LV H1 (paragraaf 4 & 5)
1.4 De tijdelijkheid van het menselijk bestaan:
Stelling: het leven is kort
De Engelse monnik Beda (672-735) verwoorde dat ‘het leven voorbijvliegt’ in een verhaal:
Koning Edwin en zijn mannen bespreken het lot van het land. Tenslotte vertelt iemand de
koning een verhaal over een musje die het vertrek, waar de koning met zijn mannen in de
warmte dineert, binnen vliegt en vervolgens vlug door het vertrek gaat en daarna weer
vlucht door het openstaande luikje en verdwijnt. Uit de kou kwam het en in de kou
verdwijnt het weer. Zo is het ook in het leven van een mens, komend uit het duister, even in
het licht en weer altoos verdwijnend in het duister.
Wat Beda feitelijk doet is dat hij ons bestaan op aarde afmeet aan de ‘eeuwigheid’.
De wiskundige en filosoof Pascal (1623-1662) stelt de vraag: ‘Wat heb je winnen en te
verliezen wanneer je gokt of God bestaat?’ Advies Pascal op deze vraag: in dit korte aardse
leven heb je niet veel te verliezen en daarom moet je gokken op het bestaan van God want
dan kun je iets oneindigs winnen.
Christenen vertrouwen erop dat God mensen niet in de steek zal laten.
Voor de Romeinen kon iemand op aarde voortleven in zijn grootse werken die, die
achterliet.
Stelling: het leven is niet kort
De Romeinse filosoof Lucius Annaeus Seneca (4 v.C. – 65 n.C.) vindt juist niet dat het leven kort is, dit
legt hij uit in twee citaten:
1. Hierin schrijft hij dat onze levensduur niet kort is, maar dat wij gewoon veel van onze tijd
verspillen aan comfort. Dit zien wij pas vaak in bij uiterste nood en merken dan dat het
voorbij is.
2. Hierin schrijft hij dat je wat je wil doen nu moet doen. Niemand heeft je namelijk
gegarandeerd dat je op een bepaalde leeftijd nog leeft. Je moet niet beginnen met leven bij
de finish.
1.4 De tijdelijkheid van het menselijk bestaan:
Stelling: het leven is kort
De Engelse monnik Beda (672-735) verwoorde dat ‘het leven voorbijvliegt’ in een verhaal:
Koning Edwin en zijn mannen bespreken het lot van het land. Tenslotte vertelt iemand de
koning een verhaal over een musje die het vertrek, waar de koning met zijn mannen in de
warmte dineert, binnen vliegt en vervolgens vlug door het vertrek gaat en daarna weer
vlucht door het openstaande luikje en verdwijnt. Uit de kou kwam het en in de kou
verdwijnt het weer. Zo is het ook in het leven van een mens, komend uit het duister, even in
het licht en weer altoos verdwijnend in het duister.
Wat Beda feitelijk doet is dat hij ons bestaan op aarde afmeet aan de ‘eeuwigheid’.
De wiskundige en filosoof Pascal (1623-1662) stelt de vraag: ‘Wat heb je winnen en te
verliezen wanneer je gokt of God bestaat?’ Advies Pascal op deze vraag: in dit korte aardse
leven heb je niet veel te verliezen en daarom moet je gokken op het bestaan van God want
dan kun je iets oneindigs winnen.
Christenen vertrouwen erop dat God mensen niet in de steek zal laten.
Voor de Romeinen kon iemand op aarde voortleven in zijn grootse werken die, die
achterliet.
Stelling: het leven is niet kort
De Romeinse filosoof Lucius Annaeus Seneca (4 v.C. – 65 n.C.) vindt juist niet dat het leven kort is, dit
legt hij uit in twee citaten:
1. Hierin schrijft hij dat onze levensduur niet kort is, maar dat wij gewoon veel van onze tijd
verspillen aan comfort. Dit zien wij pas vaak in bij uiterste nood en merken dan dat het
voorbij is.
2. Hierin schrijft hij dat je wat je wil doen nu moet doen. Niemand heeft je namelijk
gegarandeerd dat je op een bepaalde leeftijd nog leeft. Je moet niet beginnen met leven bij
de finish.