Verpleegkundige zorg bij mensen met verslaving: specifiek ziektebeeld
Definitie DSM V: De DSM V (Statistical Manuel of Mental Disorders) spreekt van verslavingen en
stoornissen in het gebruik van middelen.
Een lijst van elf criteria is opgesteld. Bij 2 a 3 aanwezige spreken we van milde stoornis.
Bij 4 a 5 aanwezige criteria spreken we van gematigde stoornis en bij 6 of meer dan 6 spreken we
van een ernstige stoornis.
Vaker en in grotere hoeveelheden gebruiken dan het plan was.
Mislukte pogingen.
Gebruik en herstel van gebruik kosten veel tijd.
Sterk verlangen om te gebruiken.
Door gebruik tekortschieten op het werk, school of thuis.
Blijven gebruiken ondanks problemen in relationeel vlak.
Door gebruik opgeven van hobby's sociale activiteit of werk.
Voortdurend gebruik.
Voortdurend gebruik ondanks dat de wetenschap bewijst dat het gebruik lichamelijke of
psychische problemen met zich mee brengt of verergert.
Grotere hoeveelheden nodig hebben voor effect.
Het optreden van onthoudingsverschijnselen.
Def. WHO-verslaving: ‘Een cluster van fysiologische, gedrags- en cognitieve verschijnselen
waaruit blijkt dat iemand een veel hogere prioriteit geeft aan het gebruik van een stof of aan een
categorie stoffen dan aan andere dingen die vroeger voor hem belangrijk waren. Kenmerkend
daarbij is het sterke – vaak overweldigende – verlangen naar het gebruik van de stof’. (Craving).
Drugs: Stoffen die hersenen op bepaalde manier prikkelen. Hersenprikkels veroorzaken
geestelijk- en lichamelijke effecten. Deze effecten kunnen stimulerend, verdovend of
bewustzijnsveranderend zijn. De middelen worden om deze effecten bewust gebruikt.
Rol verpleegkundige:
Geen gebruik tot gebruik zonder risico. Interventies gericht op preventie zoals screening,
voorlichting en cursussen. Doel is voorkomen dat een verslaving ontstaat. Campagnes van de
overheid zoals: bob jij hoort hier ook bij.
Riskant gebruik tot riskant gebruik met klachten. Ambulante hulp en begeleiding met
multidisciplinair karakter. Korte duur, in samenwerking met meerdere disciplines. Voorkomen van
erger.
Bij verslaving en of ernstige chronische verslaving. Gespecialiseerde behandeling en zorg.
Intensieve begeleiding, zoals hulp bij ontgifting.
,Hulpvragen binnen verslavingszorg.
Ruim 65.00 personen zoeken hulp in verslavingszorg
Cannabis is na alcohol de meest voorkomende problematiek
Aantal hulpvragen voor opiaten daalt onder de 10.000
Groei GHB-hulpvraag zet niet door
Hulpvraag internet gamen stijgt
Belangrijkste opiaten: Morfine, codeïne en heroïne. Toename door aantal probleemgebruikers en
verbeterd hulpaanbod.
Ruim 33.000 cliënten met een primair alcoholprobleem in de verslavingszorg (stijging van 48%
t.o.v. 2001).
Definitie zware drinkers: Personen die minstens 1 keer per week ten minste vier voor vrouwen en
zes voor mannen glazen alcohol per dag drinken.
Stoornissen in gebruik van middel.
Misbruik van een middel: Een onaangepast patroon van gebruik van een middel dat zich
manifesteert in herhaaldelijk optreden van significante bijwerkingen van chronisch gebruik van het
middel. Problemen: lichamelijk letsel, problemen met het voldoen aan rolverwachtingen,
herhaaldelijk contact met justitie en ervaren van persoonlijke problemen.
Afhankelijkheid van middel: Een dwangmatige of chronische behoefte. Wanneer er niet aan de
behoefte wordt voldaan, ontstaan lichamelijke en/of psychologische problemen.
Intoxicatie door een middel: Lichamelijke en mentale staat van opwinding en emotionele agitatie of
juist lethargie (sterke afvlakking) en apathie (demping)
Onthouding door middel: De fysiologische en mentale aanpassing die bij het stoppen met een
verslavend middel optreedt.
, Verpleegkundige Diagnosen
Gevaar voor letsel
Ineffectieve ontkenning
Ineffectieve coping
Voedingstekort
Chronisch negatief zelfbeeld
Kennistekort
Disfunctionele gezinsprocessen: alcoholmisbruik
VPK-houding
Respectvolle bejegening, Niet belerend, Open, belangstellende en respectvolle houding
Geen strijd over hoeveelheden van het gebruik, Verslaving zien als een ziekte
Directe en duidelijke benadering, Geeft reden tot hoop.
MI-verslavingszorg
1. Voorbeschouwing: er zijn nog geen plannen voor gedragsverandering
2. Overpeinzing: de persoon denkt na over stoppen
3. Beslissing: de persoon besluit te stoppen
4. Actieve Verandering: de persoon onderneemt de benodigde acties om te stoppen
5. Volhouden: de persoon houdt het nieuwe gedrag vol
Intoxicatie door/ onthouding van een middel
Detoxificatie = ontgiften (herstel biologisch evenwicht). Medicatie beperkt de
onthoudingsverschijnselen.
Onderhoudsbehandeling met vervangende medicatie (agonisten)
Terugval vermindering: medicatie vermindert de hunkering en/of blokkeert het effect.
Cognitieve gedragstherapie om gewoontegedrag te veranderen. Denk aan zelfcontrole technieken,
terugval preventie et cetera.
Leefstijlverandering: beïnvloeding van de sociale omgeving. Denk aan hobby’s, werk.
Verlenen praktische zorg
Behandelen psychiatrische co-morbiditeit (DD)
Doorverwijzen naar zelfhulp of internethulp
Beperken van de schade (harm reduction)
Medische interventies bij overdosering
Spuit omruil
Gebruiksruimten openen (handreiking)
Bemoeizorg (handreiking)
Casemanagement (richtlijn)