zakelijke teksten schrijven
1. zakelijk schrijven
Bepaal je tekstdoel!
• Zakelijke teksten willen de lezer:
• informeren (WETEN)
• een mening laten vormen/overtuigen(VINDEN)
• aanzetten tot actie (DOEN)
• De 4 belangrijkste zakelijke tekstsoorten zijn:
• Informatieve teksten: WETEN
• Opiniërende teksten: WETEN+VINDEN
• Persuasieve teksten: WETEN+VINDEN+DOEN
• Diverterende teksten: WETEN+VINDEN
Als je zakelijk wil communiceren moet je telkens volgende vragen stellen:
1. Begrijpelijk/duidelijk: is de informatie helder?
2. Aantrekkelijk: is de informatie de moeite waard om te lezen?
3. Correct: geen inhoudelijke fouten?
4. (Aan)gepast: inhoud aangepast aan doelpubliek?
5. Extra: efficiënt: beperkt tot hoofdzaken, liefst één boodschap per tekst!
2. Schrijfopdrachten
Research = noodzakelijk voor zakelijke tekst!
Wat onderzoeken?
Je kennis over het onderwerp
- Verzamel alle info die je kennis kan vergroten
- Graaf niet dieper dan nodig
Het juiste jargon
- Doseer je gebruik van vaktaal en vermijd verkeerde terminologie
Je kennis over de doelgroep
- Leef je in • 5xW+H: wie, wat, waar,
waarom, wanneer, hoe?
Je inzicht in de opdracht
• Zoek hier het antwoord
- Wat is de bedoeling? op!
2.1. Doelgroep
1. zakelijk schrijven
Bepaal je tekstdoel!
• Zakelijke teksten willen de lezer:
• informeren (WETEN)
• een mening laten vormen/overtuigen(VINDEN)
• aanzetten tot actie (DOEN)
• De 4 belangrijkste zakelijke tekstsoorten zijn:
• Informatieve teksten: WETEN
• Opiniërende teksten: WETEN+VINDEN
• Persuasieve teksten: WETEN+VINDEN+DOEN
• Diverterende teksten: WETEN+VINDEN
Als je zakelijk wil communiceren moet je telkens volgende vragen stellen:
1. Begrijpelijk/duidelijk: is de informatie helder?
2. Aantrekkelijk: is de informatie de moeite waard om te lezen?
3. Correct: geen inhoudelijke fouten?
4. (Aan)gepast: inhoud aangepast aan doelpubliek?
5. Extra: efficiënt: beperkt tot hoofdzaken, liefst één boodschap per tekst!
2. Schrijfopdrachten
Research = noodzakelijk voor zakelijke tekst!
Wat onderzoeken?
Je kennis over het onderwerp
- Verzamel alle info die je kennis kan vergroten
- Graaf niet dieper dan nodig
Het juiste jargon
- Doseer je gebruik van vaktaal en vermijd verkeerde terminologie
Je kennis over de doelgroep
- Leef je in • 5xW+H: wie, wat, waar,
waarom, wanneer, hoe?
Je inzicht in de opdracht
• Zoek hier het antwoord
- Wat is de bedoeling? op!
2.1. Doelgroep