord.
Antwoord: Deze noodverordeningen zijn gebaseerd op de Gemeentewet. Uit art. 108 lid 2
Gemw blijkt dat er geen medebewindstaken in de Gemeentewet zelf staan. Een
noodverordening is dus een autonome verordening.
Opdracht 5
De regering heeft op 14 oktober een aantal nieuwe regels afgekondigd. Eén daarvan is het
verbod op alcohol in de openbare ruimte na 20.00u. De veiligheidsregio's hebben deze
regels in de noodverordeningen opgenomen met als doel het bestrijden van de coronacrisis.
Is deze bepaling uit de noodverordening volgens jou een vorm van eigenlijke of oneigenlijke
op de Drank- en horecawet? Motiveer je antwoord en maak daarbij gebruik van één van de
voorgeschreven uitspraken.
Antwoord: Om te bepalen of er sprake is van eigenlijke of oneigenlijke aanvulling moeten er
twee vragen beantwoord worden, namelijk:
1) Is er sprake van hetzelfde onderwerp/materie?
Nee, dan geen sprake van aanvulling. Ja, dan naar vraag twee.
2) Hebben de twee regelingen hetzelfde motief?
Ja, dan eigenlijke aanvulling. Nee, dan oneigenlijke aanvulling.
In de uitspraak Bierfietsverbod A'dam was er enerzijds sprake van twee verschillende
motieven, dus oneigenlijke aanvulling. De Wegenverkeerswet heeft als motief de
verkeersveiligheid waarborgen, terwijl de APV-bepaling als belangrijkste motief had overlast
tegengaan. In casus gaat het in beide bepalingen over alcoholgebruik. De DHW heeft echter
als doel gezondheidsschade door alcoholgebruik tegengaan, terwijl de noodverordening als
doel heeft de coronacrisis bestrijden. Conclusie: ander motief, dus oneigenlijke aanvulling.