Paragraaf 1 Handel Overzee: In deze tijd groeide de economie enorm, dit
kwam omdat het goed ging in de landbouw omdat veel boeren zich gingen
specialiseerden in veeteelt maar ook door nijverheid (=
beroepswerkzaamheid waarbij iets word gemaakt of bewerkt) en handel want
veel schepen zoals de VOC en WIC gingen op zee om daar handel te voeren.
Amsterdam werd de belangrijkste havenstad van West-Europa. Amsterdam was
ook wel een stapelmarkt omdat veel producten werden opgeslagen en als de
landbouw mislukte kon Nederland de producten voor een hoge prijs verkopen zo
kregen handelaren veel winst.
Handelaren werkten volgens handel kapitalisme dus eerst kregen ze winst en een
deel van die winst investeerde ze in hun eigen bedrijf zodat het bedrijf zou
groeien.
De VOC had alleen recht om te handelen met Azië. Ze haalden veel specerijen,
zijde en porselein uit Azië. Je kon zelf ook investeren in de VOC met een aandeel
en daarmee kon je dus een stukje winst krijgen.
De WIC had alleen recht om te handelen met West-Afrika en Amerika. De
belangrijkste producten die ze daar weghaalden waren slaven, zilver en
plantageproducten. Ook hier kon je aandeel kopen.
Paragraaf 2 Gouden Eeuw: Door de groeiende Economie ging het heel goed in
de Republiek en hierdoor kwam er ook een goed bestuur, geen centraal bestuur
maar een particularisme, de macht was erg verdeeld.
Door opbloei van handel, nijverheid en landbouw was de Republiek het rijkste
land van Europa. Veel landen waren hier jaloers op en sloten een verbond met
andere landen om de Republiek een beetje in de weg te zitten maar hier had de
Republiek geen last van.
Ook sociaal gaat het goed in de Republiek want er was een lage werkloosheid en
als je toch werkeloos was omdat je bijvoorbeeld arm was of arbeidsongeschikt
dan kreeg je armenzorg.
Cultureel groeide Nederland namelijk ook namelijk schilderkunst, literatuur,
wetenschap en godsdienst vrijheid. Denk aan Rembrandt.
In Frankrijk ging het heel anders, daar was al vanaf 5 jaar Lodewijk XIV aan de
macht. Hij was een alleenheerser (absolutisme) omdat hij daarvoor goddelijk
recht had (droit devin). In 1661 word hij echt koning zonder hulp. Om te laten
zien dat hij echt alle macht heeft geeft hij veel geld uit aan pracht en praal. Hij
noemde zichzelf de Zonnekoning
, Paragraaf 3 De wetenschappelijke revolutie: Mensen vertrouwden veel wat
in de Bijbel stond en wat de filosofen zoals Plato en Socrates zeiden in de Griekse
tijd, er werd zelf weinig over na gedacht. Maar nu gingen mensen zelf nadenken
en dit gebeurde eerst door het humanisme waar wetenschappers nieuwsgierig en
kritisch onderzochten. Maar het humanisme zorgde niet voor de
wetenschappelijke revolutie en werden nu steeds meer dingen geobserveerd en
uitgevonden.
We moeten uitgaan van onze zintuigen.
Er werd zelfs een microscoop uitgevonden waar we bacteriën en pantoffeldiertjes
mee ontdekten.
Ook ontdekten we veel meer nieuwe machines.
Door de wetenschappelijke revolutie gingen we niet anders naar het geloof kijken
in negatieve zin, we werden juist meer positief over hoe God de wereld gemaakt
heeft.