Hoofdstuk 4: Het WTO- perspectief.
1995 oprichting WTO (World Trade Organisation) internationale regels die grenzen stellen aan de
Europese en nationale beleidsvrijheid voor landbouw, voedsel en groen.
3 elementen:
- WTO landbouwovereenkomst afspraken over de reductie van invoertarieven, interne steun en
export subsidies.
- SPS overeenkomst voorwaarden aan invoereisen op grond van bescherming dier-, plant-, en
volksgezondheid.
- Bindend WTO-mechanisme voor het beslechten van handels geschillen.
Het WTO is naast het IMF en de Wereldbank de 3e poot in de naoorlogse economische wereldorde.
Het WTO secretatriaat is de uitvoerder en de beheerder van verdragen.
Most Favoured Nation Clausule elke handelsconcessie voor alle WTO leden geldt en discriminatie
tussen WTO leden niet is toegestaan.
WTO Landbouwovereenkomst:
Tarificatie het omzetten van niet tarifaire handelsbelemmeringen in tariefequivalenten.
Markttoegang tarificatie van invoerverboden, kwantitatieve restricties en variabele heffingen naar
een handelsregime met invoertarieven en tariefcontigenten.
Tariefplafonds die bepaald waren moesten vervolgens met 36% worden verlaagd.
Tarief contigent tegen een verlaagd invoertarief.
Naast de tarificatie moest de interne steun met 20% worden verminderd. Interne steun die niet
direct gekoppeld was aan productie(green box) werd vrijgesteld van een reductieverplichting. Interne
steun wordt onderverdeeld in 3 boxen:
- Amber box (Aggregate measurement of support) aan productie gekoppelde, handelsverstorende
steun.
- Blue box Tussencategorie, steun die gedeeltelijk is ontkoppelt van de productie. Bijvoorbeeld de
Dier- en hectare premies.
- Green box Steun die op geen enkele wijze gekoppeld is aan de productie.
Exportsteun vanaf 1995 een tweeledige discipline. Exportsubsidies hoefden niet te worden
afgeschafd, wel moesten de onderstaande dingen worden gedaan:
- Budget voor 23 productgroepen met 36% worden verlaagd.
- Volume van gesubsidieerde export met 21% verlaagd.
1995 oprichting WTO (World Trade Organisation) internationale regels die grenzen stellen aan de
Europese en nationale beleidsvrijheid voor landbouw, voedsel en groen.
3 elementen:
- WTO landbouwovereenkomst afspraken over de reductie van invoertarieven, interne steun en
export subsidies.
- SPS overeenkomst voorwaarden aan invoereisen op grond van bescherming dier-, plant-, en
volksgezondheid.
- Bindend WTO-mechanisme voor het beslechten van handels geschillen.
Het WTO is naast het IMF en de Wereldbank de 3e poot in de naoorlogse economische wereldorde.
Het WTO secretatriaat is de uitvoerder en de beheerder van verdragen.
Most Favoured Nation Clausule elke handelsconcessie voor alle WTO leden geldt en discriminatie
tussen WTO leden niet is toegestaan.
WTO Landbouwovereenkomst:
Tarificatie het omzetten van niet tarifaire handelsbelemmeringen in tariefequivalenten.
Markttoegang tarificatie van invoerverboden, kwantitatieve restricties en variabele heffingen naar
een handelsregime met invoertarieven en tariefcontigenten.
Tariefplafonds die bepaald waren moesten vervolgens met 36% worden verlaagd.
Tarief contigent tegen een verlaagd invoertarief.
Naast de tarificatie moest de interne steun met 20% worden verminderd. Interne steun die niet
direct gekoppeld was aan productie(green box) werd vrijgesteld van een reductieverplichting. Interne
steun wordt onderverdeeld in 3 boxen:
- Amber box (Aggregate measurement of support) aan productie gekoppelde, handelsverstorende
steun.
- Blue box Tussencategorie, steun die gedeeltelijk is ontkoppelt van de productie. Bijvoorbeeld de
Dier- en hectare premies.
- Green box Steun die op geen enkele wijze gekoppeld is aan de productie.
Exportsteun vanaf 1995 een tweeledige discipline. Exportsubsidies hoefden niet te worden
afgeschafd, wel moesten de onderstaande dingen worden gedaan:
- Budget voor 23 productgroepen met 36% worden verlaagd.
- Volume van gesubsidieerde export met 21% verlaagd.