1. inleiding
Nefrologie: medische discipline die nierziekten behandeld
Chronische nierinsufficiëntie (CNI)
Acute nierinsufficiëntie (ANI)
Primaire en secundaire nierpathologieën: ontstaat in orgaan zelf, secundair is een
probleem door iets anders
Nierziekten hebben vaak een link met nierinsufficiëntie
In diabetes komt diabetische nefropathie al in de les
Bij urologie komen er ook een aantal aandoeningen die nierinsufficiëntie
veroorzaken waaronder infecties en obstructies
2. epidemiologie
Prevalentie: van chronische nierinsufficiëntie (CNI) is ongeveer 13%
o 10% bij mannen en 16% bij vrouwen
Incidentie terminaal nierfalen in Vlaanderen: 201 personen per 1miljoen inwoners
3. nierfunctiestoornissen
3.1 de normale functies
daling (systemische) bloeddruk → glomerulaire hydrostatische druk wordt constant
gehouden: PGC
Colloïd osmotische druk: GC (ene compartiment heeft hogere concentratie dus
water gaat naar de andere kant
Filtratiedruk = PGC - GC
Het resulteert in: filtratie van water in glomerulus is 1200ml/min
o Organische afvalstoffen gaan mee: ureum, creatinine en urinezuur
o Water en ionen gaan mee
o Organische voedingsstoffen gaan mee: glucose, vetzuren en
aminozuren
o 1200ml/min maar het wordt terug geresorbeerd
Bloed zuiveren en Na-, K-balans te behouden
3.2 glomerulaire filtratie
⟹ voor goede filtratie is een normale bloeddruk nodig of een normotensie. Door daling
van de (systemische ) bloeddruk zal het lichaam de GFR constant houden door:
- Autoregulatiemechanismen: renine-angiotensine-aldosteron (RAAS) en het
prostaglandinesysteem zorgen voor afferente vasodilatatie (bloedvaten naar
glomerulus gaan open) en efferente vasoconstrictie (bloedvaten die van glomerulus
weggaan gaan toe) waardoor bloed onder gelijke druk blijft.
3.3 normale resorptie en excretie
⟹ in de tubulus, de lis van henle en de verzamelbuis worden water, ionen, plasmaeiwitten
en voedingsstoffen terug geresorbeerd.
- Grote moleculen die moeten verwijderd worden, afvalstoffen en geneesmiddelen
worden in de tubulus aan de urine afgegeven.
- Water volgt de opgeloste deeltjes door osmose naar de interstitiële ruimte
- Urinair stelsel vervult verschillende functies:
1
, o Nieren regelen bloedvolume en bloeddruk door waterverlies via de nieren
aan te passen en EPO (erythropoëtine) dat zorgt voor RBC-aanmaak en
renine af te geven en aan te maken
o Plasmaconcentraties van ionen, Na, K, Chloride en andere ionen worden
geregeld door hun uitscheiding door de nieren te wijzigen
o De pH (zuurtegraad) vh bloed blijft stabiel door uitscheiding waterstofionen
H+ en bicaarbonaationen (HCO3-) wordt geregeld
o Waardevolle voedingsstoffen worden behouden (bv. glucose) en
organische afvalstoffen worden uitgescheiden bv. ureum, creatinine,
urinezuur
3.3 verstoring van deze functies
⟹ leidt tot levensbedreigende gevolgen ‘nierinsufficiëntie’: de nier faalt in het uitvoeren
van zijn functie, sommige aandoeningen leiden tot plots stoppen vd filtratie waardoor nier
niet meer kan functioneren, sommigen zijn traag progressief.
- Verstoring waterhuishouding: bloedvolume en bloeddruk
- Verstoring aanmaak rode bloedcellen: anemie
- Verstoring van ionenconcentraties: te veel K, te weinig Na, acidose (verzuring)
- Verlies glucose en proteïnen
- Verminderde uitscheiding afvalstoffen dus opstapeling
4. chronische nierinsufficiëntie
⟹ is structurele of functionele nierschade die 3maanden of langer bestaat
- Wordt onderzocht door functionele onderzoeken:
o Albuminurie bekijken: is een transport eiwit
o Afwijkende erythrocyten bij sediment bekijken: draaien en zware deeltjes gaan
naar zijkanten zwieren
o Elektrolytenafwijkingen
- En/of structurele vaststellingen
o Via beeldvorming: echo, MR-scan, intraveneuze contraststoffen
o Nierbiopsie (histologie)
- Oorzaken: kan in nier zelf ontstaan door functionele problemen (primair) of als
gevolg van atherosclerose en/of diabetes (secundair)
Oorzaak frequentie
Diabetes 30-40%
Hypertensie 20-30%
Chronische glomerulonefritis 10-20%
Chronische tubulointerstitiële ziekte <10%
Ischemische (niet genoeg bloed kan er door) nefropathie <10%
Polycystische nierziekte Ong. 5%
Obstructieve uropathie <5%
4.1 stoornissen door het nierfunctieverlies en de bijhorende symptomen
⟹ het gaat altijd over een daling van het aantal functionele nefronen (kleinste filtratie
eenheden) tot onder een bepaalde grens: waardoor de fysiologische functies van de
nieren onvoldoende kunnen uitgeoefend worden
- Er treden verschuivingen van water- en elektrolytenhuishouding op met o.a. oedemen
- De EPO-aanmaak daalt met invloed op de aanmaak van de rode bloedcellen
- Ca-Fosfaat-huishouding is verstoord met wijzingen in botmetabolisme (bot ontkalkt)
2