MRI- technieken toepassen in sequenties
SE, TSE, IR en GRE uitleggen
Kennis van begeleiding van patiënten toepassen in een casus
De samenstelling van een MRI-onderzoek verklaren
De basis van Dixon en Diffusie beschrijven
MR-artefacten herkennen en oplossen
Anatomie en eventuele pathologie herkennen en benoemen
Beeldweging herkennen en relateren aan scantechniek en parameters
Kan de basis van Dixon techniek begrijpen en beschrijven.
o
o Frequentieverschil tussen waterstof- en vetprotonen is 220 Hz bij 1,5 T
o Krijgt 4 gereconstrueerde beelden uit 1 sequentie:
Infase: oorspronkelijke weging
Uitfase: uit fase plaatje
Waterplaatje: vet is niet afgebeeld; vet onderdrukt beeld
Vetplaatje: water is niet afgebeeld
o Meestal gebruikt bij GE, met volgende seconden:
2,2 ms = uitfase
4,4 ms = infase
o Soms gebruikt bij TSE, werking: rond gewenste echotijd meerdere echo’s
meten met klein interval in- en uitfase situatie ontstaat
o Toepassingen
Inhomogeen magneetveld frequentieverschillen SPIR-techniek
werkt niet goed voor vetonderdrukking DIXON gebruiken (kan ook
met contrastmiddel), want frequentieverschillen blijven gelijk
Kent de globale verschillen tussen een MRI 2D en -3D sequentie.
Herhaling 2D plakselectie
Plakken na elkaar gescand waarbij plakselectiegradiënt
aanstaat tijdens excitatie en RF-puls met andere frequentie
plakken na elkaar exciteert
Nadelen:
o Dikte van plakken
o Afstand tussen plakken crosstalk kan ontstaan
vMRI 07-00 Sylvia Kleuskens 1-11-2018