Samenvatting H10 denken
10.1Inleiding
Drie basiseigenschappen van denken
1. het abstracte: voorwerpen die hypothetisch, niet tastbaar of onbestaande zijn
2. symbolisch: je maakt gebruik van getallen, woorden en beelden om dingen voor te stellen
3. drukt een relatie uit: verschillende aspecten van mensen, gebeurtenissen en voorwerpen
met mekaar in verband brengen
Drie stappen in het denken:
1. Begrijpen
2. Redeneren
3. Het oplossen van problemen
10.2 Begrijpen
10.2.1 Begrippen
Voorwerpen in categorieën onderbrengen
Begrippen zijn ordeningsprincipes, ze helpen de wereld te ordenen en betekenis geven aan
een chaotische wereld
Via de herkenning van de gemeenschappelijke kenmerken concrete voorwerpen in
categorieën rangschikken
10.2.1.1 ervaringsbegrippen en logische begrippen
Logische begrippen zijn het resultaat van menselijke denkactiviteiten waarin elementen op
een samenhangend manier zijn afgelijnd. Belangrijk in wetenschap vb. vierkant
Ervaringsbegrippen zijn vager en minder afgebakend, ze beschikken over karakteristieke
kenmerken. vb. roodborstje, kip, pinguïn, struisvogel
- prototype
- functionele eigenschappen van de voorwerpen
10.2.1.2 prototype
Abstracties van een veelheid aan eigenschappen waarvan sommige perceptueel zijn en
andere niet duidelijk zichtbaar, een ervaringsbegrip dat alle karakteristieke kenmerken van
dat begrip bezit. vb. roodborstje
Cuyvers p.139
10.2.1.3 functionele kenmerken
Waarvoor kunnen we een voorwerp gebruiken?
Bijv. Afhankelijk van intentie kan ‘bijl’behoren tot de groep’ wapens’ of tot de groep ‘hamers’
10.2.2 schema’s en scripts
Assimilatie
Accommodatie
, Samenvatting H10 denken
10.3. Redeneren
→ Feiten met elkaar in verband brengen en daaruit conclusies trekken
10.3.1 Logisch denken
Deductief redeneren
Vanuit een reeks van algemene permissen trekt men een conclusie voor een specifieke
gebeurtenis. Alles of niets redeneervorm
Verschillende veronderstellingen met mekaar in verband brengen en op basis daarvan tot
nieuwe kennis komen.
Vanuit algemene kennis kom je tot kennis over het concrete
inductief redeneren
Vanuit specifieke gevallen tot algemene conclusies komen
Uit concreet materiaal ga je algemene conclusies trekken
- aanvullen van reeksen
- classificatieproblemen
10.3.2 Beslissingen nemen
Vb. Ballon doorprikken
Irrationele vertekeningen
Emotionele vertekening
10.3.3 Fouten
Bevestigingsfout
Vb. 2-4-6-?
Vasthouden aan oude hypothese en geen andere opvatting willen zoeken
Overtuigingen
Vasthouden aan overtuiging ook al wordt ze verworpen door nieuwe bevindingen.
10.1Inleiding
Drie basiseigenschappen van denken
1. het abstracte: voorwerpen die hypothetisch, niet tastbaar of onbestaande zijn
2. symbolisch: je maakt gebruik van getallen, woorden en beelden om dingen voor te stellen
3. drukt een relatie uit: verschillende aspecten van mensen, gebeurtenissen en voorwerpen
met mekaar in verband brengen
Drie stappen in het denken:
1. Begrijpen
2. Redeneren
3. Het oplossen van problemen
10.2 Begrijpen
10.2.1 Begrippen
Voorwerpen in categorieën onderbrengen
Begrippen zijn ordeningsprincipes, ze helpen de wereld te ordenen en betekenis geven aan
een chaotische wereld
Via de herkenning van de gemeenschappelijke kenmerken concrete voorwerpen in
categorieën rangschikken
10.2.1.1 ervaringsbegrippen en logische begrippen
Logische begrippen zijn het resultaat van menselijke denkactiviteiten waarin elementen op
een samenhangend manier zijn afgelijnd. Belangrijk in wetenschap vb. vierkant
Ervaringsbegrippen zijn vager en minder afgebakend, ze beschikken over karakteristieke
kenmerken. vb. roodborstje, kip, pinguïn, struisvogel
- prototype
- functionele eigenschappen van de voorwerpen
10.2.1.2 prototype
Abstracties van een veelheid aan eigenschappen waarvan sommige perceptueel zijn en
andere niet duidelijk zichtbaar, een ervaringsbegrip dat alle karakteristieke kenmerken van
dat begrip bezit. vb. roodborstje
Cuyvers p.139
10.2.1.3 functionele kenmerken
Waarvoor kunnen we een voorwerp gebruiken?
Bijv. Afhankelijk van intentie kan ‘bijl’behoren tot de groep’ wapens’ of tot de groep ‘hamers’
10.2.2 schema’s en scripts
Assimilatie
Accommodatie
, Samenvatting H10 denken
10.3. Redeneren
→ Feiten met elkaar in verband brengen en daaruit conclusies trekken
10.3.1 Logisch denken
Deductief redeneren
Vanuit een reeks van algemene permissen trekt men een conclusie voor een specifieke
gebeurtenis. Alles of niets redeneervorm
Verschillende veronderstellingen met mekaar in verband brengen en op basis daarvan tot
nieuwe kennis komen.
Vanuit algemene kennis kom je tot kennis over het concrete
inductief redeneren
Vanuit specifieke gevallen tot algemene conclusies komen
Uit concreet materiaal ga je algemene conclusies trekken
- aanvullen van reeksen
- classificatieproblemen
10.3.2 Beslissingen nemen
Vb. Ballon doorprikken
Irrationele vertekeningen
Emotionele vertekening
10.3.3 Fouten
Bevestigingsfout
Vb. 2-4-6-?
Vasthouden aan oude hypothese en geen andere opvatting willen zoeken
Overtuigingen
Vasthouden aan overtuiging ook al wordt ze verworpen door nieuwe bevindingen.