Hoofdstuk 2 Samenvatting 2
Hoofdstuk 3 samenvatting 5
Hoofdstuk 4 samenvatting 7
Hoofdstuk 5 Samenvatting 10
Hoofdstuk 6 samenvatting 13
Hoofdstuk 7 samenvatting 15
Hoofdstuk 8 samenvatting 18
Hoofdstuk 9 samenvatting 21
Hoofdstuk 10 samenvatting 23
Hoofdstuk 11 samenvatting 25
Hoofdstuk 12 samenvatting 27
Hoofdstuk 13 samenvatting 30
Hoofdstuk 14 samenvatting 32
Hoofdstuk 15 samenvatting 34
, A&O Psychologie
Hoofdstuk 2 Samenvatting
Attitude = houding die je hebt tegenover dingen. Kan positief of negatief zijn.
Volgens wetenschappers bestaan attitudes uit drie componenten.
Cognitie: Het oordeel of mening uit de attitude. Dit heet een cognitieve (of
kennis)component.
Affect: Gevoel die de cognitie bij je oproept (Neutraal, sterk negatief / sterk positief)
Gedragsintentie: De gedragscomponent van een attitude verwijst naar een intentie om
je op een bepaalde manier te gaan gedragen.
De componenten hangen nauw met elkaar samen.
Leon Festinger beweerde dat attitudes op gedrag volgen i.p.v. andersom.
Cognitieve dissonantie = Tegenstrijdig zijn met je eigen woorden ten opzichte van je
gedrag.
Of we iets aan onze dissonantie willen doen, hangt af van verschillende factoren.
- Het belang van de attitudes die de dissonantie veroorzaken.
- De invloed die je over de elementen denkt te hebben.
- De beloning van dissonantie.
Motorvariabelen kunnen de relatie tussen attitudes & gedrag versterken of verzwakken.
De krachtigste versterkers (of onderdrukkers) van het verband tussen attitude en gedrag
zijn:
- Het belang van de attitude.
- De specialiteit van de attitude
- De aanwezigheid van sociale druk
- Directe ervaring met de attitude.
Bij werkgerelateerde attitudes gaat het over positieve of negatieve oordelen die
werknemers kunnen hebben over hun werkomgeving.
De belangrijkste 5:
- Werktevredenheid: Deze attitude wordt gedefinieerd als een positief gevoel over het
werk op basis van een beoordeling van de kenmerken ervan.
- Organisatiebinding: Dit geeft aan dat de werknemer zich identificeert met een
organisatie en haar doelstellingen, en lid wil blijven. Het verband tussen
organisatiebinding en prestatie is het sterkst onder nieuwe werknemers, en zwakker bij
ervaren werknemers.
- Waargenomen steun van de organisatie (WSO): dit is de mate waarin werknemers
denken dat de organisatie hun bijdragen op prijs stelt en zich bekommert om hun
welzijn.
- Bevlogenheid (employee engagement): Vrij nieuw concept, kan omschreven worden
als de vitaliteit, toewijding en. absorptie waarmee werknemers hun werk uitvoeren.
Hoofdstuk 3 samenvatting 5
Hoofdstuk 4 samenvatting 7
Hoofdstuk 5 Samenvatting 10
Hoofdstuk 6 samenvatting 13
Hoofdstuk 7 samenvatting 15
Hoofdstuk 8 samenvatting 18
Hoofdstuk 9 samenvatting 21
Hoofdstuk 10 samenvatting 23
Hoofdstuk 11 samenvatting 25
Hoofdstuk 12 samenvatting 27
Hoofdstuk 13 samenvatting 30
Hoofdstuk 14 samenvatting 32
Hoofdstuk 15 samenvatting 34
, A&O Psychologie
Hoofdstuk 2 Samenvatting
Attitude = houding die je hebt tegenover dingen. Kan positief of negatief zijn.
Volgens wetenschappers bestaan attitudes uit drie componenten.
Cognitie: Het oordeel of mening uit de attitude. Dit heet een cognitieve (of
kennis)component.
Affect: Gevoel die de cognitie bij je oproept (Neutraal, sterk negatief / sterk positief)
Gedragsintentie: De gedragscomponent van een attitude verwijst naar een intentie om
je op een bepaalde manier te gaan gedragen.
De componenten hangen nauw met elkaar samen.
Leon Festinger beweerde dat attitudes op gedrag volgen i.p.v. andersom.
Cognitieve dissonantie = Tegenstrijdig zijn met je eigen woorden ten opzichte van je
gedrag.
Of we iets aan onze dissonantie willen doen, hangt af van verschillende factoren.
- Het belang van de attitudes die de dissonantie veroorzaken.
- De invloed die je over de elementen denkt te hebben.
- De beloning van dissonantie.
Motorvariabelen kunnen de relatie tussen attitudes & gedrag versterken of verzwakken.
De krachtigste versterkers (of onderdrukkers) van het verband tussen attitude en gedrag
zijn:
- Het belang van de attitude.
- De specialiteit van de attitude
- De aanwezigheid van sociale druk
- Directe ervaring met de attitude.
Bij werkgerelateerde attitudes gaat het over positieve of negatieve oordelen die
werknemers kunnen hebben over hun werkomgeving.
De belangrijkste 5:
- Werktevredenheid: Deze attitude wordt gedefinieerd als een positief gevoel over het
werk op basis van een beoordeling van de kenmerken ervan.
- Organisatiebinding: Dit geeft aan dat de werknemer zich identificeert met een
organisatie en haar doelstellingen, en lid wil blijven. Het verband tussen
organisatiebinding en prestatie is het sterkst onder nieuwe werknemers, en zwakker bij
ervaren werknemers.
- Waargenomen steun van de organisatie (WSO): dit is de mate waarin werknemers
denken dat de organisatie hun bijdragen op prijs stelt en zich bekommert om hun
welzijn.
- Bevlogenheid (employee engagement): Vrij nieuw concept, kan omschreven worden
als de vitaliteit, toewijding en. absorptie waarmee werknemers hun werk uitvoeren.