HOOGRISICO NEONATOLOGIE:
DEEL MEVROUW VERSYCK (NEONAAT)
HOOFDSTUK 1: DE NEONATALE INTENSIVE CARE (NICU)
INLEIDING:
- Vroedvrouw heeft 2 rollen binnen de neonatologie:
o Evaluator van risicosituaties: autonoom detectere van risico’s en complicaties
+ consulteren van artsen en andere gezondheidszorgverleners.
o Samenwerken in een risicosituatie: zorg en begeleiding in verhoogde
risicosituaties of bij complicaties in de samenwerking met de artsen en andere
zorgverleners.
1.1 DEFINIËRING NICU
- De organisatie van gestandaardiseerde follow up van hoogrisico pasgeborene
Specifiek: pasgeborene met laag GG (minder dan 1500gr)
Moeder is bevallen voor 32 weken
- NICU MOET aan minstens 3 normen voldoen:
1. Minstens 50 pasgeborene met GG minder dan 1500gr.
2. 20% van de opnames hebben betrekking op intra-extra uteriene transers.
3. Jaarlijks minstens 1000 toedieningen van TPN.
4. Jaarlijks minstens 400 ligdagen van beademde neonaten.
- NICU: ? Dienst neonatale intensieve zorg
o Pasgeborenen worden opgevangen die in levensgevaar zijn of specifieke
gezondheidsproblemen hebben
o In een gespecialiseerde ziekenhuis met hoogtechnologische zorg
o 1 of meerdere vitale functies komen in gedrang die nood hebben aan bewaking,
ondersteuning of overname van lichaamsfuncties.
o Kunnen vanuit het ziekenhuis komen of een doorverwijzing van regionale
ziekenhuizen.
o Met open en gesloten incubators
o Regelmatige chirurgische ingrepen kunnen er plaatsvinden: neonaten of preterme
pasgeborene kunnen moeilijk getransporteerd worden naar operatiekwartier.
1.2 WETGEVING:
- Niet elk ziekenhuis beschikt over een NICU
- Voorwaarden:
o Aantal opnames van kinderen met specifieke kenmerken, functionele normen,
architeconische normen, organisatorische normen
jaarlijks minstens 50 opnames minder dan 1500gr
Minstens 15 bedden
Kleine heelkundige ingrepen kunnen gedaan worden
NICU & MIC-afdeling moet zich op dezelfe campus bevinden (ze kunnen
gecombineerd worden)
1
,1.3 VROEDKUNIGE/VERPLEEGKUNDIGE ZORG:
- Verantwoordelijkheid voor de pasgeborene, gezinsleden, ouders psychosociale
begeleiding speelt een grote rol
- Medische en technische hoog niveau
- Handelingen moeten kunnen verricht worden
- Optimale zorg bij kwetsbare neonaten = intensieve zorg moet continu gecombineerd
worden met palliatieve zorg
o Stressreductie bij neonaat en comfort
Wat zijn de specifieke problemen op NICU:
Fysieke, groei en ontwikkeling
Opname na 24 weken zwangerschapsduur
2. CLASSIFICATIE VAN HIGH RISK BABY’S:
2.1 CLASSIFICATIE VOLGENS GROOTTE:
LOW BIRTH WEIGHT BABY (LBW)
- Geboortegewicht minder dan 2500gr
- Extremely low birth weight baby (ELBW):geboortegewicht minder dan 1000g
- Very low birth weight baby (VLBW):geboortegewicht tussen 1000g -1500gr
- Moderately-low-birth-weight-baby (MLBW):geboortegewicht tussen 1500gr-2500gr
APPROPRIATE-FOR-GESTATIONAL-AGE BABY (AGA):
- Geboortegewicht tussen de 10de en 90ste percentiel op intra uteriene groeicurve
- Bijvoorbeld a terme baby = tussen 2500gr en 4000gr
INTRA-UTERIENE GROWTH-RETARDATION: (IUGR) (OF FOETALE GROEIRESTRICTIE)
- Wordt veroorzaakt door verschillende negatieve effecten op de foetus
- Voorbeeld: door infectie, placenta insufficiëntien pre-eclampsie)
SMALL FOR DATE (SFD) OF SMALL FOR GESTATIONAL AGE (SGA) BABY
- Intra uteriene groeiretardatie waarbij de geboortegewicht onder de 10 de percentiel zit
van de groeicurve zonder onderliggende pathologieën.
LARGE FOR GESTATIONAL AGE BABY (LGA)
- Geboortegewicht boven de 90ste percentiel op de groeicurve
- Lengte en schedelomtrek is normaal, het gewicht is te hoog
- Oorzaken:
o Maternele diabetes
o Andere endocriene verstoringen
o Ook bij een twin to twin transfusion syndrome waarbij LGA pasgeborene
overvuld is.
2.2 CLASSIFICATIE VOLGENS ZWANGERSCHAPSDUUR:
2
,PRETERME BABY:
- Geboren voor de 37ste zwangerschapsweek
FULL TERM BABY:
- Voldragen baby, geboren tussen 37 en 42 zwangerschapsweken
POSTMATURE BABY:
- Geboren na de 42ste zwangerschapsweek
2.3 CLASSIFICATIE VOLGENS DE LEVENSVATBAARHEID:
LEVENDE GEBOORTE:
- Vaststelling van een levende baby bij de geboorte gebeurt door aanwezige
arts/vroedvrouw.
FOETO INFANTIELE STERFTE (FI):
- Elk sterfgeval van een kind tijdens de eerste levensjaren, levend of doodgeboren.
TIJDVAKKEN VAN STERFTE:
DOODGEBOORTE OF MORTINALITEIT:
- Mortinaliteit: verhouding van het aantal doodgeboren ten opzichte van alle geboorten
o Doodgeboren kinderen moeten meegeteld worden wanneer ze minimum 500gr
wogen bij de geboorte of als hun geboortegewicht niet gekend is, wanneer de
zwangerschapsduur minimum 22 weken duurde.
o Onderdeel van perinatale sterfte samen met vroeg neonatale sterfte
o Onderdeel van foeto infantiele sterfte samen met infantiele sterfte
INFANTIELE STERFTE: (IS)
- Het aantal levende kinderen dat overlijdt voor de 1ste verjaardag
3
, - Op basis van leeftijd uitgedrukt in dagen , word de infantiele sterfte opgesplitst in
neonatale sterfte en post neonatale sterfte.
NEONATALE STERFTE (NS)
- De aantal levende kinderen dat overlijdt gedurende de eerste 28 levensdagen.
o Vroeg neonatele sterfte: (VN) de 7 eerste levensdagen = onderdeel van
perinatale sterfte + mortinaliteit.
o Laat neonatele sterfte: (LN) van de 8ste tot de 28ste levensdag
POST NEONATALE STERFTE:
- Aantal kinderen die sterven vanaf 4 weken na geboorte tot voor de 1ste verjaardag
- Sterftecijfer wordt berekend t.o.v alle levendgeborene
o Vroeg post neonatale sterfte: tot de 6 eerste levensmaanden
o Late post neonatele sterfte: van de zevende tot de 12de levensmaand.
PERINATELE STERFTE (PE)
- De aantale doodgeborene en vroeg neonatele sterfgevallen vergeleken met alle
geboorten.
2.4 OORZAKEN & GEVOLGEN VOOR DE NEONAAT:
MATERENELE OORZAKEN:
Oorzaken: Gevolgen:
Leeftijd meer dan 40 jaar - Chromosomale afwijkingen
- SGA
Leeftijd minder dan 16 jaar - Prematuriteit
- Pre-eclampsie
- Opvoedingsproblematiek
Armoede - Prematuriteit
- Infectie
- SGA
Fertiliteitsproblematiek - LBW
- Congenitale afwijkingen
- Verhoogde perinatale sterfte
Roken - SGA
- Verhoogde perinatale sterfte
Drugs - SGA
Alcoholmisbruik - Foetaal alcoholsyndroom
- SIDS
Diabetes mellitus - Doodgeboorte
- Macrosomie
- Cardiomyopathie
- Hypoglycemie
Schildklierziekten - Goitre
- hypo-hyperthyroïdie
Nierziekte - SGA
- Doodgeboorte
Urineweginfecties - Prematuriteit
- Sepsis
Hart-longziekten - SGA
- Doodgeboorte
4
DEEL MEVROUW VERSYCK (NEONAAT)
HOOFDSTUK 1: DE NEONATALE INTENSIVE CARE (NICU)
INLEIDING:
- Vroedvrouw heeft 2 rollen binnen de neonatologie:
o Evaluator van risicosituaties: autonoom detectere van risico’s en complicaties
+ consulteren van artsen en andere gezondheidszorgverleners.
o Samenwerken in een risicosituatie: zorg en begeleiding in verhoogde
risicosituaties of bij complicaties in de samenwerking met de artsen en andere
zorgverleners.
1.1 DEFINIËRING NICU
- De organisatie van gestandaardiseerde follow up van hoogrisico pasgeborene
Specifiek: pasgeborene met laag GG (minder dan 1500gr)
Moeder is bevallen voor 32 weken
- NICU MOET aan minstens 3 normen voldoen:
1. Minstens 50 pasgeborene met GG minder dan 1500gr.
2. 20% van de opnames hebben betrekking op intra-extra uteriene transers.
3. Jaarlijks minstens 1000 toedieningen van TPN.
4. Jaarlijks minstens 400 ligdagen van beademde neonaten.
- NICU: ? Dienst neonatale intensieve zorg
o Pasgeborenen worden opgevangen die in levensgevaar zijn of specifieke
gezondheidsproblemen hebben
o In een gespecialiseerde ziekenhuis met hoogtechnologische zorg
o 1 of meerdere vitale functies komen in gedrang die nood hebben aan bewaking,
ondersteuning of overname van lichaamsfuncties.
o Kunnen vanuit het ziekenhuis komen of een doorverwijzing van regionale
ziekenhuizen.
o Met open en gesloten incubators
o Regelmatige chirurgische ingrepen kunnen er plaatsvinden: neonaten of preterme
pasgeborene kunnen moeilijk getransporteerd worden naar operatiekwartier.
1.2 WETGEVING:
- Niet elk ziekenhuis beschikt over een NICU
- Voorwaarden:
o Aantal opnames van kinderen met specifieke kenmerken, functionele normen,
architeconische normen, organisatorische normen
jaarlijks minstens 50 opnames minder dan 1500gr
Minstens 15 bedden
Kleine heelkundige ingrepen kunnen gedaan worden
NICU & MIC-afdeling moet zich op dezelfe campus bevinden (ze kunnen
gecombineerd worden)
1
,1.3 VROEDKUNIGE/VERPLEEGKUNDIGE ZORG:
- Verantwoordelijkheid voor de pasgeborene, gezinsleden, ouders psychosociale
begeleiding speelt een grote rol
- Medische en technische hoog niveau
- Handelingen moeten kunnen verricht worden
- Optimale zorg bij kwetsbare neonaten = intensieve zorg moet continu gecombineerd
worden met palliatieve zorg
o Stressreductie bij neonaat en comfort
Wat zijn de specifieke problemen op NICU:
Fysieke, groei en ontwikkeling
Opname na 24 weken zwangerschapsduur
2. CLASSIFICATIE VAN HIGH RISK BABY’S:
2.1 CLASSIFICATIE VOLGENS GROOTTE:
LOW BIRTH WEIGHT BABY (LBW)
- Geboortegewicht minder dan 2500gr
- Extremely low birth weight baby (ELBW):geboortegewicht minder dan 1000g
- Very low birth weight baby (VLBW):geboortegewicht tussen 1000g -1500gr
- Moderately-low-birth-weight-baby (MLBW):geboortegewicht tussen 1500gr-2500gr
APPROPRIATE-FOR-GESTATIONAL-AGE BABY (AGA):
- Geboortegewicht tussen de 10de en 90ste percentiel op intra uteriene groeicurve
- Bijvoorbeld a terme baby = tussen 2500gr en 4000gr
INTRA-UTERIENE GROWTH-RETARDATION: (IUGR) (OF FOETALE GROEIRESTRICTIE)
- Wordt veroorzaakt door verschillende negatieve effecten op de foetus
- Voorbeeld: door infectie, placenta insufficiëntien pre-eclampsie)
SMALL FOR DATE (SFD) OF SMALL FOR GESTATIONAL AGE (SGA) BABY
- Intra uteriene groeiretardatie waarbij de geboortegewicht onder de 10 de percentiel zit
van de groeicurve zonder onderliggende pathologieën.
LARGE FOR GESTATIONAL AGE BABY (LGA)
- Geboortegewicht boven de 90ste percentiel op de groeicurve
- Lengte en schedelomtrek is normaal, het gewicht is te hoog
- Oorzaken:
o Maternele diabetes
o Andere endocriene verstoringen
o Ook bij een twin to twin transfusion syndrome waarbij LGA pasgeborene
overvuld is.
2.2 CLASSIFICATIE VOLGENS ZWANGERSCHAPSDUUR:
2
,PRETERME BABY:
- Geboren voor de 37ste zwangerschapsweek
FULL TERM BABY:
- Voldragen baby, geboren tussen 37 en 42 zwangerschapsweken
POSTMATURE BABY:
- Geboren na de 42ste zwangerschapsweek
2.3 CLASSIFICATIE VOLGENS DE LEVENSVATBAARHEID:
LEVENDE GEBOORTE:
- Vaststelling van een levende baby bij de geboorte gebeurt door aanwezige
arts/vroedvrouw.
FOETO INFANTIELE STERFTE (FI):
- Elk sterfgeval van een kind tijdens de eerste levensjaren, levend of doodgeboren.
TIJDVAKKEN VAN STERFTE:
DOODGEBOORTE OF MORTINALITEIT:
- Mortinaliteit: verhouding van het aantal doodgeboren ten opzichte van alle geboorten
o Doodgeboren kinderen moeten meegeteld worden wanneer ze minimum 500gr
wogen bij de geboorte of als hun geboortegewicht niet gekend is, wanneer de
zwangerschapsduur minimum 22 weken duurde.
o Onderdeel van perinatale sterfte samen met vroeg neonatale sterfte
o Onderdeel van foeto infantiele sterfte samen met infantiele sterfte
INFANTIELE STERFTE: (IS)
- Het aantal levende kinderen dat overlijdt voor de 1ste verjaardag
3
, - Op basis van leeftijd uitgedrukt in dagen , word de infantiele sterfte opgesplitst in
neonatale sterfte en post neonatale sterfte.
NEONATALE STERFTE (NS)
- De aantal levende kinderen dat overlijdt gedurende de eerste 28 levensdagen.
o Vroeg neonatele sterfte: (VN) de 7 eerste levensdagen = onderdeel van
perinatale sterfte + mortinaliteit.
o Laat neonatele sterfte: (LN) van de 8ste tot de 28ste levensdag
POST NEONATALE STERFTE:
- Aantal kinderen die sterven vanaf 4 weken na geboorte tot voor de 1ste verjaardag
- Sterftecijfer wordt berekend t.o.v alle levendgeborene
o Vroeg post neonatale sterfte: tot de 6 eerste levensmaanden
o Late post neonatele sterfte: van de zevende tot de 12de levensmaand.
PERINATELE STERFTE (PE)
- De aantale doodgeborene en vroeg neonatele sterfgevallen vergeleken met alle
geboorten.
2.4 OORZAKEN & GEVOLGEN VOOR DE NEONAAT:
MATERENELE OORZAKEN:
Oorzaken: Gevolgen:
Leeftijd meer dan 40 jaar - Chromosomale afwijkingen
- SGA
Leeftijd minder dan 16 jaar - Prematuriteit
- Pre-eclampsie
- Opvoedingsproblematiek
Armoede - Prematuriteit
- Infectie
- SGA
Fertiliteitsproblematiek - LBW
- Congenitale afwijkingen
- Verhoogde perinatale sterfte
Roken - SGA
- Verhoogde perinatale sterfte
Drugs - SGA
Alcoholmisbruik - Foetaal alcoholsyndroom
- SIDS
Diabetes mellitus - Doodgeboorte
- Macrosomie
- Cardiomyopathie
- Hypoglycemie
Schildklierziekten - Goitre
- hypo-hyperthyroïdie
Nierziekte - SGA
- Doodgeboorte
Urineweginfecties - Prematuriteit
- Sepsis
Hart-longziekten - SGA
- Doodgeboorte
4