Hoofdstuk 2: De Verlichting
Rationeel optimisme
● vooruitgangsdenken
● op allerlei terreinen van de samenleving
● -> geeft ook verantwoordelijkheid
● scholing is nodig
● rol godsdienst ter discussie
Godsdienst in 17e eeuw (west-)Europa
● Rooms-katholieke kerk -> hiërarchische organisatie, Paus in Rome
● Opkomst protestantse kerken (GB-> anglicaanse kerk, Lutheranisme, Calvinisme)
● Godsdienstoorlogen (bijv. de Opstand en 30-jarige oorlog)
● Vorsten bepalen vaak de religie
Uitdagingen
● wetenschappelijke revolutie -> denken over God (Spinoza)
● Door de verdeeldheid tussen de christenen komen er:
○ steeds meer twijfelaars
○ meer mensen die zeggen dat religie een persoonlijke/individuele zaak is en
geen staatsaangelegenheid (scheiding van kerk en staat?)
Immanuel Kant
● Verlichting is de bevrijding van de mens uit de onmondigheid waaraan hij zelf
schuldig is.
○ Onmondigheid is het onvermogen je verstand zonder leiding van anderen te
gebruiken.
○ Deze onmondigheid is je eigen schuld als je genoeg verstand hebt maar niet
de moed om er zelfstandig gebruik van te maken.
● ‘Durf te denken, heb de moed je eigen verstand te gebruiken, is dus het motto van de
verlichting.’
● schreef ook over het belang van vrijheid, die voortdurend werd bedreigd: ‘Ik hoor van
alle kanten roepen: redeneer niet!
● Overigens is het een bewijs van een prima verstand, wanneer de mens weet, hoe hij
goede vragen moet stellen.
Voltaire
Eén van de grootste zegeningen die wij de mensheid kunnen brengen is bijgeloof en
fanatisme uitroeien, de machthebbers beletten degenen te vervolgen die anders denken.
Het recht om in vrijheid een speech te houden is belangrijker dan de inhoud van de speech.
Locke en Rousseau
● de mens is van nature goed
● Locke -> de maatschappij maakt de mens slecht
● Rousseau -> opvoeding in vrije natuur zonder dwang/straf
● onderwijs belangrijk -> kan mens goed maken
want .....
● armoede en onkunde is een gevolg van domheid
, ● maar:
○ gelijkheid is niet overal, bijv. slaven/andere volken.
○ Wetenschappelijk probeerde men te bewijzen dat verschillende rassen er niet
alleen verschillend uitzien, maar ook verschillende (intellectuele)
eigenschappen hebben. -> rassentheorie
● Locke -> verdiende aan Amerikaans gebied, gaf niks om de natives -> verdiende ook
aan slavenhandel -> daar waren ze voor geschapen
Abolitionisme
● komt later pas, geen eis aan ‘verlicht denken’
● er is dus veel tegenstrijdigheid in de gelijkheidstheorieën van deze filosofen
Hoe was het (voor de Verlichting)?
● Christelijk geloof belangrijk bij ideeën over rechtvaardige samenleving
● Standensamenleving
● Droit divin
Locke
● Natuurrecht (recht dat ieder mens vanaf de geboorte bezit, zoals het recht op
vrijheid, bezit of gezondheid)
-> alle mensen vrij en gelijk geboren.
-> recht op leven, gezondheid, vrijheid en bezit
● macht staat gebaseerd op sociaal contract (volk levert deel vrijheid in in ruil voor
bescherming)
● mensen (individuen) moeten elkaar niet overheersen
● De overheid heeft geen ander doel dan het beschermen van eigendom.
● nam het idee van godsdienstige tolerantie en de scheiding van kerk en staat over
van aanhangers van Spinoza
Rousseau
● Natuurrecht
-> alle mensen vrij en gelijk geboren.
-> recht op leven, gezondheid, vrijheid en bezit
● macht staat gebaseerd op sociaal contract (volk levert deel vrijheid in in ruil voor
bescherming)
● voorstander directe democratie
● sociaal-economische gelijkheid
● Privé-bezit bron van alle kwaad
● Wijst slavernij af
● De mens is vrij geboren en toch ligt hij overal in ketenen.
Montesquieu
● Trias Politica (driemachtenleer)
● Macht koning afzwakken
● tegen een directe democratie
● volk niet intelligent genoeg om overal over mee te praten
● Brits model (met Hoger- en Lagerhuis) grote voorbeeld -> - In de Britse
constitutionele monarchie was de vorst gebonden aan de grondwet en was de
wetgevende macht in handen van een gekozen volksvertegenwoordiging.
, Adam Smith
● vrije economie
● tegen mercantilisme -> Volgens het mercantilisme versterkte de overheid de eigen
economie door productie en export te bevorderen en import te beperken.
● wet (marktmechanisme) van vraag en aanbod werkt het beste -> als handel,
landbouw en nijverheid vrij waren om zich te laten leiden door hun rationeel
eigenbelang.
● onderwijs belangrijk om goed te leren omgaan met de welvaart
● ‘Het is niet vanwege de goedheid van de slager, de brouwer of de bakker dat wij ons
eten verwachten, maar vanwege hun eigenbelang.’
● Diderot: Onwetendheid staat dichter bij de waarheid dan het vooroordeel.
● Descartes: Ook al kan ik alles, wat ik me voorstel, elke kennis die ik vermeen te
bezitten, in twijfel trekken, mijn voorstellingen bestaan en derhalve besta ik.
● Spinoza: Hoe helderder u uzelf en uw emoties begrijpt, des te meer gaat u houden
van dat wat is.
Franse koningen zagen verlichtingsideeën als een bedreiging. Vorsten hadden hun macht
van God gekregen en een krachtig vorst was goed voor het land. Met censuur werd de
verspreiding van verlichtingsideeën tegengegaan. Boeken werden verboden en verbrand.
Frederik II van Pruisen Lodewijk XIV, XV, XVI
Keizer Joseph II van Oostenrijk
verlicht absolutisme -> systeem waarbij een censuur, verdrijven tegenstanders
absoluut vorst verlichte hervormingen van
bovenaf invoert
Amerikaanse koloniën
● bestuurden zichzelf voor een deel
● met eigen parlementen en eigen gekozen bestuurders
● ook ondergeschikt aan de Britse koning
○ die werd in alle koloniën vertegenwoordigd door een gouverneur met zijn
ambtenaren en militairen
● radicale verlichte denkers voedden het wantrouwen tegen Britse regering en het
verlangen naar meer zelfbeschikking
Amerikaanse Revolutie
Een van de oorzaken
Door de Franse en Indiaanse Oorlog van 1754-1763 kwam het grootste deel van Noord-
Amerika in handen van de Britten. Deze oorlog had Groot-Brittannië veel geld gekost, wat
ervoor zorgde dat de koloniën steeds hogere belastingen moesten betalen om de staatskas
aan te vullen.
Rationeel optimisme
● vooruitgangsdenken
● op allerlei terreinen van de samenleving
● -> geeft ook verantwoordelijkheid
● scholing is nodig
● rol godsdienst ter discussie
Godsdienst in 17e eeuw (west-)Europa
● Rooms-katholieke kerk -> hiërarchische organisatie, Paus in Rome
● Opkomst protestantse kerken (GB-> anglicaanse kerk, Lutheranisme, Calvinisme)
● Godsdienstoorlogen (bijv. de Opstand en 30-jarige oorlog)
● Vorsten bepalen vaak de religie
Uitdagingen
● wetenschappelijke revolutie -> denken over God (Spinoza)
● Door de verdeeldheid tussen de christenen komen er:
○ steeds meer twijfelaars
○ meer mensen die zeggen dat religie een persoonlijke/individuele zaak is en
geen staatsaangelegenheid (scheiding van kerk en staat?)
Immanuel Kant
● Verlichting is de bevrijding van de mens uit de onmondigheid waaraan hij zelf
schuldig is.
○ Onmondigheid is het onvermogen je verstand zonder leiding van anderen te
gebruiken.
○ Deze onmondigheid is je eigen schuld als je genoeg verstand hebt maar niet
de moed om er zelfstandig gebruik van te maken.
● ‘Durf te denken, heb de moed je eigen verstand te gebruiken, is dus het motto van de
verlichting.’
● schreef ook over het belang van vrijheid, die voortdurend werd bedreigd: ‘Ik hoor van
alle kanten roepen: redeneer niet!
● Overigens is het een bewijs van een prima verstand, wanneer de mens weet, hoe hij
goede vragen moet stellen.
Voltaire
Eén van de grootste zegeningen die wij de mensheid kunnen brengen is bijgeloof en
fanatisme uitroeien, de machthebbers beletten degenen te vervolgen die anders denken.
Het recht om in vrijheid een speech te houden is belangrijker dan de inhoud van de speech.
Locke en Rousseau
● de mens is van nature goed
● Locke -> de maatschappij maakt de mens slecht
● Rousseau -> opvoeding in vrije natuur zonder dwang/straf
● onderwijs belangrijk -> kan mens goed maken
want .....
● armoede en onkunde is een gevolg van domheid
, ● maar:
○ gelijkheid is niet overal, bijv. slaven/andere volken.
○ Wetenschappelijk probeerde men te bewijzen dat verschillende rassen er niet
alleen verschillend uitzien, maar ook verschillende (intellectuele)
eigenschappen hebben. -> rassentheorie
● Locke -> verdiende aan Amerikaans gebied, gaf niks om de natives -> verdiende ook
aan slavenhandel -> daar waren ze voor geschapen
Abolitionisme
● komt later pas, geen eis aan ‘verlicht denken’
● er is dus veel tegenstrijdigheid in de gelijkheidstheorieën van deze filosofen
Hoe was het (voor de Verlichting)?
● Christelijk geloof belangrijk bij ideeën over rechtvaardige samenleving
● Standensamenleving
● Droit divin
Locke
● Natuurrecht (recht dat ieder mens vanaf de geboorte bezit, zoals het recht op
vrijheid, bezit of gezondheid)
-> alle mensen vrij en gelijk geboren.
-> recht op leven, gezondheid, vrijheid en bezit
● macht staat gebaseerd op sociaal contract (volk levert deel vrijheid in in ruil voor
bescherming)
● mensen (individuen) moeten elkaar niet overheersen
● De overheid heeft geen ander doel dan het beschermen van eigendom.
● nam het idee van godsdienstige tolerantie en de scheiding van kerk en staat over
van aanhangers van Spinoza
Rousseau
● Natuurrecht
-> alle mensen vrij en gelijk geboren.
-> recht op leven, gezondheid, vrijheid en bezit
● macht staat gebaseerd op sociaal contract (volk levert deel vrijheid in in ruil voor
bescherming)
● voorstander directe democratie
● sociaal-economische gelijkheid
● Privé-bezit bron van alle kwaad
● Wijst slavernij af
● De mens is vrij geboren en toch ligt hij overal in ketenen.
Montesquieu
● Trias Politica (driemachtenleer)
● Macht koning afzwakken
● tegen een directe democratie
● volk niet intelligent genoeg om overal over mee te praten
● Brits model (met Hoger- en Lagerhuis) grote voorbeeld -> - In de Britse
constitutionele monarchie was de vorst gebonden aan de grondwet en was de
wetgevende macht in handen van een gekozen volksvertegenwoordiging.
, Adam Smith
● vrije economie
● tegen mercantilisme -> Volgens het mercantilisme versterkte de overheid de eigen
economie door productie en export te bevorderen en import te beperken.
● wet (marktmechanisme) van vraag en aanbod werkt het beste -> als handel,
landbouw en nijverheid vrij waren om zich te laten leiden door hun rationeel
eigenbelang.
● onderwijs belangrijk om goed te leren omgaan met de welvaart
● ‘Het is niet vanwege de goedheid van de slager, de brouwer of de bakker dat wij ons
eten verwachten, maar vanwege hun eigenbelang.’
● Diderot: Onwetendheid staat dichter bij de waarheid dan het vooroordeel.
● Descartes: Ook al kan ik alles, wat ik me voorstel, elke kennis die ik vermeen te
bezitten, in twijfel trekken, mijn voorstellingen bestaan en derhalve besta ik.
● Spinoza: Hoe helderder u uzelf en uw emoties begrijpt, des te meer gaat u houden
van dat wat is.
Franse koningen zagen verlichtingsideeën als een bedreiging. Vorsten hadden hun macht
van God gekregen en een krachtig vorst was goed voor het land. Met censuur werd de
verspreiding van verlichtingsideeën tegengegaan. Boeken werden verboden en verbrand.
Frederik II van Pruisen Lodewijk XIV, XV, XVI
Keizer Joseph II van Oostenrijk
verlicht absolutisme -> systeem waarbij een censuur, verdrijven tegenstanders
absoluut vorst verlichte hervormingen van
bovenaf invoert
Amerikaanse koloniën
● bestuurden zichzelf voor een deel
● met eigen parlementen en eigen gekozen bestuurders
● ook ondergeschikt aan de Britse koning
○ die werd in alle koloniën vertegenwoordigd door een gouverneur met zijn
ambtenaren en militairen
● radicale verlichte denkers voedden het wantrouwen tegen Britse regering en het
verlangen naar meer zelfbeschikking
Amerikaanse Revolutie
Een van de oorzaken
Door de Franse en Indiaanse Oorlog van 1754-1763 kwam het grootste deel van Noord-
Amerika in handen van de Britten. Deze oorlog had Groot-Brittannië veel geld gekost, wat
ervoor zorgde dat de koloniën steeds hogere belastingen moesten betalen om de staatskas
aan te vullen.