Staatsrecht
Het staatsrecht is het recht dat ziet op het recht en functioneren van de
staat. Het staatsrecht betreft regels over bevoegdheden van
staatsorganen en staatsinstellingen. Naast regels over bevoegdheden,
bevat het staatsrecht ook normen die de macht van de staat regelen en
aan banden leggen (bijvoorbeeld grondrechten). Tenslotte beslaat het de
organisatie en werkwijze van zowel de centrale organen van de staat als
de decentrale organen, of de andere subnationale entiteiten.
De rechtsbronnen van het staatsrecht bevinden zich voornamelijk in de
Grondwet, andere wetgeving (Kieswet, Wet op de Raad van State) en de
verdragen (EVRM, VEU, VWEU).
De kenmerken van een staat:
- Een territorium: De staat heeft exclusieve zeggenschap op en over
zijn gehele grondgebied.
- Met daarop een gemeenschap mensen: De gemeenschap wordt
gevormd door mensen die daartoe behoren vanwege hun
afstamming of die op eigen verzoek de nationaliteit hebben
verkregen.
- Waarover gezag wordt uitgeoefend: Het gezag is gericht op het
scheppen en handhaven van orde en recht. Alleen het hoogste
gezag mag geweld gebruiken om te voorkomen dat mensen voor
eigen rechter gaan spelen.
- Door een organisatie: De staat wordt erkend door andere staten.
Er zijn verschillende staatsvormen:
- Een eenheidsstaat: Bij een eenheidsstaat ligt al het gezag bij één
centrale autoriteit.
- Een federale staat: Bij een federale staat is er sprake van aparte
deelstaten met eigen grondwettelijk beschermde bevoegdheden.
- Een confederatieve staat: Bij een confederatieve staat is er sprake
van een
samenwerking tussen verschillende soevereine staten op grond van
een verdrag.
Rechtsstaat: ‘’De staat is gebonden aan het recht’’. De kenmerken van de
rechtsstaat in Nederland:
- Het legaliteitsbeginsel: De overheid kan slechts optreden op de
grondslag van democratisch tot stand gekomen gelegitimeerde,
algemene regels. Het volk stelt door middel van vertegenwoordigers
wetten op waaraan alle burgers zich moeten houden. De overheid
baseert al haar handelen op de bevoegdheden die zij van de wet
heeft gekregen. Net als de burgers, moet de overheid zich ook aan
de wet houden.
- De spreiding van de overheidsmacht (trias politica): In een
rechtsstaat is er sprake van een scheiding der machten: de
wetgevende macht (het parlement), de uitvoerende macht (de
regering) en de rechtsprekende macht (rechterlijke macht). Deze
Het staatsrecht is het recht dat ziet op het recht en functioneren van de
staat. Het staatsrecht betreft regels over bevoegdheden van
staatsorganen en staatsinstellingen. Naast regels over bevoegdheden,
bevat het staatsrecht ook normen die de macht van de staat regelen en
aan banden leggen (bijvoorbeeld grondrechten). Tenslotte beslaat het de
organisatie en werkwijze van zowel de centrale organen van de staat als
de decentrale organen, of de andere subnationale entiteiten.
De rechtsbronnen van het staatsrecht bevinden zich voornamelijk in de
Grondwet, andere wetgeving (Kieswet, Wet op de Raad van State) en de
verdragen (EVRM, VEU, VWEU).
De kenmerken van een staat:
- Een territorium: De staat heeft exclusieve zeggenschap op en over
zijn gehele grondgebied.
- Met daarop een gemeenschap mensen: De gemeenschap wordt
gevormd door mensen die daartoe behoren vanwege hun
afstamming of die op eigen verzoek de nationaliteit hebben
verkregen.
- Waarover gezag wordt uitgeoefend: Het gezag is gericht op het
scheppen en handhaven van orde en recht. Alleen het hoogste
gezag mag geweld gebruiken om te voorkomen dat mensen voor
eigen rechter gaan spelen.
- Door een organisatie: De staat wordt erkend door andere staten.
Er zijn verschillende staatsvormen:
- Een eenheidsstaat: Bij een eenheidsstaat ligt al het gezag bij één
centrale autoriteit.
- Een federale staat: Bij een federale staat is er sprake van aparte
deelstaten met eigen grondwettelijk beschermde bevoegdheden.
- Een confederatieve staat: Bij een confederatieve staat is er sprake
van een
samenwerking tussen verschillende soevereine staten op grond van
een verdrag.
Rechtsstaat: ‘’De staat is gebonden aan het recht’’. De kenmerken van de
rechtsstaat in Nederland:
- Het legaliteitsbeginsel: De overheid kan slechts optreden op de
grondslag van democratisch tot stand gekomen gelegitimeerde,
algemene regels. Het volk stelt door middel van vertegenwoordigers
wetten op waaraan alle burgers zich moeten houden. De overheid
baseert al haar handelen op de bevoegdheden die zij van de wet
heeft gekregen. Net als de burgers, moet de overheid zich ook aan
de wet houden.
- De spreiding van de overheidsmacht (trias politica): In een
rechtsstaat is er sprake van een scheiding der machten: de
wetgevende macht (het parlement), de uitvoerende macht (de
regering) en de rechtsprekende macht (rechterlijke macht). Deze