TBO Semester 2
Inhoudsopgave
Schoolgymnastiek, verschillende benamingen en bedoelingen.......................................................................1
Bewegingsonderwijs, aanduidingen en vermaatschappeling..........................................................................2
Onderwijs in bewegen, tussen planning en improvisatie: wat is bewegingsonderwijs.....................................4
Overgang ‘wat is bewegingsonderwijs’ naar ‘bewegen in bewegingsonderwijs’ (overgang 1 e naar 2e deel)......6
Bewegen als handelen................................................................................................................................... 8
Bewegingshandelingen in het bewegingsonderwijs......................................................................................10
Overgang 2e naar 3e deel.............................................................................................................................. 12
Verschuiving in denken en doen................................................................................................................... 14
Ontwerpen bewegingsonderwijsleersituaties (BOLS)....................................................................................16
De bloemkooltheorie................................................................................................................................... 17
Schoolgymnastiek, verschillende benamingen en
bedoelingen
wat is bewegingsonderwijs?
1
,Crum:
Visie achter de didactiek:
Soorten mensbeeld:
- Monistisch mensbeeld eenzijdig
- Spiritualistisch mensbeeld geest (deel monistisch)
- Relationeel mensbeeld mens is lichaam + geest, persoon
Heersende benamingen:
- Lichamelijke oefening monistisch, fout: leerlingen zijn geen personen geen robots.
- Lichamelijke opvoeding lichaam + geest (spiritualistisch), niet oke, wettelijke term,
gaat niet alleen om het lichaam er is ook een geest (relationeel).
- Bewegingsonderwijs relationeel, goed, geest en kind beweegt.
- Sport bewegingsonderwijs is geen sport, sport zijn eindspelvormen, complex,
competitief en prestatiegericht.
Bewegingsonderwijs, aanduidingen en
vermaatschappeling
Aanduiding: keuze, niet willekeuring
2
, aanduiding voor bewegingsonderwijs vanuit de CALO:
- negatief: afwijzing aanduiding Lichamelijke opvoeding
: wijsgerig antropologisch niet houdbaar (scheiding lichaam en ziel)
- positief: onderwijs in bewegen dus bewegingsonderwijs, kernaanwijzing van gordijn
vermaatschappelijking van het bewegingsonderwijs:
- eerst splendid isolation (Crum zegt dat gordijn zich afsluit van de maatschappij)
- nu aanspraken en/of claims op het bewegingsonderwijs vanuit (schoolexterne)
maatschappelijke instanties en organisaties. Kort gezegd: vermaatschappelijking van
het bewegingsonderwijs.
Neveneffect naar doelen:
- verwachtingen van buiten het bewegingsonderwijs over positieve bijdrage van
bewegingsonderwijs:
sportdeelname
sociale cohesie
gezondheid
waarden en normen
afgrenzen van taken en verantwoordelijkheden is hierbij genoodzaakt.
Spagaat van het vak bewegingsonderwijs:
- enerzijds wil het vak is zelfstandig met eigen doelstellingen en een eigen plaats in de
school.
- Anderzijds wil het vak de maatschappelijke positie veranderen.
- Gevolg: spagaat
- Nodig: heldere positiebepaling. Dit helpt verkennen van mogelijkheden en grenzen
van bewegingsonderwijs in het maatschappelijke spanningsveld.
3
Inhoudsopgave
Schoolgymnastiek, verschillende benamingen en bedoelingen.......................................................................1
Bewegingsonderwijs, aanduidingen en vermaatschappeling..........................................................................2
Onderwijs in bewegen, tussen planning en improvisatie: wat is bewegingsonderwijs.....................................4
Overgang ‘wat is bewegingsonderwijs’ naar ‘bewegen in bewegingsonderwijs’ (overgang 1 e naar 2e deel)......6
Bewegen als handelen................................................................................................................................... 8
Bewegingshandelingen in het bewegingsonderwijs......................................................................................10
Overgang 2e naar 3e deel.............................................................................................................................. 12
Verschuiving in denken en doen................................................................................................................... 14
Ontwerpen bewegingsonderwijsleersituaties (BOLS)....................................................................................16
De bloemkooltheorie................................................................................................................................... 17
Schoolgymnastiek, verschillende benamingen en
bedoelingen
wat is bewegingsonderwijs?
1
,Crum:
Visie achter de didactiek:
Soorten mensbeeld:
- Monistisch mensbeeld eenzijdig
- Spiritualistisch mensbeeld geest (deel monistisch)
- Relationeel mensbeeld mens is lichaam + geest, persoon
Heersende benamingen:
- Lichamelijke oefening monistisch, fout: leerlingen zijn geen personen geen robots.
- Lichamelijke opvoeding lichaam + geest (spiritualistisch), niet oke, wettelijke term,
gaat niet alleen om het lichaam er is ook een geest (relationeel).
- Bewegingsonderwijs relationeel, goed, geest en kind beweegt.
- Sport bewegingsonderwijs is geen sport, sport zijn eindspelvormen, complex,
competitief en prestatiegericht.
Bewegingsonderwijs, aanduidingen en
vermaatschappeling
Aanduiding: keuze, niet willekeuring
2
, aanduiding voor bewegingsonderwijs vanuit de CALO:
- negatief: afwijzing aanduiding Lichamelijke opvoeding
: wijsgerig antropologisch niet houdbaar (scheiding lichaam en ziel)
- positief: onderwijs in bewegen dus bewegingsonderwijs, kernaanwijzing van gordijn
vermaatschappelijking van het bewegingsonderwijs:
- eerst splendid isolation (Crum zegt dat gordijn zich afsluit van de maatschappij)
- nu aanspraken en/of claims op het bewegingsonderwijs vanuit (schoolexterne)
maatschappelijke instanties en organisaties. Kort gezegd: vermaatschappelijking van
het bewegingsonderwijs.
Neveneffect naar doelen:
- verwachtingen van buiten het bewegingsonderwijs over positieve bijdrage van
bewegingsonderwijs:
sportdeelname
sociale cohesie
gezondheid
waarden en normen
afgrenzen van taken en verantwoordelijkheden is hierbij genoodzaakt.
Spagaat van het vak bewegingsonderwijs:
- enerzijds wil het vak is zelfstandig met eigen doelstellingen en een eigen plaats in de
school.
- Anderzijds wil het vak de maatschappelijke positie veranderen.
- Gevolg: spagaat
- Nodig: heldere positiebepaling. Dit helpt verkennen van mogelijkheden en grenzen
van bewegingsonderwijs in het maatschappelijke spanningsveld.
3