EVERTEBRATEN
H32 & H33
, 32
Een introductie in dierendiversiteit
,32.1 Dieren zijn meercellige, heterotrofe eukaryoten met weefsels die zich
ontwikkelen uit embryonale lagen.
Voedingsmethode
Dieren verschillen van planten en schimmels in hun manier van voeding.
Planten: zijn autotrofe eukaryoten die in staat zijn om organische moleculen te verkrijgen door middel van
fotosynthese.
Schimmels: zijn heterotrofe eukaryoten die groeien op of dichtbij hun voedsel en absorberen hun voeding.
Dieren: zijn heterotrofe, meercellige eukaryoten die niet hun eigen organische moleculen aanmaken, daarom
eten (slikken) zij andere levende organismen of niet-levend organisch materiaal. Dieren gebruiken de
enzymen om het voedsel te verteren in het lichaam.
Structuur en specialisatie van cellen
Dierlijke cellen
Meercellig
Geen celwand
Uitwendige eiwitten van het celmembraan, zoals collageen, zorgen voor vorm en
stevigheid van dierlijke cellen.
De dierlijke cellen zijn georganiseerd in weefsels, zoals spierweefsel en
zenuwcellen.
Zenuwweefsels en spierweefsels zijn uniek voor dieren:
Voortplanting en ontwikkeling
De meeste dieren planten zich geslachtelijk voort. Het diploïde stadium
domineert de levenscyclus. Een sperma cel bevrucht een onbevruchte
eicel. Ze vormen een zygote.
, Embryonale ontwikkeling
De zygote ondergaat klieving (snelle celdeling). De
Zygote
totale grote verandert niet. Klieving leidt tot de vorming
van blastula: een holle klomp cellen. De holte wordt
blastocoel genoemd. De blastula ondergaat gastrulatie
(instulping). Hierdoor ontstaat de gastrula. De gastrula Klieving
bestaat uit verschillende lagen kiemweefsel: ectoderm
Achtcellig
(buitenlaag), mesoderm (tussenlaag), endoderm
(binnenlaag). Het ectoderm wordt later je huid. Het stadium
endoderm worden later de organen.
Klieving Blastocoel
Veel dieren hebben tenminste één larvaal stadium. Een
larve is seksueel onrijp en morfologisch (vorm) Blastula Dwarsdoorsnede
verschillend van de volwassenen. Uiteindelijk ondergaat van de blastula
een larve metamorfose om juveniel (jeugdig organisme)
te worden. Een juveniel lijkt op een volwassene maar
dat is hij nog niet.
Alle dieren hebben Hox-genen die de embryonale Gastrulatie
ontwikkeling reguleren. Hox-genen zijn zeer goed
bewaard gebleven tijdens de evolutie (geconserveerd).
Toch is er diversiteit in diermorfologie.
Dwarsdoorsnede Blastocoel
van de gastrula Endoderm
Ectoderm
Blastopore Archenteron
* Blastopore = oermond
* Archenteron = oerdarm