Biochemische stoffen in organismen
Functies van water:
De gemiddelde waterinhoud van een mens bedraagt: 66%
1) Transportmiddel: bloed vervoert vitamines naar de cellen en voert
afvalproducten zoals CO2 en ureum terug af naar de dieren
2) Belangrijk reagens bij chemische reacties in de cel: Zonder water
kunne o.a. eiwitten en vetten niet worden afgebroken
3) Oplosmiddel: door zijn polaire eigenschap is het een geschikt milieu
voor chemische reacties want veel reacties gaan pas door bij
oplossing.
4) Warmteregulator: via verdamping via de huid en de mond wordt
overtollige warmte afgevoerd na zware inspanningen of hoge temp.
5) Bescherming tegen schokken: hersenen, ogen, ruggenmerg en foetus.
we verliezen dagelijks 2,5 l water dit moet gecompenseerd worden met
voedsel en drank.
Watervergiftiging: te veel water drinken in korte tijd betekent dat de
concentratie van de voedingstoffen gaat dalen en daardoor werken
regelmechanismen niet meer.
Koolstofverbindingen: eiwitten of proteïnen
Functies van eiwitten:
1) Bouwstof: spierweefsel, nagels, haren
2) Brandstof
3) Versnellen chemische reacties inlichaam: vervullen rol
enzymen.
4) Pompen op de celmembranen die instaan voor selectieve
opname van stoffen doorheen het plasmamembraan
5) Receptoren: eiwitten in het plasmamembraan
6) Afweersysteem: belangrijk en ook voor bloedstolling
, Chemische structuur:
Biopolymeer: een lange keten van bouwsteentjes, aminozuren.
Aminozuren bestaan uit een centraal C atoom met een aminogroep
NH2, een carboxylgroep COOH en een restketen
a) Primaire structuur: ketenvorming:
Door condensatiereactie (verbindingsreactie tussen 2 aminozuren)
worden de aminozuren aan elkaar geschakeld
Binding tussen 2 aminozuren, peptidebinding
Aaneenschakeling van 2 aminozuren, dipeptide
Aaneenschakeling van meerde aminozuren, polypeptide (eiwit)
b) Secundaire structuur ;
Restgroepen bevatten positieve en negatieve ladingen. Deze kunnen
waterstofbrugbindingen vormen, bepaalde structuur.
Alfahelix ( spiraal) of Betaplaat ( golfplaat )
c) Tertiaire structuur: zwavelbindingen
Onderlinge zwavelbindingen
d) Quaternaire structuur
moleculen met een tertiaire structuur kunnen door intermoleculaire
krachten worden samengehouden. Dit vormt een functionerend eiwit
Functies van water:
De gemiddelde waterinhoud van een mens bedraagt: 66%
1) Transportmiddel: bloed vervoert vitamines naar de cellen en voert
afvalproducten zoals CO2 en ureum terug af naar de dieren
2) Belangrijk reagens bij chemische reacties in de cel: Zonder water
kunne o.a. eiwitten en vetten niet worden afgebroken
3) Oplosmiddel: door zijn polaire eigenschap is het een geschikt milieu
voor chemische reacties want veel reacties gaan pas door bij
oplossing.
4) Warmteregulator: via verdamping via de huid en de mond wordt
overtollige warmte afgevoerd na zware inspanningen of hoge temp.
5) Bescherming tegen schokken: hersenen, ogen, ruggenmerg en foetus.
we verliezen dagelijks 2,5 l water dit moet gecompenseerd worden met
voedsel en drank.
Watervergiftiging: te veel water drinken in korte tijd betekent dat de
concentratie van de voedingstoffen gaat dalen en daardoor werken
regelmechanismen niet meer.
Koolstofverbindingen: eiwitten of proteïnen
Functies van eiwitten:
1) Bouwstof: spierweefsel, nagels, haren
2) Brandstof
3) Versnellen chemische reacties inlichaam: vervullen rol
enzymen.
4) Pompen op de celmembranen die instaan voor selectieve
opname van stoffen doorheen het plasmamembraan
5) Receptoren: eiwitten in het plasmamembraan
6) Afweersysteem: belangrijk en ook voor bloedstolling
, Chemische structuur:
Biopolymeer: een lange keten van bouwsteentjes, aminozuren.
Aminozuren bestaan uit een centraal C atoom met een aminogroep
NH2, een carboxylgroep COOH en een restketen
a) Primaire structuur: ketenvorming:
Door condensatiereactie (verbindingsreactie tussen 2 aminozuren)
worden de aminozuren aan elkaar geschakeld
Binding tussen 2 aminozuren, peptidebinding
Aaneenschakeling van 2 aminozuren, dipeptide
Aaneenschakeling van meerde aminozuren, polypeptide (eiwit)
b) Secundaire structuur ;
Restgroepen bevatten positieve en negatieve ladingen. Deze kunnen
waterstofbrugbindingen vormen, bepaalde structuur.
Alfahelix ( spiraal) of Betaplaat ( golfplaat )
c) Tertiaire structuur: zwavelbindingen
Onderlinge zwavelbindingen
d) Quaternaire structuur
moleculen met een tertiaire structuur kunnen door intermoleculaire
krachten worden samengehouden. Dit vormt een functionerend eiwit