Ak samenvatting hfs. 4
par. 1
Berlijn ontstond op en rond een eiland in de rivier de Spree. Daar ligt het oudste deel van de
historische binnenstad. Vanaf 1871 begon de industrie in Duitsland zich te ontwikkelen. Veel
fabrieken vestigden zich langs rivieren en bij spoorwegen die langs de randen van de
historische binnenstad waren aangelegd.
Een groot deel van Berlijn werd tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest door
Amerikaanse bombardementen. Na de oorlog werd de stad in tweeën opgedeeld:
Oost-Berlijn, waar Sovjet-Unie de macht had. West-Berlijn, waar de Amerikanen, Britten en
Fransen de macht hadden. Via Oost-Berlijn probeerde miljoenen Oost-Duitsers de
onderdrukking van het communisme te ontvluchten en weg te komen naar het vrije West-
Duitsland. Daar kwam op 13 augustus 1961 een abrupt einde aan door de bouw van een
muur. Na de bouw van de Berlijnse Muur waren families ineens gescheiden. Tussen 1961 en
1998 werden ongeveer honderdvijftig mensen die probeerden de grens over te gaan
doodgeschoten door de Oost-Duitse grenspolitie.
Op 9 november 1989 viel de Muur en werden Oost- en West- Duitsland weer één land. Die
verandering wordt de Wende genoemd.
Aan de westkant van de historische binnen stad, blak bij de Brandenburger Tor, werd een
nieuw zakencentrum (cbd) gebouwd. Rond de Potsdamer Platz kwam vooral ruimte voor
winkels en kantoren. Er vond cityvorming plaats.
De meeste oude woonwijken in het voormalige Oost-Berlijn waren slecht onderhouden. Er
was op grote schaal stedelijke vernieuwing nodig.
In 2018 zijn de huren in sommige wijken met 70% omhooggegaan. Veel van de bewoners
konden de huren en koopprijzen niet meer betalen en werden verdreven door rijkere
inwoners, dit proces heet gentrificatie.
Maar in Berlijn zelf groeit de bevolking ook. Er is spraken van re-urbanisatie. Mede dankzij
de verbetering van de oude woonwijken trekken veel jongeren weer naar Berlijn. Door deze
nieuwe trend is er daar zelfs natuurlijke bevolkingsgroei.
, Par. 2
Na de Tweede Wereldoorlog is Duitsland economisch snel gegroeid. Binnen de industrie
ontwikkelden zich vooral de chemie en de auto-industrie. Voor deze industrieën zijn
hooggeschoolde werknemers nodig. Daarom wordt dit ook wel de hightechindustrie
genoemd.
De auto-industrie bestaat niet alleen uit autofabrieken. Er zijn veel bedrijven die de
benodigde onderdelen en diensten verlenen die hiervoor nodig zijn. De toeleverende
bedrijven zoeken elkaars nabijheid en die van de autofabriek op om snel en precies op tijd te
leveren.
Het opleiden van de nieuwe vakmensen en het onderzoek naar productverbetering gebeurt
vaak in samenwerking met een universiteit. De voordelen van het bij elkaar zitten, heet
agglomeratievoordelen.
Behalve de industrie ontwikkelde zich ook in Duitsland de dienstsector. Doordat de
bevolking van Duitsland gemiddeld steeds hoger opgeleid raakte, werd ook de
dienstverlening hoogwaardiger. Grote advocatenkantoren, designbureaus, banken en
andere financiële instellingen groeiden net als de bedrijven in de hightechindustrie uit tot
multinationale ondernemingen.
Tussen 1945 en 1989 was Duitsland verdeeld in twee staten: in het westen de
Bondsrepubliek Duitsland en in het oosten de Duitse Democratische Republiek. Mede
daardoor is de (economische) ontwikkeling van het land niet overal gelijk geweest.
Na de hereniging in 1990 bleek dat de industrie in het oosten erg verouderd was. De
afgelopen dertig jaar heeft de regering flink geïnvesteerd in de infrastructuur. Nieuwe
bedrijven hebben zich in het oosten gevestigd waardoor de werkeloosheid is gedaald.
In het westen van Duitsland is de werkloosheid hoog in het Ruhrgebied en in Saarland. Hier
waren de mijnbouw en zware industrie van groot belang. Na 1960 kon steenkool goedkoper
uit andere landen worden gehaald.
Het zuiden van Duitsland is economisch het meest ontwikkeld. In de deelstaten Beieren en
Baden-Württemberg is veel hightechindustrie gevestigd, waaronder autofabrieken van
BMW, Daimler-Benz en Porsche.
In Duitsland wonen bijna 83 miljoen mensen.
Veel mensen vertrekken uit de gebieden waar de werkloosheid hoog is. In grote delen van
Oost-Duitsland en in de oude industriegebieden zoals het Ruhrgebied neemt de bevolking af.
Er is sprake van demografische krimp. Ook veel landelijke gebieden hebben een
vertrekoverschot. De werkgelegenheid in de landbouw neemt af.
Tegenover deze krimpende gebieden staan enkele groeigebieden, met daarin de steden
Berlijn, Hamburg, München en Keulen; maar ook regionale centra zoals Paderborn en
Nürnberg.
par. 1
Berlijn ontstond op en rond een eiland in de rivier de Spree. Daar ligt het oudste deel van de
historische binnenstad. Vanaf 1871 begon de industrie in Duitsland zich te ontwikkelen. Veel
fabrieken vestigden zich langs rivieren en bij spoorwegen die langs de randen van de
historische binnenstad waren aangelegd.
Een groot deel van Berlijn werd tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest door
Amerikaanse bombardementen. Na de oorlog werd de stad in tweeën opgedeeld:
Oost-Berlijn, waar Sovjet-Unie de macht had. West-Berlijn, waar de Amerikanen, Britten en
Fransen de macht hadden. Via Oost-Berlijn probeerde miljoenen Oost-Duitsers de
onderdrukking van het communisme te ontvluchten en weg te komen naar het vrije West-
Duitsland. Daar kwam op 13 augustus 1961 een abrupt einde aan door de bouw van een
muur. Na de bouw van de Berlijnse Muur waren families ineens gescheiden. Tussen 1961 en
1998 werden ongeveer honderdvijftig mensen die probeerden de grens over te gaan
doodgeschoten door de Oost-Duitse grenspolitie.
Op 9 november 1989 viel de Muur en werden Oost- en West- Duitsland weer één land. Die
verandering wordt de Wende genoemd.
Aan de westkant van de historische binnen stad, blak bij de Brandenburger Tor, werd een
nieuw zakencentrum (cbd) gebouwd. Rond de Potsdamer Platz kwam vooral ruimte voor
winkels en kantoren. Er vond cityvorming plaats.
De meeste oude woonwijken in het voormalige Oost-Berlijn waren slecht onderhouden. Er
was op grote schaal stedelijke vernieuwing nodig.
In 2018 zijn de huren in sommige wijken met 70% omhooggegaan. Veel van de bewoners
konden de huren en koopprijzen niet meer betalen en werden verdreven door rijkere
inwoners, dit proces heet gentrificatie.
Maar in Berlijn zelf groeit de bevolking ook. Er is spraken van re-urbanisatie. Mede dankzij
de verbetering van de oude woonwijken trekken veel jongeren weer naar Berlijn. Door deze
nieuwe trend is er daar zelfs natuurlijke bevolkingsgroei.
, Par. 2
Na de Tweede Wereldoorlog is Duitsland economisch snel gegroeid. Binnen de industrie
ontwikkelden zich vooral de chemie en de auto-industrie. Voor deze industrieën zijn
hooggeschoolde werknemers nodig. Daarom wordt dit ook wel de hightechindustrie
genoemd.
De auto-industrie bestaat niet alleen uit autofabrieken. Er zijn veel bedrijven die de
benodigde onderdelen en diensten verlenen die hiervoor nodig zijn. De toeleverende
bedrijven zoeken elkaars nabijheid en die van de autofabriek op om snel en precies op tijd te
leveren.
Het opleiden van de nieuwe vakmensen en het onderzoek naar productverbetering gebeurt
vaak in samenwerking met een universiteit. De voordelen van het bij elkaar zitten, heet
agglomeratievoordelen.
Behalve de industrie ontwikkelde zich ook in Duitsland de dienstsector. Doordat de
bevolking van Duitsland gemiddeld steeds hoger opgeleid raakte, werd ook de
dienstverlening hoogwaardiger. Grote advocatenkantoren, designbureaus, banken en
andere financiële instellingen groeiden net als de bedrijven in de hightechindustrie uit tot
multinationale ondernemingen.
Tussen 1945 en 1989 was Duitsland verdeeld in twee staten: in het westen de
Bondsrepubliek Duitsland en in het oosten de Duitse Democratische Republiek. Mede
daardoor is de (economische) ontwikkeling van het land niet overal gelijk geweest.
Na de hereniging in 1990 bleek dat de industrie in het oosten erg verouderd was. De
afgelopen dertig jaar heeft de regering flink geïnvesteerd in de infrastructuur. Nieuwe
bedrijven hebben zich in het oosten gevestigd waardoor de werkeloosheid is gedaald.
In het westen van Duitsland is de werkloosheid hoog in het Ruhrgebied en in Saarland. Hier
waren de mijnbouw en zware industrie van groot belang. Na 1960 kon steenkool goedkoper
uit andere landen worden gehaald.
Het zuiden van Duitsland is economisch het meest ontwikkeld. In de deelstaten Beieren en
Baden-Württemberg is veel hightechindustrie gevestigd, waaronder autofabrieken van
BMW, Daimler-Benz en Porsche.
In Duitsland wonen bijna 83 miljoen mensen.
Veel mensen vertrekken uit de gebieden waar de werkloosheid hoog is. In grote delen van
Oost-Duitsland en in de oude industriegebieden zoals het Ruhrgebied neemt de bevolking af.
Er is sprake van demografische krimp. Ook veel landelijke gebieden hebben een
vertrekoverschot. De werkgelegenheid in de landbouw neemt af.
Tegenover deze krimpende gebieden staan enkele groeigebieden, met daarin de steden
Berlijn, Hamburg, München en Keulen; maar ook regionale centra zoals Paderborn en
Nürnberg.