Hoofdstuk 21 Afweer
-----------------------------------------------------------------------------
§21.1 Geen indringers -----------------------------------------------------------
Barrières aan de buitenkant
❖ Dekweefsels vormen als fysieke barrière een mechanische afweer tegen
ziekteverwekkers en gevaarlijke stoffen.
➢ dekweefsels → laag weefsel van nauw aaneengesloten cellen, die het
inwendige milieu beschermt
➢ mechanische afweer → een fysieke barrière tegen ziekteverwekkers
en gevaarlijke stoffen
❖ De buitenste laag van de opperhuid is de hoornlaag
➢ bestaat uit dode, verdroogde cellen
❖ Basale cellenlaag → groeit de afslijtende opperhuid aan
➢ bestaat voornamelijk uit stamcellen
❖ Lederhuid, laag bindweefsel
➢ bestaat uit elastische vezel, die de huid soepel maken en bevat veel
zintuigjes
❖ Onderhuids vetweefsel → warmte-isolatie
Bescherming tegen zonlicht
❖ Melanocyten, pigmentvormende cellen in de basale cellenlaag hebben lange
uitlopers met korrels melanine.
➢ melanine bechermt het DNA tegen uv
Vochtbarrières
❖ slijmvlies → dekweefsel met slijmbekercellen aan de binnenzijde van organen
zoals longen en de darmen.
❖ biochemische barrière
❖ chemische afweer → een vorm van afweer waarmee planten zich
beschermen tegen herbivoren, via voor deze dieren schadelijke stoffen
Afweermaatregelen
❖ lokstoffen
, §21.2 Niet specifieke afweer -----------------------------------------------------
Omringd door eencellige organismen
❖ bacterien hebben een cirkelvormig chromosoom die ligt los in het
grondplasma, ook hebben ze cirkelvormige DNA-moleculen: plasmiden.
❖ verschil bacteriën:
➢ leefomgeving
➢ voedselherkomst
➢ celvorm
➢ celwandverschillen
❖ microbioom
Andere eencellige ziekteverwekkers
❖ Sommige eencellige ziekteverwekkers zijn geen bacteriën, maar eukaryoten.
➢ parasieten
DNA- en RNA-virussen
❖ Virussen maken gebruik van cellen om zich te vermeerderen
➢ bestaat uit erfelijk materiaal met daaromheen ene eiwitkapsel en soms
een membraan met eiwitten afkomstig van de gastheer en het virus,
virusenvelop.
❖ reverse transcriptase
Lichaamseigen en lichaamsvreemd
❖ niet-specifieke afweer → een opruimsysteem van witte bloedcellen en
bloedeiwitten dat lichaamsvreemde deeltjes die binnendringen, onschadelijk
maakt.
❖ antigenen → moleculen die het afweersysteem kunnen activeren
➢ met behulp van MHC-I-moleculen zijn de antigenen bevestigd aan het
celmembraan.
Reageren op je lichaamsvreemde eiwitten
❖ geïnfecteerd → wanneer op het celmembraan MHC-I-moleculen het antigeen
van het virus wordt laten zien
Bloedeiwitten
❖ complementsysteem → verschillende typen bloedcellen die vreemde of
geïnfecteerde cellen opruimen
❖ cascade
❖ cytokinen → signaalsotf in je lichaam
❖ macrofagen → type witte bloedcel dat alles door fagocystose opruimt wat niet
in het lichaam thuishoort
❖ opsonisatie → aanpassing van het oppervlak van een ziekteverwekker door
eiwitten van het complementsysteem
-----------------------------------------------------------------------------
§21.1 Geen indringers -----------------------------------------------------------
Barrières aan de buitenkant
❖ Dekweefsels vormen als fysieke barrière een mechanische afweer tegen
ziekteverwekkers en gevaarlijke stoffen.
➢ dekweefsels → laag weefsel van nauw aaneengesloten cellen, die het
inwendige milieu beschermt
➢ mechanische afweer → een fysieke barrière tegen ziekteverwekkers
en gevaarlijke stoffen
❖ De buitenste laag van de opperhuid is de hoornlaag
➢ bestaat uit dode, verdroogde cellen
❖ Basale cellenlaag → groeit de afslijtende opperhuid aan
➢ bestaat voornamelijk uit stamcellen
❖ Lederhuid, laag bindweefsel
➢ bestaat uit elastische vezel, die de huid soepel maken en bevat veel
zintuigjes
❖ Onderhuids vetweefsel → warmte-isolatie
Bescherming tegen zonlicht
❖ Melanocyten, pigmentvormende cellen in de basale cellenlaag hebben lange
uitlopers met korrels melanine.
➢ melanine bechermt het DNA tegen uv
Vochtbarrières
❖ slijmvlies → dekweefsel met slijmbekercellen aan de binnenzijde van organen
zoals longen en de darmen.
❖ biochemische barrière
❖ chemische afweer → een vorm van afweer waarmee planten zich
beschermen tegen herbivoren, via voor deze dieren schadelijke stoffen
Afweermaatregelen
❖ lokstoffen
, §21.2 Niet specifieke afweer -----------------------------------------------------
Omringd door eencellige organismen
❖ bacterien hebben een cirkelvormig chromosoom die ligt los in het
grondplasma, ook hebben ze cirkelvormige DNA-moleculen: plasmiden.
❖ verschil bacteriën:
➢ leefomgeving
➢ voedselherkomst
➢ celvorm
➢ celwandverschillen
❖ microbioom
Andere eencellige ziekteverwekkers
❖ Sommige eencellige ziekteverwekkers zijn geen bacteriën, maar eukaryoten.
➢ parasieten
DNA- en RNA-virussen
❖ Virussen maken gebruik van cellen om zich te vermeerderen
➢ bestaat uit erfelijk materiaal met daaromheen ene eiwitkapsel en soms
een membraan met eiwitten afkomstig van de gastheer en het virus,
virusenvelop.
❖ reverse transcriptase
Lichaamseigen en lichaamsvreemd
❖ niet-specifieke afweer → een opruimsysteem van witte bloedcellen en
bloedeiwitten dat lichaamsvreemde deeltjes die binnendringen, onschadelijk
maakt.
❖ antigenen → moleculen die het afweersysteem kunnen activeren
➢ met behulp van MHC-I-moleculen zijn de antigenen bevestigd aan het
celmembraan.
Reageren op je lichaamsvreemde eiwitten
❖ geïnfecteerd → wanneer op het celmembraan MHC-I-moleculen het antigeen
van het virus wordt laten zien
Bloedeiwitten
❖ complementsysteem → verschillende typen bloedcellen die vreemde of
geïnfecteerde cellen opruimen
❖ cascade
❖ cytokinen → signaalsotf in je lichaam
❖ macrofagen → type witte bloedcel dat alles door fagocystose opruimt wat niet
in het lichaam thuishoort
❖ opsonisatie → aanpassing van het oppervlak van een ziekteverwekker door
eiwitten van het complementsysteem