100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Notas de lectura

PA E&G: Aantekeningen Public Institutions

Puntuación
-
Vendido
2
Páginas
17
Subido en
31-10-2022
Escrito en
2021/2022

Collegedictaat van 17 pagina's voor het vak Public Institutions aan de UL (-)

Institución
Grado










Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
31 de octubre de 2022
Número de páginas
17
Escrito en
2021/2022
Tipo
Notas de lectura
Profesor(es)
Dr. f. bulfone
Contiene
Todas las clases

Temas

Vista previa del contenido

Aantekeningen Public Institutions
Week I:
Institutie: de regels en normen die individueel gedrag beperken. Het overstijgt individuen om
groepen individuen te betrekken bij herhaaldelijke interactie (Peters, 2019: 23). Het
beperkende karakter van een institutie kan drie vormen aannemen, namelijk formele regels en
structuren, informele normen en waarden en een verschijningsvorm van permanentie en
regulariteit.

Instituties reguleren de interacties tussen individuen. Daarbij definiëren zij wat wel/niet
mogelijk is als onderdeel van een groep, organisatie of samenleving. Als laatste helpen
instituties bij het oplossen van problemen t.a.v. collectieve actie en dragen zij bij aan het
voorzien van publieke goederen.

Instituties worden daarbij gekenmerkt door een element van openbaarheid (ze vallen het
persoonlijke leven van een individu binnen).

Men kan de volgende instituties herkennen:

o Formele statelijke instituties, zoals bijv. parlementen of ministeries. Deze
organisaties kennen een eigen mandaat bij oprichting en hebben dus een juridisch
vastgelegde functie in besluitvorming. Daarbij worden ze gereguleerd door bepaalde
regels om de gemandateerde macht te beheersen; daarnaast worden deze formele
statelijke instituties ook beheerst door gedeelde normen en waarden. De twee
laatstgenoemde kenmerken vormen individueel gedrag.
o ‘Policy institutions’: formele beleidsbesluiten die worden genomen in een bepaald
gebied, zoals bijv. verzorgingsstaatregelingen. Het zijn instituties doordat ze vertellen
wat individuen wel en niet kunnen doen en ze zijn erg duurzaam: hun werking loopt
lang door. Ze worden opgesteld om beloningen en straffen in te stellen voor bepaalde
activiteiten. Hierin definiëren zij normen en waarden. De twee laatstgenoemde
kenmerken vormen ook individueel gedrag.

Intern zijn publieke instituties speciaal doordat zij een complexe organisatiestructuur en
complexe doelen kennen. Anderzijds zijn ze extern speciaal doordat publieke instituties
opereren in een politieke omgeving en meerdere stakeholders kennen.


1

,Politicologische en bestuurskundige theorieën verschillen in de mate waarin zij vinden in
hoeverre publieke instituties van belang zijn. In de klassieke leer van institutionalisme staan
instituties centraal in de politiek van een samenleving.

‘Behaviouralism’ gaat daarentegen ervan uit dat politiek het resultaat is van individueel
gedrag wat wordt gedreven door sociale en psychologische karakteristieken en dus niet door
instituties. Om politiek te begrepen dient men dus te kijken naar individuen en wat hun gedrag
bepaald. Hierdoor is er sterk aandacht voor de ‘inputs’ in een politiek systeem en niet voor de
processen binnen het staatsapparaat.

De rationele keuzetheorie stelt dat politiek eveneens het resultaat is van individueel gedrag
en dat dit gedrag (van stemmers, politici en bureaucraten) wordt gedreven door rationele
calculaties van de kosten en baten van verschillende keuzes. Individuen willen dus hun nut
maximaliseren. De voorkeuren van actoren zijn een gegeven en worden niet bepaald door
instituties.

Beide laatstgenoemde politicologische en bestuurskundige theorieën stellen dus dat
individuen niet aanzienlijk worden beperkt in hun keuzes door formele of informele
instituties. Nieuw institutionalisme is de tegenreactie op deze stelling. Het verschilt van
klassiek institutionalisme doordat er meer aandacht was voor theorievorming i.p.v. alleen
instituties van andere landen beschrijven. Het tracht de rol van instituties in het politiek leven
te begrijpen. Dit gebeurt door instituties enerzijds als afhankelijke variabele te zien (hoe
worden zij gevormd en hoe veranderen zij) en anderzijds door ze als onafhankelijke variabele
te zien (hoe beïnvloeden instituties gedrag).

Rationele keuze institutionalisme: instituties zijn regels die individueel gedrag beperken.
Instituties zijn daarmee van belang doordat zij de kosten en baten van verschillende acties
beïnvloeden. Hiermee is er sprake van een rationele keuze binnen instituties die actoren
maken tussen door de institutie vastgelegde voorkeuren en acties waarin zij hun nut
maximaliseren. Er is focus voor het microniveau: politiek is het resultaat van individuele
keuzes binnen instituties. Daarbij is er focus voor generische institutionele uitdagingen zoals
delegatie en problemen t.a.v. collectieve actie (bijv. ‘free-riding’).

Historisch institutionalisme: instituties zijn de formele regels en informele normen die
gedrag beïnvloeden. Zij zijn het resultaat van een lang historisch proces; een vorm van


2

, padafhankelijkheid. Er is focus voor het meso- (organisaties, beleid) en het macroniveau
(staten): politiek is het resultaat van de ontwikkeling en interacties van instituties op
macroniveau. De theorie is goed in staat om stabiliteit te verklaren. Daarnaast is er focus voor
specifieke, verschillende karakteristieken van instituties.

Sociologische institutionalisme: instituties zijn de formele regels en informele normen,
waarden en symbolen die bepalen wat geschikt gedrag is. Gedrag wordt namelijk gedreven
door normen, plichten en verplichtingen i.p.v. rationele calculaties: de ‘logic of
appropriateness’. Organisaties zijn eigen onafhankelijke actoren en kunnen niet worden
gereduceerd tot individuele leden. Instituties worden actiever opgevat: ze beperken niet alleen
de keuzes van individuen, maar vormen ook hun voorkeuren en ideeën.

Discursief institutionalisme: instituties worden gevormd door de ideeën en discoursen
waarop zij zijn gebaseerd. Gedrag van instituties wordt hier tevens door gevormd; dus de
wijze een beleidsprobleem wordt geframed. Instituties veranderen door veranderingen in
ideeën en discoursen waardoor zij minder stabiel zijn dan in de andere theorieën. Deze theorie
is daarmee goed in staat om plotselinge veranderingen in instituties te verklaren.




3
$6.08
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
MetObij Universiteit Leiden
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
369
Miembro desde
6 año
Número de seguidores
202
Documentos
68
Última venta
1 semana hace

3.8

37 reseñas

5
6
4
22
3
7
2
0
1
2

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes