Werkcollege Beperkte genotsrechten op registergoederen en appartementsrechten
CASUS I
Energieleverancier Vattenfall heeft met Derksen overeenstemming bereikt over het plaatsen van een
windmolen op het perceel van Derksen. Hierbij is afgesproken dat (a) Derksen de eigendom van het
gehele perceel behoudt, (b) Vattenfall de eigendom van de te plaatsen windmolen behoudt, én (c)
Vattenfall het recht verkrijgt het terrein van Derksen te betreden voor zover dat nodig is voor
bijvoorbeeld de exploitatie en het onderhoud van de windmolen.
Vraag:
1. Welke rechtsfiguur/rechtsfiguren leent/lenen zich voor vormgeving van de tussen Derksen
en Vattenfall gemaakte afspraken a t/m c?
-Het recht opstal (art. 5:101 lid 1 BW) biedt hier uitkomst. Derksen blijft dan eigenaar van
de grond (belast met een recht van opstal) en Vattenfall is als opstalgerechtigde bevoegd
om een ‘werk’ (de windmolen) in eigendom te hebben.
-Over het door Vattenfall betreden voor het terrein van Derksen voor onderhoud kunnen
in de akte van vestiging afspraken worden gemaakt in de akte van vestiging. Ook als dit
niet gebeurt, heeft Vattenfall deze bevoegdheid echter op grond van art. 5:103 BW.
[Andere manieren om de verticale natrekking van art. 5:20 BW te doorbreken zijn er
niet]
Vattenfall wenst verder dat Derksen en zijn eventuele rechtsopvolgers onder algemene en bijzondere
titel het gras op het terrein te allen tijde op een hoogte houden van maximaal twee centimeter.
Vraag:
2. Op welke wijze(n) kan vormgegeven worden aan deze wens?
-Alleen een obligatoir kettingbeding biedt hier uitkomst. Derksen neemt de plicht op zich
om het gras op hoogte te houden en hij neemt tevens de plicht op zich om (i) deze plicht
(ten behoeve van Vattenfall) door te geven aan een rechtsopvolger onder bijzondere titel
en om (ii) deze rechtsopvolger te verplichten om de verplichting ook weer aan zijn
rechtsopvolger door te geven.
-Erfdienstbaarheid is niet mogelijk omdat er geen naburig erf van Vattenfall is dat als
heersend erf kan functioneren.
-Kwalitatieve verplichting biedt ook geen uitkomst omdat een dergelijk verplichting niet
kan verplichten tot een ‘doen’
Vattenfall wenst ook een windmolen in eigendom te hebben op een aan het terrein van Derkse
grenzend terrein waarvan Evers erfpachter is.
Vraag:
3. Kunnen Vattenfall en Evers dit resultaat bereiken, en zo ja, op welke wijze?
- Het is omstreden of een erfpachter een recht van opstal op een erfpachtrecht kan
vestigen. De wet regelt – anders dan bijvoorbeeld ondererfpacht – deze figuur niet. In
beginsel is het – zonder wettelijke regeling – niet mogelijk om opstalrecht (een in Boek
CASUS I
Energieleverancier Vattenfall heeft met Derksen overeenstemming bereikt over het plaatsen van een
windmolen op het perceel van Derksen. Hierbij is afgesproken dat (a) Derksen de eigendom van het
gehele perceel behoudt, (b) Vattenfall de eigendom van de te plaatsen windmolen behoudt, én (c)
Vattenfall het recht verkrijgt het terrein van Derksen te betreden voor zover dat nodig is voor
bijvoorbeeld de exploitatie en het onderhoud van de windmolen.
Vraag:
1. Welke rechtsfiguur/rechtsfiguren leent/lenen zich voor vormgeving van de tussen Derksen
en Vattenfall gemaakte afspraken a t/m c?
-Het recht opstal (art. 5:101 lid 1 BW) biedt hier uitkomst. Derksen blijft dan eigenaar van
de grond (belast met een recht van opstal) en Vattenfall is als opstalgerechtigde bevoegd
om een ‘werk’ (de windmolen) in eigendom te hebben.
-Over het door Vattenfall betreden voor het terrein van Derksen voor onderhoud kunnen
in de akte van vestiging afspraken worden gemaakt in de akte van vestiging. Ook als dit
niet gebeurt, heeft Vattenfall deze bevoegdheid echter op grond van art. 5:103 BW.
[Andere manieren om de verticale natrekking van art. 5:20 BW te doorbreken zijn er
niet]
Vattenfall wenst verder dat Derksen en zijn eventuele rechtsopvolgers onder algemene en bijzondere
titel het gras op het terrein te allen tijde op een hoogte houden van maximaal twee centimeter.
Vraag:
2. Op welke wijze(n) kan vormgegeven worden aan deze wens?
-Alleen een obligatoir kettingbeding biedt hier uitkomst. Derksen neemt de plicht op zich
om het gras op hoogte te houden en hij neemt tevens de plicht op zich om (i) deze plicht
(ten behoeve van Vattenfall) door te geven aan een rechtsopvolger onder bijzondere titel
en om (ii) deze rechtsopvolger te verplichten om de verplichting ook weer aan zijn
rechtsopvolger door te geven.
-Erfdienstbaarheid is niet mogelijk omdat er geen naburig erf van Vattenfall is dat als
heersend erf kan functioneren.
-Kwalitatieve verplichting biedt ook geen uitkomst omdat een dergelijk verplichting niet
kan verplichten tot een ‘doen’
Vattenfall wenst ook een windmolen in eigendom te hebben op een aan het terrein van Derkse
grenzend terrein waarvan Evers erfpachter is.
Vraag:
3. Kunnen Vattenfall en Evers dit resultaat bereiken, en zo ja, op welke wijze?
- Het is omstreden of een erfpachter een recht van opstal op een erfpachtrecht kan
vestigen. De wet regelt – anders dan bijvoorbeeld ondererfpacht – deze figuur niet. In
beginsel is het – zonder wettelijke regeling – niet mogelijk om opstalrecht (een in Boek