Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Otro

EUR Inleiding Staats- en Bestuursrecht probleem 1 t/m 8

Puntuación
3.0
(1)
Vendido
2
Páginas
30
Subido en
19-03-2016
Escrito en
2014/2015

Uitwerkingen van de onderwijsgroepen 1 t/m 8 van het vak Inleiding Staats- en Bestuursrecht. Ik heb het vak afgerond met een 7.

Institución
Grado

Vista previa del contenido

Nabespreking 1
Wat houdt het legaliteitsbeginsel in voor het staats- en
bestuursrecht?
Legaliteitsbeginsel = de grondregel dat geen orgaan een bevoegdheid kan
hebben die niet op de Grondwet of de wet berust

Legaliteitsbeginsel = geen bevoegdheid zonder grondslag in wet of
Grondwet

The rule of law = “that the powers exercised by politicians and officials
must have a legitimate foundation; they must be based on authority
conferred by law”

Principe de légalité = alle besluiten en handelingen van het bestuur
moeten overeenstemmen met de Grondwet, de formele wet of, in
voorkomende gevallen, met regelingen van internationaal recht

Legaliteitsbeginsel  rechtsgelijkheid + rechtszekerheid = gelijke
behandeling

Methadonbrief:
Beleidsregels mogen alleen worden vastgesteld wanneer er sprake is van
een bestuursbevoegdheid en deze beleidsregels moeten betrekking
hebben op die bestuursbevoegdheid

Verwijderingsbevel:
Een bevel is niet krachtens een wettelijk voorschrift gegeven indien een
met de uitoefening van het toezicht belaste ambtenaar, (rechts)persoon
of opsporingsambtenaar de bevoegdheid daartoe niet uitdrukkelijk heeft
gekregen van een daartoe strekkend voorschrift

Machtenscheiding binnen Nederland
Trias politica = de overheidstaken wetgeving, bestuur en rechtspraak
moeten niet in dezelfde hand berusten bedacht door Montesquieu (1748)

Horizontale machtenscheiding:
1. Wetgevende macht: Staten-Generaal (Eerste & Tweede Kamer) +
regering (Koning & ministers)
2. Uitvoerende macht: regering (Koning & ministers)
3. Rechterlijke macht: rechters

Verticale machtenscheiding = scheiding der machten tussen verschillende
overheden op nationaal, regionaal en lokaal niveau = decentralisatie 
territoriale splitsing = delegatie van taken

Checks and balances = het gezag is over verschillende organen verdeeld,
zij houden op deze wijze elkaar in evenwicht en er ontstaat een stelsel dat
een zekere stabiliteit in de machtsverhouding waarborgt

,Essentie = de staatsmacht wordt gespreid over verschillende organen, die
ieder een deel van die macht uitoefenen en elkaar wederzijds controleren
en in evenwicht houden

Duas politica = in onze tijd is de taak van de regering veel breder dan
alleen het uitvoeren van wetten:
1. De vaststelling van wetten is de taak van regering en parlement
samen
2. Het bestuur is de taak van regering, controle door parlement

Wanneer is een rechter onafhankelijk?
Art. 117 lid 1 GW: de met rechtspraak belaste leden van de rechterlijke
macht en de procureur-generaal bij de Hoge Raad worden door de regering
voor het leven benoemd

Art. 46h Wrra: de regering kan een voor het leven benoemde rechterlijke
ambtenaar alleen ontslaan op eigen verzoek of wanneer deze de leeftijd
van zeventig jaar heeft bereikt

Hoofdstuk 6A Wrra: ontslag als disciplinaire maatregel of wegens
ongeschiktheid kan alleen geschieden door de Hoge Raad  de met
rechtspraak belaste leden van de rechterlijke macht hoeven dus niet bang
te zijn voor ontslag, wanneer zij een uitspraak doen die de overheid
onwelgevallig is

Welke grondrechten bevat de Nederlandse Grondwet?
Klassieke grondrechten = traditioneel garanderen zij een staatsvrije sfeer,
waarin de burgers zonder overheidsinmenging van zekere vrijheden
gebruik kunnen maken. De overheid moet zich in principe van ingrijpen
onthouden, ook van ingrijpen dat naar mening van de overheid gericht is
op de verwezenlijking van de betrokken grondrechten

Sociale grondrechten = het gaat om aansporing om het overheidsbeleid
op bepaalde doeleinden te richten, waarbij een grote vrijheid overblijft
voor overheidsinstanties om af te wegen in welk tempo en op welke wijze
de vervulling van deze taken zal geschieden
1. Kunnen onderling botsen  de overheid, inclusief de wetgever, zal
van geval tot geval belangen moeten afwegen
2. De mogelijkheid van realisatie van sociale grondrechten is in sterke
mate onderhevig aan buitenlandse invloeden
3. Verdragen bevatten over het algemeen geen bepalingen waarop
men zich voor de rechter kan beroepen

Hoe worden volksvertegenwoordigers en ministers gekozen?

Actief kiesrecht = alleen Nederlanders, die de leeftijd van achttien jaar
hebben bereik hebben actief kiesrecht (art. 4 GW)

,Evenredige vertegenwoordiging = iedere lijstengroep krijgt een aantal
zetels dat overeenkomt met het aantal keren dat de lijstengroep de
kiesdeler heeft behaald (art. 53 GW)

Art. P 7 Kieswet: de overblijvende zetels, die restzetels worden genoemd,
worden (…) achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten die na toewijzing
van de zetel het grootste gemiddelde aantal stemmen per toegewezen
zetel hebben

Tweede Kamer: rechtstreekse verkiezing = gekozen door +18
Nederlanders (art. 54 GW)

Eerste kamer: getrapte verkiezing = de leden van de provinciale staten
kiezen de leden van de Eerste Kamer (art. 55 GW)

De Minister-President en de overige ministers worden bij koninklijk besluit
benoemd en ontslagen (art. 43 & 48 GW)

Ministers: worden door de fractie gekozen en bij koninklijk besluit
benoemd (art. 43 & 48 GW)

Functie en opbouw van regering en kabinet
Regering = Koning + ministers = medewetgever + bestuur = art. 42 GW

Taken Koning = staatshoofd + lidmaatschap regering

Minister = leidinggevende ministerie of minister zonder portefeuille

Kabinet = ministerraad + staatssecretarissen + naam president

Taken kabinet:
1. In het laatste stadium beleid in wetten neerleggen
2. Advisering aan de regering door adviesorganen
3. Beraadslagen over onderwerp die het buitenlandse beleid raken
4. Instemming voor veel benoemingen

Taken ministerraad:
1. Beraadslaagt en besluit over algemeen regeringsbeleid
2. Bevordert eenheid van dit beleid

Collegiaal bestuur = alle punten van het regeringsbeleid die van enig
belang zijn worden in gezamenlijk overleg beslist
1. Homogeniteit = er bestaat in beginsel een geheimhoudingsplicht ten
aanzien van hetgeen in de vergadering van de ministerraad
besproken wordt of geschiedt

Als een zaak in de ministerraad aan de orde is geweest, dragen alle
ministers medeverantwoordelijkheid

, Staatssecretaris = ter ontlasting van de minister + ondergeschikt aan
minister
1. Wetten en besluiten contrasigneren
2. Verantwoordelijkheid voor de indiening van wetsvoorstellen nemen
3. Met raadgevende stem aan de beraadslagingen in de ministerraad
deelnemen
4. Geen stemrecht in de ministerraad
5. Politieke verantwoordelijkheid  aftreden indien hij niet meer het
vertrouwen van de volksvertegenwoording geniet

Hoe worden de ministers door de Tweede Kamer gecontroleerd?
Grondwettelijke plicht tot het verschaffen van gevraagde inlichtingen (art.
68 GW)
 Interpellatierecht = biedt de mogelijkheid voor een kamerlid om,
met verlof van de kamer, vragen aan een minister te stellen over
een door dit kamerlid aangeduid onderwerp dat vreemd is aan de
orde van de dag

Schriftelijke of mondelinge vragen stellen

Verschillen interpellatie - vragen:
1. Interpellatie vereist verlof
2. Ter gelegenheid van een interpellatie kan een volledig debat worden
gehouden
3. Bij interpellatie kunnen moties worden ingediend

Vragen aan individuele kamerleden

Hoorzittingen = personen horen over bij de commissies aanhangige zaken
= voorlichting

Rondetafelgesprek = overleg op gelijke voet

Motie = bevat een verzoek of een verklaring van de kamer als geheel en
moet dus door de kamer worden aangenomen

Het recht van enquête = wordt alleen gehouden als een misstand wordt
vermoed en de informatieverstrekking van de zijde van de regering
onvoldoende wordt geacht (art. 70)

Overleg regering – parlement = jaarlijkse behandeling van de
rijksbegroting  de begroting vormt een aanknopingspunt voor de kamers
om alle mogelijke onderwerpen van regeringsbeleid onder de loep te
nemen

Motie van wantrouwen = kan leiden tot onstalgaanbieding van degene tot
wie de motie gericht is, want het vertrouwen wordt opgezegd

Waaruit bestaat het Koninkrijk der Nederlanden

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
19 de marzo de 2016
Número de páginas
30
Escrito en
2014/2015
Tipo
OTRO
Personaje
Desconocido

Temas

$5.28
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Reseñas de compradores verificados

Se muestran los comentarios
3 año hace

3.0

1 reseñas

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Reseñas confiables sobre Stuvia

Todas las reseñas las realizan usuarios reales de Stuvia después de compras verificadas.

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
jurvmil Erasmus Universiteit Rotterdam
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
66
Miembro desde
10 año
Número de seguidores
51
Documentos
12
Última venta
3 año hace

3.3

22 reseñas

5
2
4
6
3
12
2
1
1
1

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes