SAMENVATTING JAL
1STE BAC. 2022-2023
Elise Goossens
Jorne Simons
,Jorne Simons
Titel 1: Cognitieve achtergrond..............................................................................................2
Hoofdstuk 1: De mens als dier met sterke cognitieve capaciteiten.....................................2
Hoofdstuk 2: Systeem 1- en Systeem 2- denken.................................................................3
Hoofdstuk 3: Het brein als verbandenleggende machine....................................................4
Titel 2: Bouwstenen van redeneringen....................................................................................6
Hoofdstuk 1: Basisbegrippen..............................................................................................6
Hoofdstuk 2: Soorten voorwaarden....................................................................................8
Titel 3: Soorten redeneringen..................................................................................................9
Hoofdstuk 1: Deductief redeneren......................................................................................9
Hoofdstuk 3: Abductief redeneren....................................................................................12
Hoofdstuk 4: Verhouding tussen deductief, inductief en abductief redeneren.................13
Titel 4: Geldig en correct deductief redeneren......................................................................14
Hoofdstuk 1: Logica en haar drie voornaamste soorten....................................................14
Hoofdstuk 2: Modus ponens en modus tollens.................................................................16
Hoofdstuk 3: Twee diepgewortelde redeneerfouten.........................................................16
Hoofdstuk 4: Beperkingen van geldig redeneren..............................................................17
Hoofdstuk 5: Het welwillendheidsprincipe toegepast.......................................................18
Titel 5: Structurele redeneerfouten........................................................................................18
Hoofdstuk 1: Enkele kernbegrippen.................................................................................18
Hoofdstuk 2: Enkele structurele redeneerfouten...............................................................18
Hoofdstuk 3: Waarom maken we structurele redeneerfouten?.........................................22
Deel 2: Argumenteren.......................................................................23
Titel 1: Begripsomschrijving...............................................................................................23
Hoofdstuk 1: Het begrip ‘argumenteren’..........................................................................23
Titel 2: Opbouw van argumentaties......................................................................................26
Hoofdstuk 1: Het betoog...................................................................................................26
Hoofdstuk 2: Enkele concrete regels.................................................................................29
Titel 3: Deugdelijk argumenteren.........................................................................................29
Hoofdstuk 1: Wat is deugdelijk argumenteren?................................................................29
Hoofdstuk 2: Drie voorwaarden........................................................................................32
Hoofdstuk 3: Tien regels voor een productief verloop.....................................................32
Titel 4: Argumentatieschema’s.............................................................................................35
Hoofdstuk 1: Argumenten op basis van bijzondere geplaatstheid....................................35
Hoofdstuk 2: Argumenten op basis van (inhoudelijke) deskundigheid............................36
Hoofdstuk 3: Argumenten op basis van de persoon..........................................................36
Hoofdstuk 4: Argumenten op basis van gedeelde overtuiging.........................................38
Hoofdstuk 5: Argumenten op basis van gevolgen............................................................38
1
,Jorne Simons
Hoofdstuk 6: Argumenten op basis van regelmaat...........................................................39
Hoofdstuk 7: Argumenten op basis van gelijkenis...........................................................39
Hoofdstuk 8: argumenten op basis van verschil...............................................................40
Hoofdstuk 9: Argumenten op basis van vertrouwen.........................................................41
Hoofdstuk 10: Argumenten op basis van regels...............................................................41
Hoofdstuk 11: Argumenten op basis van testresultaten....................................................43
Hoofdstuk 12: Argumenten op basis van gebrek aan informatie......................................43
Titel 5: Enkele argumenten die vaak onterecht overtuigen: ‘drogredenen’..........................43
Hoofdstuk 1: Bevestigende drogredenen..........................................................................44
Hoofdstuk 2: Weerleggende drogredenen.........................................................................47
Hoofdstuk 3: Ontwijkende drogredenen...........................................................................48
Deel 3: Juridisch argumenteren.......................................................50
Titel 1: Begripsomschrijving................................................................................................50
Titel 2: Juridische betogen (in het Belgische recht)..............................................................50
Hoofdstuk 1: Het betoog van de partijen..........................................................................51
Hoofdstuk 2: Het betoog van de rechter...........................................................................54
Hoofdstuk 3: Overtuigen en bewijzen: feiten in het recht................................................55
Titel 3: Twee visies op de bronnen van het recht..................................................................57
Hoofdstuk 1: Proloog: 18de-eeuwse problemen.................................................................57
Hoofdstuk 2: De bronnen van het recht als piramide........................................................57
Hoofdstuk 3: de opgang van de bronnen van het recht als netwerk..................................58
Titel 4: Juridische argumentatieschema’s.............................................................................61
Hoofdstuk 1: Juridische argumenten op basis van gezag..................................................63
Hoofdstuk 2: Juridische argumenten op basis van regels.................................................64
Hoofdstuk 3: Juridische argumenten op basis van systematische overwegingen.............65
Hoofdstuk 4: Juridische argumenten op basis van doelstellingen....................................68
Hoofdstuk 5: Juridische argumenten op basis van waarden.............................................69
Hoofdstuk 6: Juridische argumenten op basis van gevolgen............................................69
Hoofdstuk 7: Juridische argumenten op basis van intentie...............................................70
Hoofdstuk 8: Juridische argumenten op basis van testresultaten......................................71
Hoofdstuk 9: Onderlinge verhouding...............................................................................71
Deel 1 Redeneren
Titel 1: Cognitieve achtergrond
Hoofdstuk 1: De mens als dier met sterke cognitieve capaciteiten
2
, Jorne Simons
Evolutionaire wortels van onze manier van denken = Theorie van het ‘drievuldig brein’ ofwel
Triune brain.
1. ‘Reptielachtige brein’: Oudste laag (ook wel ‘basaal brein’).
Obsessief, compulsief, paranoïde gedrag wordt gestuurd door
dit brein. Controleert spieren, evenwicht, hartslag, ademhaling.
(= instincten)
2. ‘Oude zoogdierenbrein’: tweede laag (ook wel ‘limbisch brein’).
Emoties, kennisverwerving, geheugen, geuren, … wordt
gestuurd door dit brein. (= emotie en gevoel)
3. ‘recente zoogdierenbrein’: derde laag (ook wel ‘neocortex’ of ‘neopalium’).
Cognitieve functies waarover bijna enkel de mens beschikt: Inventiviteit, abstract
redeneervermogen.
- Linker hersenhelft: lineair, rationeel en verbaal
- Rechter hersenhelft: ruimtelijk, abstract, muzikaal en artistiek.
Deze theorie is niet wetenschappelijk nauwkeurig!
=> wel handig om de illusie van de mens als rationele economische actor te doorprikken.
Veel van onze gedragingen zijn nog gestuurd door de meest basale delen van ons brein. (de
eerste 2 lagen)
(Humans Econs)
Humans zijn echte mensen.
Econs zijn zuiver rationele actoren.
Op onze emoties en behoeften kan worden ingespeeld, iedereen is dus vatbaar voor
manipulatie (ook ten goede) = Nudging.
Hoofdstuk 2: Systeem 1- en Systeem 2- denken
Mensen kunnen in essentie op 2 manieren nadenken wanneer ze info verwerken.
Afdeling 1: Algemeen kader
‘Snel’ denken, bv. Als je naar een foto van een gezicht kijk zie je meteen dat iemand blij,
boos,… is. Hier doe je geen moeite voor en het vergt geen inspanning.
‘Traag’ denken, bv. Wanneer je een rekensom moet oplossen, je merkt dat je een keuze hebt
om deze wel of niet op te lossen en je zal hierbij moeite moeten doen en het gaat niet
vanzelf.
Systeem-1 denken: snel, intuïtief denken, als het ware op automatische piloot. Het grootste
deel van onze handelingen en gedragingen wordt hierdoor gestuurd.
Systeem-2 denken: traag, rationeel, analytisch, schiet in actie om orde in de chaos te
brengen. De ideeën die voortkomen uit het Systeem-1 denken worden door Systeem-2
denken geordend.
3