HOOFDSTUK 3: RECHTSPERSONEN
Rechtspersonen = een onderdeel van de rechtssubjecten (natuurlijke personen – rechtspersonen).
Het zijn rechtssubjecten die niet tastbaar zijn. Ze zijn een creatie van het recht. Het is een stukje
papier. Vanuit juridische overwegingen doen ze alsof dit stukje papier een mens is. Het kan dingen
kopen, strafrechtelijke boete krijgen… Natuurlijke personen gaan ze creëren.
Een voorbeeld van een rechtspersoon is een vennootschap. Een rechtspersoon heeft een eigen
vermogen (= een eigen portefeuille). Het vermogen behoort toe aan het rechtspersoon en niet van
de mensen die de rechtspersoon hebben gecreëerd. Een rechtspersoon heeft geen armen en benen.
Daarom zijn er vertegenwoordigers, deze treden op in naam van de rechtspersonen om daden te
stellen. Het zijn de armen en benen van de vennootschap.
AFDELING 1: RECHTSPERSONEN VAN PUBLIEKRECHT & PRIVAATRECHT
PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSONEN (OVERHEID) = rechtspersonen die door overheden in
het leven geroepen zijn. De staat zelf is een rechtspersoon van publiek recht. Alle goederen van de
staat behoren toe aan de rechtspersoon namelijk de staat zelf. Alle deeltjes die uit de overheid
gecreëerd worden zijn rechtspersonen van publiekrecht.
Politieke rechtspersoon (= de overheid zelf & alle andere entiteiten van de staatsstructuren
die rechtstreeks belast zijn met de uitoefening van het overheidsgezag; gemeentes,
provincies)
Andere publiek RP
o Openbare instellingen
o Vlaamse water -en milieumaatschappijen
o Intercommunale = verschillende gemeentes werken samen om een taak van
algemeen belang te gaan vervullen
Internationaal publiekrecht
o De OESO
o WHO
Openbare overheidsbedrijven ( nmbs, bpost) = bedrijven die initieel zijn opgericht door de
overheid. Daarna zijn ze privaat geworden, maar ze vervullen nog steeds een taak van
algemeen belang. Vandaar krijgen ze een bijzonder statuut.
3 criteria om als publiek rechtelijk te worden beschouwd:
1. Opgericht door de overheid
2. Belast met een taak van algemeen belang
3. Ze hebben van de overheid de bevoegdheid gekregen om eenzijdig beslissingen te nemen
(niet contractueel)
Vb. klassieke overheidsinstellingen (vb. RSZ, belastingadministratie)
Opgepast: ing zonder winstoogmerk. Een VZW mag een café uitbaten zolang ze de
winsten gebruiken voor het belangeloos doel.
Rechtspersonen = een onderdeel van de rechtssubjecten (natuurlijke personen – rechtspersonen).
Het zijn rechtssubjecten die niet tastbaar zijn. Ze zijn een creatie van het recht. Het is een stukje
papier. Vanuit juridische overwegingen doen ze alsof dit stukje papier een mens is. Het kan dingen
kopen, strafrechtelijke boete krijgen… Natuurlijke personen gaan ze creëren.
Een voorbeeld van een rechtspersoon is een vennootschap. Een rechtspersoon heeft een eigen
vermogen (= een eigen portefeuille). Het vermogen behoort toe aan het rechtspersoon en niet van
de mensen die de rechtspersoon hebben gecreëerd. Een rechtspersoon heeft geen armen en benen.
Daarom zijn er vertegenwoordigers, deze treden op in naam van de rechtspersonen om daden te
stellen. Het zijn de armen en benen van de vennootschap.
AFDELING 1: RECHTSPERSONEN VAN PUBLIEKRECHT & PRIVAATRECHT
PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSONEN (OVERHEID) = rechtspersonen die door overheden in
het leven geroepen zijn. De staat zelf is een rechtspersoon van publiek recht. Alle goederen van de
staat behoren toe aan de rechtspersoon namelijk de staat zelf. Alle deeltjes die uit de overheid
gecreëerd worden zijn rechtspersonen van publiekrecht.
Politieke rechtspersoon (= de overheid zelf & alle andere entiteiten van de staatsstructuren
die rechtstreeks belast zijn met de uitoefening van het overheidsgezag; gemeentes,
provincies)
Andere publiek RP
o Openbare instellingen
o Vlaamse water -en milieumaatschappijen
o Intercommunale = verschillende gemeentes werken samen om een taak van
algemeen belang te gaan vervullen
Internationaal publiekrecht
o De OESO
o WHO
Openbare overheidsbedrijven ( nmbs, bpost) = bedrijven die initieel zijn opgericht door de
overheid. Daarna zijn ze privaat geworden, maar ze vervullen nog steeds een taak van
algemeen belang. Vandaar krijgen ze een bijzonder statuut.
3 criteria om als publiek rechtelijk te worden beschouwd:
1. Opgericht door de overheid
2. Belast met een taak van algemeen belang
3. Ze hebben van de overheid de bevoegdheid gekregen om eenzijdig beslissingen te nemen
(niet contractueel)
Vb. klassieke overheidsinstellingen (vb. RSZ, belastingadministratie)
Opgepast: ing zonder winstoogmerk. Een VZW mag een café uitbaten zolang ze de
winsten gebruiken voor het belangeloos doel.