ORGANISCHE CHEMIE
HOOFDSTUK 1
ORBITAALTHEORIE
HOOFDSTUK 2
STEREOCHEMIE
HOOFDSTUK 3
ALKANEN EN HALOGEENALKANEN
HOOFDSTUK 4
ALCOHOLEN, THIOLEN, EHTERS EN AMINEN
HOOFDSTUK 5
ALKENEN EN ALKYNEN
HOOFDSTUK 6
ALDEHYDEN, KETONEN
1
,HOOFDSTUK 1 - ORBITAALTHEORIE
Organische chemie:
- Koolstofchemie
- De scheikunde van organische stoffen
- Geneeskunde en farmacie
- Kleding - voeding - landbouw
- F. Wöhler - scheikundige
Koolstof:
- Sterke stabiele binding
- “C” heeft 4 bindingspartners
- Lange ketenvorming - langste keten vormen
- Verscheidene vertakkingen
Belangrijke elementen voor het menselijke lichaam:
C = koolstof
H = waterstof
O = zuurstof
N = stikstof
S = zwavel
P = fosfor
Alkanen, alkenen, alkynen
Alkanen
- Methaan
- 4 verschillende bindingen
- Enkelvoudig
- Sigma-bindingen → σ-binding
Alkenen
- Etheen
- Tweevoudige binding
- Of dubbele binding
Alkynen
- Ethyn
- Drie dubbele binding
2
, Tabel van Mendeljev of PSE:
- Z = atoomnummer
- Aantal protonen in de kern
- Aantal elektronen in de elektronenmantel
- Atoommassa of atoomgewicht
- Elektronenschillen - K -L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
- Alle massa in de kern bestaande uit:
o Protonen (positief geladen)
o Neutronen (neutrale deeltjes);
- Rond de kern zweven negatief geladen deeltjes =elektronen)
- De elektronenschillen zijn bolvormige, concentrische schillen rond de kern.
Elektronen per schil:
14
- Eerste 10 elementen van het periodiek system zijn terug te vinden op de eerste 2 rijen
en vullen bijgevolg ook de binnenste 2 elektroneneschillen.
- Met respectievelijk
Elektronen per schil 1 tot 2 elektronenen in schil K; en 1 tot 8 elektronen in schil L.
Element symbool atoom- elektronenconfiguratie
nummer K, L, …
waterstof H 1 1
helium He 2 2
lithium Li 3 2,1
beryllium Be 4 2,2
boor B 5 2,3
koolstof C 6 2,4
stikstof N 7 2,5
zuurstof O 8 2,6
fluor F 9 2,7
neon Ne 10 2,8
Van schil tot orbitaal:
- Orbitaal = dat er een bepaald aantal trajecten is dat de elektron aflegd
Orbitaalopvulling:
- Een elektron zal eerst het orbitaal met de laagste energie vullen
- Een orbitaal bevat macimaal 2 elektronen met tegenovergestelde spin
- In gelijksoortige orbitalen van éénzelfde energieniveau hebben de elektronen bij
voorkeur dezelfde spin
3
, Orbitaalopvulling:
- Ongepaarde elektronen in orbitalen van buitenste schil = valentie-elektronen →
chemische binding
- Niet betrokken bij chemische binding = mantel-elektronen
- In de normale elektronenconfiguratie van koolstof zijn er slechts 2 ongepaarde
elektronen; net zoals bij zuurstof. Toch weten we dat koolstof 4 bindingsplaatsen heeft.
- De 2 extra bindingsplaatsen worden gecreëerd door het atoom naar een aangeslagen
toestand te brengen.
- Er worden zo veel mogelijk ongepaarde elektronen gevormd; en dit door promotie van
een elektron naar een hoger orbitaal.
Periodiek systeem der elementen:
Voorbeeldvraag:
Geef en bespreek (hybridisatietoestand, bindingen en bindingshoeken, ruimtelijke vorm) van
pent-2-een.
Bespreek de elektronenconfiguraties van C1 en van de H’s rechtstreeks hieraan gebonden.
Bespreek de elektronenconfiguratie van de C2-H- en C1-C2-bindingen.
4
HOOFDSTUK 1
ORBITAALTHEORIE
HOOFDSTUK 2
STEREOCHEMIE
HOOFDSTUK 3
ALKANEN EN HALOGEENALKANEN
HOOFDSTUK 4
ALCOHOLEN, THIOLEN, EHTERS EN AMINEN
HOOFDSTUK 5
ALKENEN EN ALKYNEN
HOOFDSTUK 6
ALDEHYDEN, KETONEN
1
,HOOFDSTUK 1 - ORBITAALTHEORIE
Organische chemie:
- Koolstofchemie
- De scheikunde van organische stoffen
- Geneeskunde en farmacie
- Kleding - voeding - landbouw
- F. Wöhler - scheikundige
Koolstof:
- Sterke stabiele binding
- “C” heeft 4 bindingspartners
- Lange ketenvorming - langste keten vormen
- Verscheidene vertakkingen
Belangrijke elementen voor het menselijke lichaam:
C = koolstof
H = waterstof
O = zuurstof
N = stikstof
S = zwavel
P = fosfor
Alkanen, alkenen, alkynen
Alkanen
- Methaan
- 4 verschillende bindingen
- Enkelvoudig
- Sigma-bindingen → σ-binding
Alkenen
- Etheen
- Tweevoudige binding
- Of dubbele binding
Alkynen
- Ethyn
- Drie dubbele binding
2
, Tabel van Mendeljev of PSE:
- Z = atoomnummer
- Aantal protonen in de kern
- Aantal elektronen in de elektronenmantel
- Atoommassa of atoomgewicht
- Elektronenschillen - K -L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
- Alle massa in de kern bestaande uit:
o Protonen (positief geladen)
o Neutronen (neutrale deeltjes);
- Rond de kern zweven negatief geladen deeltjes =elektronen)
- De elektronenschillen zijn bolvormige, concentrische schillen rond de kern.
Elektronen per schil:
14
- Eerste 10 elementen van het periodiek system zijn terug te vinden op de eerste 2 rijen
en vullen bijgevolg ook de binnenste 2 elektroneneschillen.
- Met respectievelijk
Elektronen per schil 1 tot 2 elektronenen in schil K; en 1 tot 8 elektronen in schil L.
Element symbool atoom- elektronenconfiguratie
nummer K, L, …
waterstof H 1 1
helium He 2 2
lithium Li 3 2,1
beryllium Be 4 2,2
boor B 5 2,3
koolstof C 6 2,4
stikstof N 7 2,5
zuurstof O 8 2,6
fluor F 9 2,7
neon Ne 10 2,8
Van schil tot orbitaal:
- Orbitaal = dat er een bepaald aantal trajecten is dat de elektron aflegd
Orbitaalopvulling:
- Een elektron zal eerst het orbitaal met de laagste energie vullen
- Een orbitaal bevat macimaal 2 elektronen met tegenovergestelde spin
- In gelijksoortige orbitalen van éénzelfde energieniveau hebben de elektronen bij
voorkeur dezelfde spin
3
, Orbitaalopvulling:
- Ongepaarde elektronen in orbitalen van buitenste schil = valentie-elektronen →
chemische binding
- Niet betrokken bij chemische binding = mantel-elektronen
- In de normale elektronenconfiguratie van koolstof zijn er slechts 2 ongepaarde
elektronen; net zoals bij zuurstof. Toch weten we dat koolstof 4 bindingsplaatsen heeft.
- De 2 extra bindingsplaatsen worden gecreëerd door het atoom naar een aangeslagen
toestand te brengen.
- Er worden zo veel mogelijk ongepaarde elektronen gevormd; en dit door promotie van
een elektron naar een hoger orbitaal.
Periodiek systeem der elementen:
Voorbeeldvraag:
Geef en bespreek (hybridisatietoestand, bindingen en bindingshoeken, ruimtelijke vorm) van
pent-2-een.
Bespreek de elektronenconfiguraties van C1 en van de H’s rechtstreeks hieraan gebonden.
Bespreek de elektronenconfiguratie van de C2-H- en C1-C2-bindingen.
4