HOOFDSTUK 1: INLEIDING
HOOFDSTUK 2: SACAHRIDEN
HOOFDSTUK 3: LIPIDEN EN MEMBRANEN
HOOFDSTUK 4: PROTEÏNEN
HOOFDSTUK 5: ENZYMEN EN CO-ENZYMEN
HOOFDSTUK 6: VITAMINEN
HOOFDSTUK 7: NUCLEÏNEZUREN
HOOFDSTUK 8: BIOCHEMISCHE ENERGIE
HOOFDSTUK 9: METABOLISME VAN KOOLHYDRATEN
HOOFDSTUK 10: METABOLISME VAN LIPIDEN
HOOFDSTUK 11: METABOLISME VAN PROTEÏNEN
1
,HOOFDSTUK 1: INLEIDING
1. DOELSTELLINGEN EN BEGRIPPEN
Wat hoor je te kennen:
- Kent de 2 belangrijke typen cellen
- Kent de verschillende organellen in een eukaryote cel en beschrijft hun functie
- Weet welke elementen domineren in organismen en waarom dit zo is
- Kent de nevenelementen
- Somt de grote types biomoleculen op en geeft de grootte-orde waarin ze voorkomen
in het menselijk lichaam (bv ongeveer 20% proteïnen)
- Somt de verschillende types niet-covalente (intermoleculaire) bindingen op en legt
uit of voorspelt wanneer deze voorkomen
- Herkent een type binding in een figuur
- Geeft voorbeelden waar intermoleculaire bindingen zich voordoen en wat het belang
ervan is
- Geeft de functies van water in het lichaam/organismen
- Verklaart waarom bepaalde stoffen oplossen in water en andere niet
- Beschrijft de processen osmose en diffusie
Begrippen:
2. BIOCHEMIE
Biochemie:
- De chemische basis van het leven
- Moleculen in levende organismen/cellen
o Structuur en verband met functie
- Chemische processen in cellen
o In stand houden van energie/van leven
- Raakvlakken met andere disciplines: celbiologie, fysiologie, voedingsleer, …
- Biochemie is een relatief jonge wetenschap
Twee belangrijke vaststellingen/mijlpalen:
1) Belangrijke doorbraak in de historiek van de biochemie: enzymen = katalysatoren
2) Nucleïnezuren = dragen informatie
2
,Levende organismen → cellen:
- Leven: zeer divers
- Alle organismen zijn opgebouwd uit cellen = bouwtenen van leven
- Cellen: gestructureerd, geordend → vraagt energie (uit nutriënten)
- Zeer grote verscheidenheid aan organismen, maar uniformiteit op moleculair niveau
(bv. insuline)
3. CELLEN
Cellen:
- Alle organismen zijn opgebouwd uit cellen = bouwstenen van ‘leven’
- Twee belangrijke Types: Prokaryote cel en Eukaryote cel
- Ondanks het grote verschillen tussen organismen: uniformiteit op moleculair niveau
Prokaryote en Eukaryote cel:
Indeling van een Eukaryote cel:
Oefening:
3
, FUNCTIES VAN ORGANELLEN IN DE CEL
Functies van organellen in de cel:
- Plasmamembraan:
o Barrière met ‘buitenwereld’
o Laat selectief componenten door
- Kern of nucleus
o Drager van de informatie van de cel (genen)
o DNA replicatie en RNA synthese
- Mitochondriën
o Energiefabriekjes:
o Leveren energie door synthese van ATP uit verbranding van suikers en vetten
- Ruw ER:
o Ribosomenaanoppervlak ⇒ ruw
o Proteïnesynthese
o Ribosomen=complex van proteïnenen RNA
- Glad ER:
o Synthese en metabolisme van lipiden
- Golgiapparaat:
o Opeengestapelde membranen
o Proteïnen uit ruw ER komen via vesikels toe en
o Worden gemodificeerd en doorgestuurd naar bestemming
- Lysosomen:
o Bevat enzymen voor afbraak van proteïnen en membranen in de cel
STRUCTURELE HIERARCHIE IN ORGANISATIE
SAMENSTELLING AAN ELEMENTEN IN CEL
4