Medische wetenschappen – Klinische voeding:
Hoofdstuk - Nutritionele zorg:
Nutritionele zorg bestaat uit 4 basispijlers:
Screening
Assesment
Opstellen van nutritioneel behandelplan
Opvolging en nazorg
Samenstelling nutritieteam:
Artsen
Diëtisten
Verpleegkundigen
Apothekers
Ziekenhuishygiëne
Cateraar
beleidsmedewerker
Het nutritieteam staat in voor educatie en training van het personeel en heeft een aantal
voordelen:
Het team zorgt voor een éénvormig beleid in het ziekenhuis
Ze zorgen voor evidence-based kennisoverdracht
Bestaande methodologieën evalueren
Het team verricht klinisch onderzoek
Ze maken preventieve maatregelen op met betrekking tot voedingszorg
Wat is er belangrijk bij nutritionele zorg:
Expertise (vanuit richtlijnen)
Sensibiliseren en trainen van personeel
Het is multidisciplinair
Medische wetenschappen – Klinische voeding
1
, Screening:
Wordt iedereen gescreend op ondervoeding:
Nee, alleen patiënten die gehospitaliseerd worden
Iemand dat voor een dagopname komt wordt niet gescreend op ondervoeding omdat je
aan die patiënt weinig kan doen
Wanneer screenen we op ondervoeding:
Bij opname (en minstens voor 3 dagen worden opgenomen)
Tijdens de hospitalisatie blijven we screenen en dit doen we wekelijks (1x/week) dit
doen we omdat heel veel patiënten tijdens hospitalisatie ondervoed kunnen geraken
Hoe komt het dat patiënten ondervoed geraken:
Ziekte gebonden factoren die maken dat eetlust wordt afgenomen bv. braken, diarree,
verhoogd katabolisme, sepsis, trauma, pijn en slechte pijncontrole
Dat je niet mag eten, dat uw lichaam niet voldoende voedingsstoffen opneemt of dat uw
metabolisme verhoogd is
Patiënten vinden het eten niet lekker en laten het eten staan of gebrek aan eetlust
Onderzoeken die moeten gebeuren (bv. patiënt moet nuchter blijven voor onderzoek,
maar het onderzoek wordt uitgesteld, of patiënt komt later terug van onderzoek waardoor
het bijna tijd is voor de volgende maaltijd, …)
Welke screeningstool wordt er gebruikt in een ziekenhuis:
NRS (= nutritional risk screening)
Antropologie:
1 van de onderdelen van een screeningstool is het in kaart brengen van de antropologie
dit is het gewicht en de lengte in kaart brengen door te wegen en meten
Het is heel belangrijk om effectief te wegen en te meten omdat bij iedereen de
lichaamssamenstelling anders kan zijn
Spieren wegen meer dan vet
Effectief wegen en meten:
Om objectieve parameters te bekomen is het belangrijk de patiënt effectief te wegen en
te meten
Als patiënten niet rechtop kunnen staan is het al snel een probleem om de lengte te
meten, alsook te wegen op een personenweegschaal
Medische wetenschappen – Klinische voeding
2
, Alternatieven om te wegen en te meten:
Ulnameting
Weegstoel
Tilliften met weegschaal
Weegbrug
Knie-hiel lengte
Armspan en demispan
Weegplateau
Weegbed
BMI:
Ideale BMI is tussen de 20 en 25
Bij bejaarde is de ideale BMI tussen de 22 en 28
Buikomtrek:
Hiermee breng je het overgewicht (of obesitas) in kaart
Je gaat hier het visceraal vet meten (dit is het vet dat zich situeert rond de buikomtrek)
Een teveel aan visceraal vet zorgt voor hart- en vaatziekten of het ontstaan op diabetes
(ook wel metabool syndroom genoemd)
Een buikomtrek van 94 cm of lager is ideaal, vanaf je hierboven komt heb je meer risico
op het ontwikkelen van het metabool syndroom
Assesment:
Diagnostisch proces
Grondige evaluatie van patiënt
Graad van ondervoeding bepalen
Risico’s op complicaties inschatten wordt uitgevoerd door experten (zoals diëtisten of
nutritieverpleegkundigen
Eén van de belangrijkste onderdelen van een assesment is de huidplooimeting
Huidplooimeting:
De huidplooimeting geeft het vetpercentage weer over het ganse lichaam
De meeste bekende is de 4-puntshuidplooimeting deze wordt op 4 verschillende
plaatsen op het bovenlichaam gemeten
Biceps
Triceps
Supra-iliacale plooi
Subscapulaire plooi
De huidplooidikte bekom je door alle metingen bij elkaar op te tellen, om te zetten in een
tabel en die geeft het volledige vetpercentage over het ganse lichaam weer
Medische wetenschappen – Klinische voeding
3
Hoofdstuk - Nutritionele zorg:
Nutritionele zorg bestaat uit 4 basispijlers:
Screening
Assesment
Opstellen van nutritioneel behandelplan
Opvolging en nazorg
Samenstelling nutritieteam:
Artsen
Diëtisten
Verpleegkundigen
Apothekers
Ziekenhuishygiëne
Cateraar
beleidsmedewerker
Het nutritieteam staat in voor educatie en training van het personeel en heeft een aantal
voordelen:
Het team zorgt voor een éénvormig beleid in het ziekenhuis
Ze zorgen voor evidence-based kennisoverdracht
Bestaande methodologieën evalueren
Het team verricht klinisch onderzoek
Ze maken preventieve maatregelen op met betrekking tot voedingszorg
Wat is er belangrijk bij nutritionele zorg:
Expertise (vanuit richtlijnen)
Sensibiliseren en trainen van personeel
Het is multidisciplinair
Medische wetenschappen – Klinische voeding
1
, Screening:
Wordt iedereen gescreend op ondervoeding:
Nee, alleen patiënten die gehospitaliseerd worden
Iemand dat voor een dagopname komt wordt niet gescreend op ondervoeding omdat je
aan die patiënt weinig kan doen
Wanneer screenen we op ondervoeding:
Bij opname (en minstens voor 3 dagen worden opgenomen)
Tijdens de hospitalisatie blijven we screenen en dit doen we wekelijks (1x/week) dit
doen we omdat heel veel patiënten tijdens hospitalisatie ondervoed kunnen geraken
Hoe komt het dat patiënten ondervoed geraken:
Ziekte gebonden factoren die maken dat eetlust wordt afgenomen bv. braken, diarree,
verhoogd katabolisme, sepsis, trauma, pijn en slechte pijncontrole
Dat je niet mag eten, dat uw lichaam niet voldoende voedingsstoffen opneemt of dat uw
metabolisme verhoogd is
Patiënten vinden het eten niet lekker en laten het eten staan of gebrek aan eetlust
Onderzoeken die moeten gebeuren (bv. patiënt moet nuchter blijven voor onderzoek,
maar het onderzoek wordt uitgesteld, of patiënt komt later terug van onderzoek waardoor
het bijna tijd is voor de volgende maaltijd, …)
Welke screeningstool wordt er gebruikt in een ziekenhuis:
NRS (= nutritional risk screening)
Antropologie:
1 van de onderdelen van een screeningstool is het in kaart brengen van de antropologie
dit is het gewicht en de lengte in kaart brengen door te wegen en meten
Het is heel belangrijk om effectief te wegen en te meten omdat bij iedereen de
lichaamssamenstelling anders kan zijn
Spieren wegen meer dan vet
Effectief wegen en meten:
Om objectieve parameters te bekomen is het belangrijk de patiënt effectief te wegen en
te meten
Als patiënten niet rechtop kunnen staan is het al snel een probleem om de lengte te
meten, alsook te wegen op een personenweegschaal
Medische wetenschappen – Klinische voeding
2
, Alternatieven om te wegen en te meten:
Ulnameting
Weegstoel
Tilliften met weegschaal
Weegbrug
Knie-hiel lengte
Armspan en demispan
Weegplateau
Weegbed
BMI:
Ideale BMI is tussen de 20 en 25
Bij bejaarde is de ideale BMI tussen de 22 en 28
Buikomtrek:
Hiermee breng je het overgewicht (of obesitas) in kaart
Je gaat hier het visceraal vet meten (dit is het vet dat zich situeert rond de buikomtrek)
Een teveel aan visceraal vet zorgt voor hart- en vaatziekten of het ontstaan op diabetes
(ook wel metabool syndroom genoemd)
Een buikomtrek van 94 cm of lager is ideaal, vanaf je hierboven komt heb je meer risico
op het ontwikkelen van het metabool syndroom
Assesment:
Diagnostisch proces
Grondige evaluatie van patiënt
Graad van ondervoeding bepalen
Risico’s op complicaties inschatten wordt uitgevoerd door experten (zoals diëtisten of
nutritieverpleegkundigen
Eén van de belangrijkste onderdelen van een assesment is de huidplooimeting
Huidplooimeting:
De huidplooimeting geeft het vetpercentage weer over het ganse lichaam
De meeste bekende is de 4-puntshuidplooimeting deze wordt op 4 verschillende
plaatsen op het bovenlichaam gemeten
Biceps
Triceps
Supra-iliacale plooi
Subscapulaire plooi
De huidplooidikte bekom je door alle metingen bij elkaar op te tellen, om te zetten in een
tabel en die geeft het volledige vetpercentage over het ganse lichaam weer
Medische wetenschappen – Klinische voeding
3