Vragen les 5: Pensioenverzekeringen
- De berekening van wettelijke pensioenen geschiedt hoofdzakelijk op basis van drie factoren: loopbaan,
arbeidsinkomen en gezin.
Welke rol speelt de factor ‘loopbaan' bij de berekening van pensioenen?
Welke rol speelt de factor 'arbeidsinkomen' bij de berekening van pensioenen?
Welke rol speelt de factor ‘gezin' bij de berekening van pensioenen?
Vergelijk bij het antwoorden van de bovenstaande vragen:
de pensioenen voor ambtenaren, werknemers en zelfstandigen met elkaar;
de regels voor rust- en overlevingspensioenen.
Welke rol speelt de factor ‘loopbaan’ bij de berekening van pensioenen?
Rustpensioenen
De wetgever geeft NIET aan op welk ogenblik de pensioenloopbaan ten vroegste aanvangt.
De pensioenloopbaan eindig in de maand die voorafgaat aan de ingangsdatum van het pensioen.
De Belgische pensioenverzekeringen functioneren als opbouwstelsel. Zij kennen hogere uitkeringen toe
naarmate de pensioengerechtigden een langere pensioenloopbaan hebben volbracht (art. 6 Pensioenwet
Rijksambtenaren, art. 14 Pensioenwet Werknemers en art. 15 Pensioenwet Zelfstandigen.
Sociaal verzekerden verwerven dus een deeltje van hun pensioen per in aanmerking genomen
pensioenloopbaanjaar (werknemer of ambtenaar) of pensioenloopbaankwartaal (zelfstandige).
Het pensioen wordt opgebouwd door:
diensten verricht als ambtenaar;
en/of perioden van tewerkstelling als werknemer (waarvoor werd aangetoond dat de verschuldigde
socialezekerheidsbijdragen werden betaald);
en/of kwartalen van beroepsactiviteit als zelfstandige (waarvoor werd aangetoond dat de
verschuldigde socialezekerheidsbijdragen werden betaald).
Onder bepaalde voorwaarden wordt een aantal perioden van inactiviteit, zoals onvrijwillige werkloosheid,
dienstplicht, etc. eveneens in beschouwing genomen voor de opbouw van het pensioen (art. 34-37
Algemeen Reglement Werknemerspensioen). Als je studiejaren in aanmerking wil laten komen, moet je
hiervoor een bijdrage betalen.
Werknemers en zelfstandigen
Voor elk in aanmerking komend pensioenloopbaanjaar (of voor zelfstandigen: pensioenloopbaankwartaal)
verkrijgt de sociaal verzekerde een rustpensioendeel, dat gelijk is aan een percentage van het beroepsinkomen
van dat jaar, gedeeld door 45 (dat is het aantal jaren dat overeenstemt met een volledig geachte
pensioenloopbaan). (art. 5, §1 Wet modernisering werknemerspensioen en art. 4 Wet modernisering
zelfstandigenpensioen). Voor de berekening van het zelfstandigenpensioen wordt dat jaarinkomen eerst
vermenigvuldigd met een breuk (teller is het aantal kwartalen en de noemer is 4 (art. 4, §2 WMZ).
Men kan ten hoogste pensioen voor een volledige pensioenloopbaan krijgen => = het principe van ‘eenheid
van loopbaan’ (-> de sociaal verzekerde bereikt die eenheid zodra het resultaat van zijn
pensioenloopbaanbreuk gelijk is aan 1).
Indien iemand meer pensioenloopbaanjaren of -kwartalen presteerde, blijven de minst bezoldigde tot op een
zekere hoogte buiten beschouwing voor de berekening van het pensioen. (Deze regel wordt niet meer
toegepast als de betrokkene blijft doorwerken na het volbrengen van een volledige pensioenloopbaan.)
Gelijkgestelde perioden van inactiviteit worden niet meer toegevoegd aan een reeds volledige
pensioenloopbaan (art. 10bis Pensioenwet Werknemers en art. 19 Pensioenwet Zelfstandigen).
Ambtenaren
Pagina 39 van 59
- De berekening van wettelijke pensioenen geschiedt hoofdzakelijk op basis van drie factoren: loopbaan,
arbeidsinkomen en gezin.
Welke rol speelt de factor ‘loopbaan' bij de berekening van pensioenen?
Welke rol speelt de factor 'arbeidsinkomen' bij de berekening van pensioenen?
Welke rol speelt de factor ‘gezin' bij de berekening van pensioenen?
Vergelijk bij het antwoorden van de bovenstaande vragen:
de pensioenen voor ambtenaren, werknemers en zelfstandigen met elkaar;
de regels voor rust- en overlevingspensioenen.
Welke rol speelt de factor ‘loopbaan’ bij de berekening van pensioenen?
Rustpensioenen
De wetgever geeft NIET aan op welk ogenblik de pensioenloopbaan ten vroegste aanvangt.
De pensioenloopbaan eindig in de maand die voorafgaat aan de ingangsdatum van het pensioen.
De Belgische pensioenverzekeringen functioneren als opbouwstelsel. Zij kennen hogere uitkeringen toe
naarmate de pensioengerechtigden een langere pensioenloopbaan hebben volbracht (art. 6 Pensioenwet
Rijksambtenaren, art. 14 Pensioenwet Werknemers en art. 15 Pensioenwet Zelfstandigen.
Sociaal verzekerden verwerven dus een deeltje van hun pensioen per in aanmerking genomen
pensioenloopbaanjaar (werknemer of ambtenaar) of pensioenloopbaankwartaal (zelfstandige).
Het pensioen wordt opgebouwd door:
diensten verricht als ambtenaar;
en/of perioden van tewerkstelling als werknemer (waarvoor werd aangetoond dat de verschuldigde
socialezekerheidsbijdragen werden betaald);
en/of kwartalen van beroepsactiviteit als zelfstandige (waarvoor werd aangetoond dat de
verschuldigde socialezekerheidsbijdragen werden betaald).
Onder bepaalde voorwaarden wordt een aantal perioden van inactiviteit, zoals onvrijwillige werkloosheid,
dienstplicht, etc. eveneens in beschouwing genomen voor de opbouw van het pensioen (art. 34-37
Algemeen Reglement Werknemerspensioen). Als je studiejaren in aanmerking wil laten komen, moet je
hiervoor een bijdrage betalen.
Werknemers en zelfstandigen
Voor elk in aanmerking komend pensioenloopbaanjaar (of voor zelfstandigen: pensioenloopbaankwartaal)
verkrijgt de sociaal verzekerde een rustpensioendeel, dat gelijk is aan een percentage van het beroepsinkomen
van dat jaar, gedeeld door 45 (dat is het aantal jaren dat overeenstemt met een volledig geachte
pensioenloopbaan). (art. 5, §1 Wet modernisering werknemerspensioen en art. 4 Wet modernisering
zelfstandigenpensioen). Voor de berekening van het zelfstandigenpensioen wordt dat jaarinkomen eerst
vermenigvuldigd met een breuk (teller is het aantal kwartalen en de noemer is 4 (art. 4, §2 WMZ).
Men kan ten hoogste pensioen voor een volledige pensioenloopbaan krijgen => = het principe van ‘eenheid
van loopbaan’ (-> de sociaal verzekerde bereikt die eenheid zodra het resultaat van zijn
pensioenloopbaanbreuk gelijk is aan 1).
Indien iemand meer pensioenloopbaanjaren of -kwartalen presteerde, blijven de minst bezoldigde tot op een
zekere hoogte buiten beschouwing voor de berekening van het pensioen. (Deze regel wordt niet meer
toegepast als de betrokkene blijft doorwerken na het volbrengen van een volledige pensioenloopbaan.)
Gelijkgestelde perioden van inactiviteit worden niet meer toegevoegd aan een reeds volledige
pensioenloopbaan (art. 10bis Pensioenwet Werknemers en art. 19 Pensioenwet Zelfstandigen).
Ambtenaren
Pagina 39 van 59