Twee opvattingen binnen het strafrecht: Klassieke school (4.1) Moderne school (4.2)
Deze opvatting gaat uit van het mensbeeld dat: Ieder mens vrij is om het goede te kiezen en het Mensen worden gevormd door nature (biologische
kwade te laten factoren) en nurture invloed= niet iedereen krijgt in de
vorming evenveel sociaal, cultureel en economisch
kapitaal mee ( doordat ze niet altijd voor het goede
kunnen kiezen)
Deze opvatting sluit aan bij het type strafrecht: Daadgerichte straffen: de daad moet bestraft worden Dadergericht straffen: de straf moet rekening houden
met persoonlijke omstandigheden (een moeder in de
Daadstrafrecht / Daderstrafrecht (iemand met een goede baan en gezin die steelt)
bijstand die steelt)
Omdat:
Deze opvatting wil met straffen bereiken dat: vergelding: de maatschappij verwacht dat een speciale preventie: de straf moet voorkomen dat de
strafbaar feit gestraft wordt. dader niet nog een keer een delict zal
generale preventie: straffen schrikken af. Iedereen plegen. (recidive voorkomen)
(Doelen en functies van straffen)
weet dat er een straf staat op het
resocialisatie: heropvoeding zodat de dader weer
overtreden van de wet en daardoor zullen mensen beter functionerend de maatschappij in
minder snel voor het strafbare gedrag
kan terugkeren.
kiezen.
bescherming van de maatschappij: als de dader vast
genoegdoening slachtoffer: de straf moet de schade zit en behandeld wordt dan zijn de
die het slachtoffer heeft opgelopen vereffen.
andere mensen in de maatschappij veilig.
eigenrichting voorkomen: een straf van de overheid
moet ervoor zorgen dat het
slachtoffer niet zelf voor eigen rechter gaat spelen
om de dader zelf te straffen.
Deze opvatting gaat uit van het mensbeeld dat: Ieder mens vrij is om het goede te kiezen en het Mensen worden gevormd door nature (biologische
kwade te laten factoren) en nurture invloed= niet iedereen krijgt in de
vorming evenveel sociaal, cultureel en economisch
kapitaal mee ( doordat ze niet altijd voor het goede
kunnen kiezen)
Deze opvatting sluit aan bij het type strafrecht: Daadgerichte straffen: de daad moet bestraft worden Dadergericht straffen: de straf moet rekening houden
met persoonlijke omstandigheden (een moeder in de
Daadstrafrecht / Daderstrafrecht (iemand met een goede baan en gezin die steelt)
bijstand die steelt)
Omdat:
Deze opvatting wil met straffen bereiken dat: vergelding: de maatschappij verwacht dat een speciale preventie: de straf moet voorkomen dat de
strafbaar feit gestraft wordt. dader niet nog een keer een delict zal
generale preventie: straffen schrikken af. Iedereen plegen. (recidive voorkomen)
(Doelen en functies van straffen)
weet dat er een straf staat op het
resocialisatie: heropvoeding zodat de dader weer
overtreden van de wet en daardoor zullen mensen beter functionerend de maatschappij in
minder snel voor het strafbare gedrag
kan terugkeren.
kiezen.
bescherming van de maatschappij: als de dader vast
genoegdoening slachtoffer: de straf moet de schade zit en behandeld wordt dan zijn de
die het slachtoffer heeft opgelopen vereffen.
andere mensen in de maatschappij veilig.
eigenrichting voorkomen: een straf van de overheid
moet ervoor zorgen dat het
slachtoffer niet zelf voor eigen rechter gaat spelen
om de dader zelf te straffen.