Hoofdstuk 2: producenten
H1: consumenten -> max behoeftebevrediging -> keuzeprobleem (optimale goederencombinatie)
H2: producenten -> totale winst maximaliseren -> keuzeprobleem (optimale productiegrootte
bepalen) TW = max?
• Consumenten staan in voor de vraag naar G & D (H1)
• Het zijn de bedrijven die de AANBOD-zijde van de economie verzorgen
- Leveren het AANBOD aan goederen en diensten
- Komen aldus tegemoet aan de VRAAG van de consumenten
• In de confrontatie van VRAAG en AANBOD ontstaat het marktevenwicht waaruit wij de prijs
(p) en de verhandelde hoeveelheid (q) kunnen afleiden (H3)
2.1 Bepaling optimale productiegrootte
3 soorten productieresultaat = productiefunctie (productiefactoren):
- Natuur
- Arbeid
- Kapitaal
Formule:
- We gaan onze productiviteit gaan meten
o Input: productiefactoren
- Streven naar een hoge output en een lage input
1
, KT productiefunctie:
Hypothese:
o Constante productiecapaciteit: als we meer gaan produceren doen we dat telkens
binnen dezelfde productiecapaciteit dus zonder bv het inzetten van extra machines
o Geen uitbreiding van kapitaalsgoederen
Men gaat na hoe de productie toeneemt, bij hoeveelheidsstijging van 1 productiefactor.
o Telkens 1 factor laten variëren de rest houden we constant. De variabele factor zijn
arbeiders. We gaan dus kijken hoe de Q gaat reageren als er 1 arbeider extra wordt
ingezet. We gaan dus meer produceren met dezelfde productiecapaciteit, hoe
reageren de kosten hierop?
Ceteris paribus – Lange termijn zien we niet
2.2 Wet van toe – en afnemende meeropbrengsten – KT productiefunctie
Variabele inputfactor : arbeiders
Alle ander inputfactoren constant
Productiegoed = graan
2
H1: consumenten -> max behoeftebevrediging -> keuzeprobleem (optimale goederencombinatie)
H2: producenten -> totale winst maximaliseren -> keuzeprobleem (optimale productiegrootte
bepalen) TW = max?
• Consumenten staan in voor de vraag naar G & D (H1)
• Het zijn de bedrijven die de AANBOD-zijde van de economie verzorgen
- Leveren het AANBOD aan goederen en diensten
- Komen aldus tegemoet aan de VRAAG van de consumenten
• In de confrontatie van VRAAG en AANBOD ontstaat het marktevenwicht waaruit wij de prijs
(p) en de verhandelde hoeveelheid (q) kunnen afleiden (H3)
2.1 Bepaling optimale productiegrootte
3 soorten productieresultaat = productiefunctie (productiefactoren):
- Natuur
- Arbeid
- Kapitaal
Formule:
- We gaan onze productiviteit gaan meten
o Input: productiefactoren
- Streven naar een hoge output en een lage input
1
, KT productiefunctie:
Hypothese:
o Constante productiecapaciteit: als we meer gaan produceren doen we dat telkens
binnen dezelfde productiecapaciteit dus zonder bv het inzetten van extra machines
o Geen uitbreiding van kapitaalsgoederen
Men gaat na hoe de productie toeneemt, bij hoeveelheidsstijging van 1 productiefactor.
o Telkens 1 factor laten variëren de rest houden we constant. De variabele factor zijn
arbeiders. We gaan dus kijken hoe de Q gaat reageren als er 1 arbeider extra wordt
ingezet. We gaan dus meer produceren met dezelfde productiecapaciteit, hoe
reageren de kosten hierop?
Ceteris paribus – Lange termijn zien we niet
2.2 Wet van toe – en afnemende meeropbrengsten – KT productiefunctie
Variabele inputfactor : arbeiders
Alle ander inputfactoren constant
Productiegoed = graan
2